Statuten vereniging Consumentenbond

I. Algemene bepalingen

Artikel 1.

De vereniging is genaamd Consumentenbond - verder te noemen 'de bond' - en is gevestigd te Den Haag.

De bond is opgericht op veertien januari negentienhonderddrieënvijftig.

Artikel 2.

2.1.         Het verenigingsjaar is tevens boekjaar en loopt gelijk met het kalenderjaar.

2.2.         Het lidmaatschapsjaar loopt van de dag van toelating tot één jaar daaropvolgend, met dien verstande dat het lidmaatschapsjaar gelijk is aan het verenigingsjaar voor leden die ten tijde van het van kracht worden van deze statutenwijziging een lidmaatschapsjaar hebben dat gelijk is aan het verenigingsjaar.

Artikel 3.

De bond stelt zich ten doel als onafhankelijke organisatie, zonder binding met enige politieke of levensbeschouwelijke stroming of organisatie, de belangen van de consumenten in het algemeen en van de leden van de bond in het bijzonder in Nederland - en voor zover mogelijk en zo nodig daarbuiten - te behartigen.

De bond streeft daarbij naar een volwaardige economische en sociale positie van de consument ten opzichte van het totstandkomen, distribueren en consumeren van particuliere en collectieve goederen en diensten.

De bond houdt bij dit alles onder andere rekening met maatschappelijke gevolgen in ruime zin van particuliere en collectieve consumptie.

Artikel 4.

De bond tracht het doel te bereiken door alle wettige middelen, die niet de doelstelling of onafhankelijkheid van de bond schaden.

Artikel 4a.

In deze statuten wordt verstaan onder:

a.            Bondsraad: de algemene vergadering van de bond, als bedoeld in artikel 2:40 Burgerlijk Wetboek;

b.            Raad van Toezicht: het toezicht houdend orgaan van de bond;

c.            Directie: het bestuur van de bond, tevens de bestuurder van het bondsbureau als bedoeld in artikel 34 lid 1 van deze statuten;

d.            contributie: het lidmaatschapsgeld van gewone en buitengewone leden;

e.            abonnementsprijs: de prijs die leden betalen voor periodieke producten van de bond;

f.             commissie: een commissie, ingesteld door en uit de Bondsraad.

 
omhoog

II. Leden

Artikel 5.

De bond kent:

a.            gewone leden;

b.            buitengewone leden;

c.            ereleden.

Artikel 6.

6.1.         Gewone leden van de bond zijn uitsluitend natuurlijke personen, die zich als lid bij de bond hebben aangemeld.

               De Directie beslist over de toelating van een gewoon lid; bij niet-toelating kan de Raad van Toezicht alsnog tot toelating besluiten.

6.2.         De gewone leden betalen contributie. Bij het vaststellen van de hoogte van de abonnementsprijzen van periodieke producten kan een onderscheid worden gemaakt al naar gelang het product waarvoor het lid zich heeft aangemeld.

6.3.         Een gewoon lid kan zijn lidmaatschap overdragen aan een natuurlijk persoon die op hetzelfde adres bij de burgerlijke stand is ingeschreven. Het gewone lid dat zijn lidmaatschap overdraagt, zal de bond, onder vermelding van de gegevens van de persoon aan wie het lidmaatschap is overgedragen, terstond schriftelijk mededelen dat het lidmaatschap is overgedragen.

Artikel 7.

7.1.         Buitengewone leden van de bond zijn rechtspersonen, die zich als zodanig bij de bond hebben aangemeld.

              De Directie beslist over de toelating van een buitengewoon lid; bij niet-toelating kan de Raad van Toezicht alsnog tot toelating besluiten.

7.2.        De buitengewone leden betalen contributie. Bij het vaststellen van de hoogte van de abonnementsprijzen van periodieke producten kan een onderscheid worden gemaakt al naar gelang het product waarvoor het buitengewoon lid zich heeft aangemeld.

7.3.        Zij ontvangen het product dan wel de producten waarvoor zij zich hebben aangemeld, maar kunnen overigens geen aanspraak maken op de rechten die de gewone leden krachtens deze Statuten hebben.

Artikel 8.

8.1.         Ereleden zijn zij die wegens hun uitzonderlijke verdiensten voor de bond of het door de bond nagestreefde doel, door de Bondsraad als zodanig zijn benoemd.

8.2.         Zij zijn vrijgesteld van de betaling van contributie en abonnementsprijzen.

8.3.         Zij hebben dezelfde rechten als de gewone leden, worden uitgenodigd voor de Bondsraadsvergaderingen en kunnen aldaar, ook indien zij geen bondsraadslid zijn, het woord voeren.

Artikel 9.

