Extra informatie

Energielabel woning

energielabel-woningEen verhuurder of verkoper van een huis ouder dan 10 jaar is sinds 1 januari 2008 wettelijk verplicht het energielabel voor de woning te overhandigen aan de nieuwe koper of huurder. Het gaat dan om huizen van 10 jaar of ouder. Een potentiële koper kan aan het label in één oogopslag zien hoe milieuvriendelijk en energiezuinig een huis is. Op dit moment voldoet Nederland niet aan de Europese richtlijn die vereist dat een energielabel verplicht is. Het wetsvoorstel dat dit per 1 januari 2013 moest veranderen kwam in november 2012 niet door de Tweede Kamer. Voorlopig blijft het daardoor mogelijk een huis te verkopen zonder energielabel.

Wat is het energielabel woningen?

Het energielabel voor woningen laat zien hoe energiezuinig een huis is in vergelijking met andere woningen van hetzelfde type. Er zijn zeven verschillende klassen. Energielabel A is zeer energiezuinig. Label G is zeer onzuinig. Het label is maximaal 10 jaar geldig.

Wie bepaalt welk energielabel je woning krijgt?

Wie een energielabel voor zijn woning nodig heeft, moet zelf daarvoor een speciaal opgeleide inspecteur in de arm nemen.

Hoe gaat een inspectie in zijn werk?

Een inspectie voor het energielabel, ook wel energiecertificaat genoemd, is slechts een beperkte keuring van je woning. De inspecteur loopt vooral de 'buitenschil' van een huis na. Dat betekent dat hij kijkt naar de muren, ramen, buitendeuren, beganegrondvloeren en dak(isolatie). Daarnaast neemt hij in zijn bevindingen de cv-ketel mee, omdat die de feitelijke motor is van de energiehuishouding van je huis.

Hoeveel kost een inspectie van mijn woning?

De prijs van een inspectie is afhankelijk van het soort huis en van de afmetingen. Er is daarom geen richtprijs te geven. Het loont de moeite offertes van verschillende inspecteurs aan te vragen.

Hoe krijg je een gunstig energielabel voor je woning?

  • Isoleer cv-leidingen in koude ruimten.
  • Laat dubbelglas of voorzetramen aanbrengen.
  • Isoleer de beganegrondvloer en buitenmuren.
  • Isoleer het dak of in plaats daarvan de zoldervloer (dat is alleen zinvol als de zolder onverwarmd is).
  • Dicht kieren, maar zorg voor een goede ventilatie. Goede ventilatie voorkomt ophoping van ongezonde gassen en vocht.
  • Onderhoud de verwarmingsketel goed. Als die aan vernieuwing toe is, neem dan een hoogrendementsketel.

Energielabel woning ontbreekt, wat nu?

Hoewel het energielabel voor woningen sinds 2008 verplicht is, heeft nog niemand een boete gekregen als dit certificaat ontbrak. Dit gaat waarschijnlijk wel veranderen, maar wanneer is nog niet bekend. 

Hebben nieuwbouwhuizen een energielabel woningen?

Alleen de nieuwste nieuwbouwwoningen hebben een A-label. Dat wil niet zeggen dat alles wat lager scoort dan een A slecht is. Maar nieuwe huizen zijn nu eenmaal gebouwd volgens de laatste richtlijnen en regels op gebied van energiezuinigheid en isolatie.

Ik wil meer weten dan het energielabel woningen zegt

Het energielabel voor woningen zegt iets over hoe energiezuinig het huis is. Het is een minimum aan informatie die een potentiële nieuwe koper of huurder nodig heeft om te weten hoe het onderkomen eraan toe is. In het kader van milieuvriendelijkheid en energiebesparing kan het handig zijn meer over de toestand van je woning te weten, ook als je niet van plan bent te verkopen. Er is dan een diepgravender inspectie nodig. Daarbij komen zaken aan de orde als:

  • het persoonlijk gebruik van water;
  • de hoeveelheid warmte en vocht die de gezinsleden uitstoten;
  • de energieafrekening en ventilatie.

Oneens met het energielabel van je woning?

Stel: een inspecteur kent het ongunstige energielabel G toe aan je woning en je bent het daar niet mee eens. Je kunt dan terecht bij het klachtenloket energielabel voor woningen. Kom je er dan nog niet uit, dan kun je je klacht deponeren bij de Geschillencommissie Energielabel.

Uitzonderingen

Niet ieder gebouw hoeft een energielabel te hebben. De overheid noemt een aantal uitzonderingen:

  • monumenten;
  • woonwagens;
  • onverwarmde logiesgebouwen (bijvoorbeeld trekkershutten);
  • gebouwen met een industriefunctie (zoals fabriekshallen);
  • tijdelijke bouwwerken (zoals bouwketen, noodwinkels, noodlokalen bij scholen, directie- en schaftlokalen op bouwlocaties);
  • gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten, zoals kerken;
  • alleenstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 vierkante meter.

Deel bericht via: