Brief aan minister-president Balkenende

Geachte heer Balkenende, Net als eind jaren negentig is er ook nu weer sprake van een fusie- en overnamegolf. Wetenschappers verwachten dat deze golf voorlopig aanhoudt. Bij zorgverzekeraars, in de financiële sector, bij energie- of kabelbedrijven of de luchtvaart hebben we de laatste tijd veel voorbeelden gezien. Iedere consument heeft hiermee te maken.

Geachte heer Balkenende,

Net als eind jaren negentig is er ook nu weer sprake van een fusie- en overnamegolf. Wetenschappers verwachten dat deze golf voorlopig aanhoudt. Bij zorgverzekeraars, in de financiële sector, bij energie- of kabelbedrijven of de luchtvaart hebben we de laatste tijd veel voorbeelden gezien. Iedere consument heeft hiermee te maken.

Fusies en overnames waarbij beursgenoteerde ondernemingen betrokken zijn, krijgen de meeste media-aandacht; denk bijvoorbeeld aan de overnamestrijd rondom ABN Amro, de overname van Numico door Danone, de fusie tussen KLM en Air France en de overname van Organon door een Amerikaans farmacieconcern. Maar ook in andere sectoren zijn concentraties aan de orde van de dag. Voorbeelden zijn de voorgenomen fusie tussen NUON en Essent, zorgverzekeraar Achmea die Agis overneemt, Univé, VGZ-IZA en Trias die samen zijn gegaan, bouwmarkten die fuseren en organisaties voor verpleegzorg, thuiszorg, geestelijke gezondheidszorg en ouderenhuisvesting die verder gaan of willen samengaan onder één grote paraplu.

Bij dit soort concentraties is een aantal partijen belanghebbend. De laatste jaren kregen vooral aandeelhouders meer invloed; zij zijn machtiger en mondiger geworden. Deels door nieuwe regels en deels door hun activistische houding. Zij eisen inspraak, desnoods gerechtelijk via de ondernemingskamer, zoals in de strijd rondom ABN Amro. Aandeelhouders bepalen of een overname doorgaat of niet. De sterke positie van de aandeelhouder is in de internationale context een gegeven.
Ook werknemers zijn belanghebbend en worden als zodanig (in de wet) erkend. Er wordt altijd vooraf gesproken met vakbonden en ondernemingsraden.
De consument staat echter volledig buiten spel, terwijl hij in veel gevallen juist de contractpartij is. Inderdaad is in een overname het klantenbestand zeer waardevolle handelswaar, maar bedrijven moeten beseffen dat ze hun klanten niet hébben maar moeten hóuden: zonder klant geen onderneming of instelling.

Steeds vaker kiest de consument zijn leveranciers en dienstverleners niet alleen om wat het bedrijf levert of doet, maar ook om wat het bedrijf ís. Om de historie, de cultuur, het imago of de mensen van het bedrijf. Consumenten gunnen bedrijven hun klandizie. En als het gevoel verandert zijn ze weg, als ze dat tenminste kunnen. Te vaak merken we dat klanten gewoon klem zitten als gevolg van rationele aspecten (denk aan meerjarige contracten) of andere, meer emotionele, overstapdrempels (als “gedoe”).

Als een onderneming zijn voorwaarden (of tarieven) tussentijds verandert, bestaat er voor de consument het recht om het lopende contract te beëindigen. Bij een concentratie, al dan niet zichtbaar voor een consument, is dit niet mogelijk.

De Consumentenbond vraagt het kabinet om hier stappen in te zetten, ook in Europees verband. Bij een overname of fusie moeten klanten het recht hebben om - als de deal hen niet bevalt - hun contract te ontbinden: een wettelijk geregelde opt out, net zoals bij een tussentijdse wijziging van voorwaarden. Klanten mogen hierbij niet geconfronteerd worden met de gebruikelijke boetes, opzegkosten of andere overstapdrempels. Bedrijven of instellingen zijn door deze regeling verplicht niet alleen de aandeelhouders, de vakbonden, het personeel en - indien relevant - de mededingingsautoriteit actief in te lichten, maar ook hun klanten.

We zien uit naar uw reactie.

Met vriendelijke groet,

Consumentenbond

Felix Cohen
Algemeen directeur

Deel bericht via:
Print
  • 0

    0 personen vinden dit leuk!

  • 0

    0 personen vinden dit niet leuk!

 
loadedImage loadedImageHover