9.1.         Het lidmaatschap eindigt door:

              a.       overlijden, dan wel het ophouden te bestaan van het buitengewone lid als rechtspersoon;

              b.       opzegging door het gewone lid of het buitengewone lid tegen het einde van een lidmaatschapsjaar, dan wel bedanken door het erelid;

              c.       opzegging door de Directie op grond van het feit dat het lid de verplichtingen jegens de bond niet nakomt, alsook wanneer van de bond redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;

              d.       ontzetting door de Directie op grond van handelingen van het lid die in strijd zijn met de statuten, reglementen of besluiten van de bond, dan wel de bond op onredelijke wijze benadelen.

9.2.         Wanneer het lidmaatschap in de loop van een lidmaatschapsjaar eindigt - anders dan op de wijze als genoemd in artikel 9 lid 1 onder a - blijft niettemin de contributie en abonnementsprijs voor dat lidmaatschapsjaar verschuldigd.

9.3.         Opzegging van het lidmaatschap als bedoeld in het eerste lid, onder b, kan slechts schriftelijk dan wel via de website van de bond geschieden, met inachtneming van een termijn van ten minste één maand.

9.4.         Het lidmaatschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien van de bond of het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

9.5.         Een opzegging in strijd met het bepaalde in de leden 3 en 4, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgend op de datum waartegen was opgezegd.

9.6.         Opzegging van het lidmaatschap namens de bond dient schriftelijk en met redenen omkleed te geschieden.

9.7.         Het besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap dient aan de betrokkene te worden medegedeeld in een aangetekende brief, waarin tevens de redenen zijn vermeld, die tot het besluit hebben geleid.

9.8.         Het lid heeft bij opzegging van of ontzetting uit het lidmaatschap recht van beroep op de Raad van Toezicht. Dit beroep moet per aangetekend schrijven worden ingesteld bij de Raad van Toezicht binnen vier weken na ontvangst van de kennisgeving van de opzegging of de ontzetting. De Raad van Toezicht doet binnen vier weken na ontvangst uitspraak op het beroep. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep, is het lid geschorst.

 
omhoog

III. Bondsraad

A. SAMENSTELLING, VERKIEZING EN ZITTINGSDUUR.

Artikel 10.

10.1.       De algemene vergadering - verder te noemen "Bondsraad" - bestaat uit honderd leden.

10.2.       De leden van de Bondsraad worden gekozen door en uit de gewone leden van de bond.

10.3.       Indien het aantal bondsraadsleden beneden honderd daalt, blijft de Bondsraad niettemin bevoegd.

Artikel 11.

11.1.       De Bondsraadsverkiezingen worden voorbereid door de Organisatiecommissie, hierna te noemen: de OC. De Directie draagt zorg voor het secretariaat van de OC.

11.2.       Voor de verkiezing van de bondsraadsleden is het land verdeeld in regio's. Bij samenstelling van de Bondsraad wordt gestreefd naar een regionale spreiding van bondsraadsleden in evenredigheid met het aantal leden in de verschillende regio's. Een bondsraadslid dat verhuist naar een andere regio behoudt zijn bondsraadslidmaatschap tot het einde van zijn zittingsperiode.

11.3.       Ten minste drie maanden voor het einde van de zittingsperiode van de Bondsraad stelt de OC een voordracht op met zoveel kandidaten als het aantal te verkiezen bondsraadsleden en brengt deze terstond ter kennis van de gewone leden van de bond.

11.4.       Tot uiterlijk twee maanden voor het einde van de zittingsperiode van de Bondsraad kunnen, naast de door de OC voor een bepaalde regio voorgedragen kandidaten, door ten minste vijfentwintig gewone leden, woonachtig in de betrokken regio, één of meer kandidaat-bondsraadsleden worden voorgedragen.

11.5.       Alvorens kandidaat-bondsraadsleden op een voordracht als bedoeld in de leden 3 en 4 van dit artikel, worden geplaatst, dienen zij zich schriftelijk hiermede akkoord te verklaren en daarbij tevens de doelstellingen van de bond te onderschrijven.

11.6.       De bondsraadsleden dienen op één januari van het jaar waarin hun eerste zittingsperiode aanvangt, de leeftijd van achttien jaar te hebben bereikt; tevens dienen zij op die datum gedurende een aaneengesloten periode van ten minste twee jaren gewoon lid van de bond te zijn. Voor de berekening van de aaneengesloten periode wordt de lidmaatschapsperiode van een rechtsvoorganger als bedoeld in artikel 6 lid 3 meegeteld.

11.7.       Het lidmaatschap van de Bondsraad is onverenigbaar met het lidmaatschap van de Raad van Toezicht van de bond, met dien verstande dat bij een benoeming tot lid van een tijdelijke Raad van Toezicht als bedoeld in artikel 23 lid 2, alle rechten en verplichtingen verbonden aan het lidmaatschap van de Bondsraad worden opgeschort voor de tijdsduur van het lidmaatschap van de tijdelijke Raad van Toezicht.

11.8.       Personen in dienst van de bond kunnen geen lid van de Bondsraad zijn.

11.9.       Indien naast de door de OC voorgedragen kandidaat-bondsraadsleden geen kandidaten zijn gesteld, zijn de eerstbedoelde kandidaten gekozen. Zijn er wel een of meer andere kandidaten gesteld, dan wordt door de gewone leden in de betrokken regio door stemming beslist wie tot lid van de Bondsraad is verkozen.

11.10.     De uitslag van de stemming wordt zo spoedig mogelijk ter kennis van de leden van de bond gebracht. Degene die tot lid van de Bondsraad is verkozen ontvangt hiervan schriftelijk bericht.

11.11.     De bepalingen van dit artikel, alsmede de selectiecriteria voor kandidaatstelling, worden nader uitgewerkt in een door de Bondsraad vast te stellen Bondsraadsverkiezingsreglement.

Artikel 12.

12.1.       De bondsraadsleden worden gekozen voor een door de Bondsraad vast te stellen periode van maximaal vier jaren en kunnen na het verstrijken van de vastgestelde periode tweemaal voor een door de Bondsraad vast te stellen periode van maximaal vier jaren opnieuw verkiesbaar worden gesteld. Vervolgens zijn zij niet opnieuw verkiesbaar dan na verloop van vier jaren.

12.2.       De zittingsperiode van de bondsraadsleden vangt aan op de eerste dag van het verenigingsjaar, volgende op dat waarin hun verkiezing plaatsvond.

12.3.       Het bondsraadslidmaatschap eindigt voorts:

              a.       door het eindigen van het lidmaatschap van de bond;

              b.       door bedanken;

              c.       door toetreding tot de Raad van Toezicht;

              d.       door indiensttreding bij de bond.

B. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN.

Artikel 13.

De Bondsraad heeft de volgende taken en bevoegdheden:

a.            het jaarlijks vaststellen van de strategienota, welke de strategische hoofdlijnen van beleid bevat voor steeds een periode van drie jaar;

b.            het vaststellen van de jaarrekening van de bond;

c.            het jaarlijks vaststellen van de meerjarenraming waarin opgenomen de investeringsbegroting en de hoogte van de contributie voor de gewone en voor de buitengewone leden;

d.            het jaarlijks goedkeuren van de evaluatienota over de voortgang van de in de strategienota voorgenomen activiteiten;

e.            de verkiezing van de Raad van Toezicht van de bond;

f.             het schorsen van en verlenen van ontslag aan de leden van de Raad van Toezicht;

g.            het kennisnemen van het door de Directie vastgestelde externe jaarverslag;

h.            het instellen van commissies;

i.             het wijzigen van de statuten van de bond;

j.             het nemen van het besluit tot ontbinding van de bond;

k.            het goedkeuren van een besluit van de Directie en van de Raad van Toezicht tot het aanvragen van faillissement en surseance van betaling met betrekking tot de bond;

l.             alle andere bevoegdheden die niet door de wet of de statuten aan andere organen van de bond zijn opgedragen.

Artikel 14.

14.1.       De Bondsraad stelt een Adviescommissie, hierna te noemen: de AC, in die de Bondsraad adviseert bij die door de Bondsraad te nemen besluiten, die zijn vermeld in een reglement dat door de Bondsraad wordt vastgesteld. De AC bestaat uitsluitend uit leden van de Bondsraad. De leden van de AC worden door de Bondsraad benoemd.

14.2.       De Bondsraad stelt de OC in, uitsluitend bestaande uit Bondsraadsleden. De leden van de OC worden door de Bondsraad benoemd.

14.3.       De samenstelling, zittingsduur en werkwijze van de commissies als bedoeld in de leden 1 en 2 worden nader geregeld in een of meer door de Bondsraad vast te stellen reglementen.

C. VERGADERINGEN

Artikel 15.

15.1.       De Bondsraad komt jaarlijks ten minste tweemaal in gewone vergadering bijeen, en wel eenmaal voor een juli (de voorjaarsvergadering) en eenmaal tussen een oktober en een december (de najaarsvergadering).

15.2.       De agenda voor de voorjaarsvergadering bevat ten minste de volgende punten:

              a.       vaststelling van de jaarrekening over het afgelopen verenigingsjaar;

              b.       goedkeuring van de evaluatienota over het afgelopen verenigingsjaar;

              c.       de verlening van decharge aan de leden van de Directie en van de Raad van Toezicht voor hun bestuur respectievelijk toezicht gedurende het afgelopen verenigingsjaar.

15.3.       De agenda voor de najaarsvergadering bevat ten minste de vaststelling van de strategienota en van de meerjarenraming.

15.4.       De Bondsraad komt in buitengewone vergadering bijeen binnen vier weken nadat ten minste eentiende gedeelte van de Bondsraadsleden, onder opgave van de te bespreken onderwerpen, daartoe bij de Directie een schriftelijk verzoek heeft ingediend. Geeft de Directie aan een zodanig verzoek niet binnen twee weken gevolg, dan hebben de verzoekers recht, om op kosten en zonodig ten kantore van de bond, zelf tot het beleggen van de verzochte vergadering over te gaan.

              In dat geval is de Directie gehouden alle middelen die haar ten dienste staan en die zijzelf voor het bijeenroepen van de vergadering zou moeten aanwenden zonder berekening van kosten ter beschikking van de verzoekers te stellen.

              Voor het overige is artikel 16, lid 1 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de vergadering geen andere onderwerpen behandelt dan vermeld zijn in het desbetreffende verzoek.

15.5.       Aan de eis van schriftelijkheid van het verzoek bedoeld in lid 4 wordt eveneens voldaan indien het verzoek elektronisch is vastgelegd.

Artikel 16.

16.1.       De bijeenroeping van de vergaderingen geschiedt door de Directie, dan wel door de OC of de Raad van Toezicht - met uitzondering van het geval bedoeld in artikel 15, lid 4 - en wel door middel van een voor de vergadering aan alle Bondsraadsleden toe te zenden agenda, tevens bevattende tijd en plaats van de vergadering. De oproepingstermijn bedraagt drie weken, tenzij de statuten anders bepalen. Tevens wordt ook in de verenigingsbladen mededeling gedaan van tijd en plaats van de vergadering en van de globale inhoud van de agenda.

              De bijeenroeping kan ook schriftelijk geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het daartoe door het betreffende bondsraadslid bekend gemaakte adres.

16.2.       Het opstellen van de agenda, het voorbereiden van de vergadering en - onverminderd het bepaalde in artikel 17 lid 1 - het voorzien in het voorzitterschap en het secretariaat van de Bondsraadsvergadering geschieden door de OC in overleg met de Raad van Toezicht en de Directie.

16.3.       Zowel leden van de Bondsraad, de Raad van Toezicht als de Directie hebben het recht punten op de agenda te doen plaatsen, mits deze vóór een door de OC te bepalen datum zijn ingediend. Na deze datum ontvangen voorstellen worden aangemerkt als urgentievoorstel.

16.4.       Voorstellen die na de in lid 3 bedoelde datum zijn ingediend, kunnen slechts op de agenda worden geplaatst, als een meerderheid van ten minste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen hiermede instemt.

16.5.       De agenda van de bondsraadsvergadering wordt door de Bondsraad aan het begin van elke vergadering definitief vastgesteld. Over zaken die niet op de agenda zijn geplaatst kan geen beslissing worden genomen.

Artikel 17.

17.1.       Vergaderingen van de Bondsraad worden voorgezeten door de voorzitter van de OC. Secretaris van de vergadering is de secretaris van de OC.

17.2.       Alle bondsraadsleden hebben het recht om tijdens de vergadering het woord te voeren.

              Gerechtigd tot spreken zijn ook de ereleden, de leden van de Raad van Toezicht en van de Directie.

              Indien daartoe aanleiding bestaat, is de voorzitter van de vergadering bevoegd met toestemming van de Bondsraad ook anderen over het aan de orde zijnde agendapunt het woord te verlenen.

17.3.       De vergaderingen van de Bondsraad zijn openbaar, tenzij de Bondsraad besluit met een meerderheid van ten minste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen, dat een vergadering geheel of voor wat een bepaald agendapunt betreft niet openbaar is.

17.4.       Bij een niet-openbare vergadering hebben behalve de leden van de Bondsraad slechts ereleden, leden van de Raad van Toezicht (voor zover zij niet geschorst zijn), van de Directie (voor zover zij niet geschorst zijn), en zij, die daartoe uitdrukkelijk toestemming van de vergadering hebben, het recht de vergadering bij te wonen.

17.5.       In een niet-openbare vergadering kan geen besluit worden genomen over de in artikel 13 genoemde onderwerpen.

Artikel 18.

18.1.       Ieder bondsraadslid heeft in de bondsraadsvergadering één stem. Stemmen bij volmacht is niet toegestaan. Bij het vaststellen van het resultaat van de stemming worden blanco stemmen dan wel onthoudingen geacht niet te zijn uitgebracht, behoudens het bepaalde in lid 4 van dit artikel.

18.2.       De Bondsraad besluit met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen voor zover in deze statuten niet anders is bepaald.

18.3.       Indien over enig voorstel geen stemming wordt verlangd, wordt het geacht met algemene stemmen te zijn aangenomen. De voorzitter maakt daarvan ter vergadering melding.

18.4.       Een voorstel wordt geacht te zijn verworpen indien het aantal blanco stemmen dan wel onthoudingen groter is dan het totaal aantal stemmen dat voor en tegen het voorstel is uitgebracht.

18.5.       Stemming over zaken geschiedt door handopsteken of met daartoe uitgereikte stemkaarten, tenzij ten minste vijf bondsraadsleden hoofdelijke stemming verlangen.

18.6.       Bij staking van stemmen over zaken vindt in dezelfde vergadering op een nader door de voorzitter te bepalen tijdstip herstemming plaats door middel van hoofdelijke stemming. Indien ook in dat geval de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

18.7.       Stemming over personen geschiedt schriftelijk met gesloten en ongetekende stembiljetten.

18.8.       Bij stemming over personen kan op evenveel verschillende personen worden gestemd als er vacatures zijn.

              Stembiljetten zijn ongeldig wanneer daarop op meer personen is gestemd dan er vacatures zijn. Het is wel toegestaan om op minder personen te stemmen dan er vacatures zijn. De personen die de meeste stemmen krijgen zijn benoemd, althans zoveel van hen als het aantal te vervullen vacatures bedraagt. Indien op meer personen een gelijk aantal stemmen is uitgebracht, maar het aantal nog te vervullen vacatures kleiner is, dient een herstemming tussen deze personen te worden georganiseerd.

Artikel 19.

19.1.       Een besluit, genomen in een vergadering waar minder dan eenderde deel van het aantal zitting hebbende bondsraadsleden op het moment van stemming aanwezig is, kan door de OC binnen acht weken na het nemen van het besluit voor vernietiging tijdens de daaropvolgende bondsraadsvergadering worden voorgedragen.

19.2.       Een voordracht wordt steeds gedaan, indien binnen twee weken nadat de besluitenlijst van de betreffende vergadering is toegezonden, een daartoe strekkend verzoek wordt ingediend door ten minste tien leden van de Bondsraad, door de Raad van Toezicht of door de Directie.

              Van een dergelijke voordracht tot vernietiging stelt de OC de Bondsraad binnen twee weken na ontvangst van het verzoek op de hoogte.

19.3.       Een voordracht tot vernietiging heeft schorsende werking.

Artikel 20.

20.1.       Van het verhandelde in de Bondsraadsvergadering worden binnen vier weken de ontwerp-notulen en een ontwerp-besluitenlijst opgesteld en aan de Bondsraadsleden toegezonden.

20.2.       De besluitenlijst en de notulen worden, zo mogelijk, in de eerstvolgende vergadering door de Bondsraad vastgesteld.

20.3.       De voorzitter en de secretaris van de Bondsraadsvergadering kunnen een verklaring afgeven ten blijke van de in de betreffende vergadering genomen besluiten.

Artikel 21.

Het bepaalde in de artikelen 15 tot en met 20 wordt nader uitgewerkt in een door de Bondsraad vast te stellen vergaderreglement.

 
omhoogomhoog

IV. Bestuur in de zin van de wet en toezicht daarop

Artikel 22.

22.1.       De bond wordt bestuurd door een Directie bestaande uit één of meer natuurlijke personen, onder toezicht van een Raad van Toezicht.

22.2.       Ingeval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de Directie zullen de overblijvende leden van de Directie, respectievelijk zal het enig overblijvende lid van de Directie met het bestuur zijn belast; ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van de Directie respectievelijk het enig lid van de Directie, berust het bestuur tijdelijk bij de Raad van Toezicht.

              De Raad van Toezicht is bij ontstentenis of belet van alle leden van de Directie verplicht zo spoedig mogelijk in het bestuur te voorzien.

 
omhoog

V. Raad van Toezicht

A. SAMENSTELLING, VERKIEZING EN ZITTINGSDUUR.

Artikel 23.

23.1.       De Raad van Toezicht bestaat uit een door de Bondsraad te bepalen aantal van ten minste zeven en ten hoogste negen leden. De leden van de Raad van Toezicht worden door de Bondsraad uit de gewone leden van de bond gekozen. Periodiek treedt een deel van de Raad van Toezicht af, volgens een door de Raad van Toezicht vast te stellen rooster.

23.2.       Indien het aantal leden van de Raad van Toezicht daalt beneden het vastgestelde aantal, blijft De Raad van Toezicht bevoegd tot de eerstvolgende Bondsraadsvergadering, waarin in de vacature(s) kan worden voorzien. Een vacante functie van voorzitter wordt vervuld door de vice-voorzitter totdat de Bondsraad in de vacature heeft voorzien. Een vacante functie van vice-voorzitter wordt vervuld door een - door De Raad van Toezicht aan te wijzen - lid van de Raad van Toezicht totdat de Bondsraad in de vacature heeft voorzien. Indien alle functies van de Raad van Toezicht vacant zijn, is de OC gehouden zo spoedig mogelijk alle maatregelen te nemen, die zij nodig acht om een tijdelijke Raad van Toezicht in te stellen; leden van de OC kunnen geen zitting nemen in een tijdelijke Raad van Toezicht.

23.3.       De voorzitter en de vice-voorzitter worden in functie verkozen.

              De voorzitter van de Raad van Toezicht is de voorzitter van de bond.

Artikel 24.

24.1.       De verkiezingen van de leden van de Raad van Toezicht vinden plaats in de najaarsvergadering van de Bondsraad in het jaar waarin de vacature(s) in de Raad van Toezicht ontstaan.

24.2.       Tussentijdse verkiezingen van de Raad van Toezicht vinden plaats, wanneer de situatie bedoeld in artikel 23, lid 2 zich voordoet dan wel wanneer de Raad van Toezicht dergelijke verkiezingen nodig acht.

              Bij deze verkiezingen wordt alleen in de open plaatsen voorzien. Het hierna in dit artikel bepaalde is op tussentijdse verkiezingen van overeenkomstige toepassing.

24.3.       De Raad van Toezicht draagt tijdig kandidaat-leden voor de Raad van Toezicht aan de Bondsraad voor door middel van een schriftelijke voordracht. Een voordracht als hiervoor omschreven is niet bindend.

              Voor het opstellen van een voordracht als bedoeld in dit artikel, laat de Raad van Toezicht zich adviseren door een commissie uit haar midden, waaraan vanuit de AC één lid (en één plaatsvervangend lid) als stemhebbend lid en vanuit de Directie één vertegenwoordiger als adviserend lid worden toegevoegd. De betrokken leden van de AC handelen zonder last of ruggespraak. Zij zijn strikte vertrouwelijkheid verschuldigd over alles wat zij in het kader van die taak zullen horen of zien.

24.4.       Uiterlijk vier weken voor de verkiezingen van de Raad van Toezicht stelt de OC de leden van de Bondsraad schriftelijk in kennis van de kandidatenlijst.

24.5.       De voordrachten als bedoeld in lid 4 van dit artikel kunnen meer kandidaat-leden van de Raad van Toezicht bevatten dan het aantal te verkiezen leden van de Raad van Toezicht groot is.

              Voor zover van toepassing dient uit de voordrachten te blijken welke kandidaten worden voorgedragen voor de functie van voorzitter en/of vice-voorzitter.

24.6.       Indien bij de aanvang van de Bondsraadsvergadering waarin de verkiezingen van de Raad van Toezicht zullen plaatsvinden blijkt, dat het aantal kandidaat-leden van de Raad van Toezicht op de kandidatenlijst als bedoeld in lid 4 gelijk is aan of kleiner is dan het aantal te vervullen vacatures, dient desondanks een verkiezing plaats te vinden, zulks overeenkomstig het bepaalde in artikel 18.

              Indien een kandidaat voor de functie van voorzitter of vice-voorzitter niet in de desbetreffende functie wordt verkozen, kan hij tot lid van de Raad van Toezicht zonder deze functie worden verkozen.

24.7.       De bepalingen van dit artikel, alsmede de selectiecriteria voor kandidaatstelling, worden nader uitgewerkt in een door de Bondsraad vast te stellen verkiezingsreglement van de Raad van Toezicht.

24.8.       Personen in dienst van de bond kunnen geen lid van de Raad van Toezicht zijn.

Artikel 25.

25.1.       Een lid van de Raad van Toezicht kan bij besluit genomen met ten minste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen door de Bondsraad worden geschorst of ontslagen, echter niet dan na gehoord te zijn door de Bondsraad of - op verzoek van het desbetreffende lid van de Raad van Toezicht - door een commissie uit de Bondsraad.

25.2.       Een schorsing, die niet binnen zes maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

Artikel 26.

26.1.       Een lid van de Raad van Toezicht treedt in functie op het moment dat de bondsraadsvergadering waarin zijn verkiezing heeft plaatsgevonden, wordt gesloten.

26.2.       Een lid van de Raad van Toezicht treedt uiterlijk in de najaarsvergadering van de Bondsraad in het vierde jaar na zijn verkiezing af.

26.3.       Het aftredend lid van de Raad van Toezicht kan eenmaal herkiesbaar worden gesteld, behoudens het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel.

26.4.       Na twee opeenvolgende termijnen kan men gedurende vier jaar niet opnieuw herkiesbaar worden gesteld.

26.5.       Bij de verkiezing van een zittend lid van de Raad van Toezicht tot voorzitter vangt de in lid 4 bedoelde periode van voren af aan, zodat de voorzitter vanaf het moment van verkiezing tot voorzitter ten hoogste acht jaren in functie kan blijven.

26.6.       Wie als lid van de Raad van Toezicht optreedt ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt voor de eerste maal af, wanneer het lid van de Raad van Toezicht wiens plaats hij inneemt, had moeten aftreden.

              Voor het overige is het derde lid van dit artikel van toepassing.

26.7.       Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht eindigt voorts:

              a.       door bedanken;

              b.       door het eindigen van het lidmaatschap van de bond;

              c.       door indiensttreding bij de bond.

B. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN DE RAAD VAN TOEZICHT.

Artikel 27.

27.1.       De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van de Directie en op de algemene gang van zaken in de bond en de met hem verbonden instellingen. Hij staat de Directie met raad ter zijde. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de bond en de met hem verbonden instellingen.

27.2.       De Raad van Toezicht heeft onder meer de volgende taken en bevoegdheden:

              a.       het jaarlijks goedkeuren van de strategienota, welke de strategische hoofdlijnen van beleid bevat voor steeds een periode van drie jaren, en deze ter vaststelling voor te leggen aan de Bondsraad;

              b.       het jaarlijks vaststellen van het jaarplan binnen de kaders van de door de Bondsraad vastgestelde strategienota;

              c.       het jaarlijks goedkeuren van de meerjarenraming, waarin opgenomen de investeringsbegroting en de hoogte van de contributie voor de gewone en voor de buitengewone leden, voor een periode van drie jaren, en deze ter vaststelling voor te leggen aan de Bondsraad;

              d.       het jaarlijks goedkeuren van de jaarbegroting, welke een gedetailleerd overzicht bevat van de te verwachten inkomsten en uitgaven binnen de kaders van de door de Bondsraad vastgestelde meerjarenraming;

              e.       het beoordelen van managementrapportages en financiële kwartaalrapportages van de Directie;

              f.        het jaarlijks vaststellen van de evaluatienota, over de voortgang van de in de strategienota en in het jaarplan voorgenomen activiteiten, en deze ter goedkeuring voor te leggen aan de Bondsraad;

              g.       het jaarlijks goedkeuren van de door de Directie opgestelde jaarrekening.

27.3.       De Raad van Toezicht heeft te allen tijde toegang tot de gebouwen en terreinen in gebruik bij dan wel van de bond; dit recht komt ook toe aan elk lid afzonderlijk.

              De Raad van Toezicht heeft te allen tijde recht op inzage van alle boeken en bescheiden en tot het opnemen van alle goederen, in gebruik bij dan wel van de bond.

C. VERGADERINGEN.

Artikel 28.

28.1.       De Raad van Toezicht vergadert zo dikwijls als de voorzitter of ten minste drie andere leden van de Raad van Toezicht dit nodig oordelen.

28.2.       De bijeenroeping van de vergaderingen van de Raad van Toezicht geschiedt door middel van een ten minste één week voor de vergadering aan alle leden van de Raad van Toezicht toe te zenden agenda, tevens bevattende tijd en plaats van de vergadering.

28.3.       De Raad van Toezicht besluit met meerderheid van geldig uitgebrachte stemmen. Artikel 18, lid 1 en de leden 3 tot en met 8 zijn van overeenkomstige toepassing.

28.4.       Leden van de Directie hebben, behoudens bijzondere gevallen ter beoordeling van de Raad van Toezicht, toegang tot de vergaderingen van de Raad van Toezicht. In deze vergaderingen kunnen zij een adviserende stem uitbrengen. Leden van de Directie kunnen zich ter vergadering laten bijstaan door medewerkers van de bond.

28.5.       De Raad van Toezicht kan ook anderen dan de in lid 4 bedoelde personen toelaten tot zijn vergaderingen. Aldus ter vergadering toegelaten personen hebben geen stemrecht.

28.6.       Van elke vergadering van de Raad van Toezicht wordt een ontwerp-verslag opgesteld, dat in de eerstvolgende vergadering van de Raad van Toezicht ter vaststelling wordt geagendeerd.

 
omhoog

VI. De Directie

A. BENOEMING, SCHORSING EN ONTSLAG VAN DE LEDEN VAN DE DIRECTIE.

Artikel 29.

29.1.       De leden van de Directie worden door de Bondsraad benoemd en kunnen door hem te allen tijde worden geschorst en ontslagen, een en ander met inachtneming van het hierna in dit artikel bepaalde. Het lidmaatschap van de Directie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de Raad van Toezicht en dat van de Bondsraad. Het aantal leden van de Directie wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht.

29.2.       Indien moet worden overgegaan tot de benoeming van een lid van de Directie kan de Raad van Toezicht een bindende voordracht opmaken van een of meer personen. Een voordracht wordt in de oproep tot de vergadering van de Bondsraad, waarin de benoeming aan de orde wordt gesteld, opgenomen. Voor een dergelijke vergadering geldt, in afwijking van artikel 16 lid 1 van de statuten een oproepingstermijn van een week.

29.3.       Aan een voordracht als bedoeld in lid 2 van dit artikel kan de Bondsraad steeds het bindend karakter ontnemen bij een besluit, genomen met een meerderheid van ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste tweederde van het aantal Bondsraadsleden aanwezig is. Is in een vergadering van de Bondsraad niet ten minste tweederde van het aantal Bondsraadsleden aanwezig, dan zal een tweede vergadering worden bijeengeroepen, te houden binnen dertig dagen na de eerste, welke vergadering een besluit als in de vorige zin bedoeld kan nemen, mits met een meerderheid van ten minste tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen. Indien de Bondsraad aan een voordracht het bindende karakter heeft ontnomen, zal de Raad van Toezicht telkens voor de desbetreffende vacature in de gelegenheid worden gesteld een nieuwe bindende voordracht als bedoeld in dit artikel op te maken.

29.4.       Indien een voordracht, als bedoeld in lid 2 ontbreekt, is de Bondsraad vrij in zijn keuze.

29.5.       Het salaris en de verdere arbeidsvoorwaarden van de leden van de Directie worden door de Raad van Toezicht vastgesteld.

Artikel 30.

30.1.       Een besluit tot schorsing of ontslag van een lid van de Directie kan, anders dan op voorstel van de Raad van Toezicht, door de Bondsraad slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste tweederde van het aantal bondsraadsleden aanwezig is. De Raad van Toezicht is ook bevoegd tot schorsing van een lid van de Directie.

30.2.       Indien hetzij de Raad van Toezicht, hetzij de Bondsraad een lid van de Directie heeft geschorst dient de Bondsraad binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten hetzij tot ontslag, hetzij tot opheffing of handhaving der schorsing; bij gebreke daarvan vervalt de schorsing. Een besluit tot handhaving van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan alsdan ten hoogste worden gehandhaafd voor drie maanden ingaande op de dag, waarop de Bondsraad het besluit tot handhaving heeft genomen.

              Indien de Bondsraad niet binnen de in de vorige zin gestelde termijn tot ontslag of tot opheffing der schorsing heeft besloten, vervalt de schorsing.

30.3.       Een geschorst lid van de Directie wordt in de gelegenheid gesteld zich in de Bondsraad te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te doen bijstaan.

B. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN DE DIRECTIE.

Artikel 31.

31.1.       Behoudens beperkingen volgens de statuten is de Directie belast met het besturen van de bond.

31.2.       De Directie heeft onverminderd het in lid 1 gestelde onder meer tot taak:

              a.       het opstellen en jaarlijks bijstellen van de strategienota, welke de strategische hoofdlijnen van beleid bevat voor steeds een periode van drie jaren, en deze ter goedkeuring voor te leggen aan de Raad van Toezicht;

              b.       het jaarlijks opstellen van het jaarplan binnen de kaders van de door de Bondsraad vastgestelde strategienota en dit ter vaststelling voor te leggen aan de Raad van Toezicht;

              c.       het jaarlijks opstellen van de meerjarenraming waarin opgenomen de investeringsbegroting en de hoogte van de contributie voor de gewone en voor de buitengewone leden voor een periode van drie jaren en deze ter goedkeuring voor te leggen aan de Raad van Toezicht;

              d.       het jaarlijks opstellen van de jaarbegroting welke een gedetailleerd overzicht bevat van de te verwachten inkomsten en uitgaven binnen de kaders van de door de Bondsraad vastgestelde meerjarenraming en deze ter goedkeuring voor te leggen aan de Raad van Toezicht.

              e.       het opstellen van managementrapportages en financiële kwartaalrapportages en deze ter beoordeling voor te leggen aan de Raad van Toezicht;

              f.        het jaarlijks opstellen van de evaluatienota over de voortgang van de in de strategienota en in het jaarplan voorgenomen activiteiten en deze ter vaststelling voor te leggen aan de Raad van Toezicht;

              g.       het jaarlijks opstellen van de jaarrekening en deze ter goedkeuring voor te leggen aan de Raad van Toezicht alsmede ter vaststelling voor te leggen aan de Bondsraad.

31.3.       De Directie verschaft de Raad van Toezicht tijdig de gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede uitoefening van de taak van de Raad van Toezicht.

31.4.       De Directie is, slechts met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de bond zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen derden beroep worden gedaan.

31.5.       De Directie is bevoegd tot het doen van uitgaven, echter slechts op basis van een door de Raad van Toezicht goedgekeurde begroting, onverminderd het bepaalde in lid 6 van dit artikel.

31.6.       De Directie behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht voor besluiten tot:

              a.       substitutie van begrotingsposten die niet tot uitvoering zijn gekomen of zullen komen ingeval deze substitutie een afwijking van het vastgestelde beleid zou kunnen inhouden of ten gevolge hebben;

              b.       de uitgifte van schuldbrieven ten laste van de bond;

              c.       het aangaan of verbreken van een duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon dan wel als volledig aansprakelijke vennoot in een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de bond;

              d.       het beëindigen van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen kort tijdsbestek dan wel een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden of voorwaarden van een aanmerkelijk aantal werknemers;

              e.       het aangaan van kredietovereenkomsten met banken en andere kredietinstellingen ten behoeve van en ten laste van de bond;

              f.        het aanvragen van faillissement en surseance van betaling met betrekking tot de bond, welk besluit tevens de voorafgaande goedkeuring behoeft van de Bondsraad;

              g.       het oprichten van en deelnemen in, dan wel het wijzigen van de deelneming in andere rechtspersonen;

              h.       het ontplooien van verstrekkende activiteiten, vallende onder het doel van de bond, welke voordien door de bond nog niet in belangrijke mate werden uitgeoefend, alsmede het beëindigen van dergelijke verstrekkende activiteiten;

              i.        het aangaan van andere rechtshandelingen dan hiervoor vermeld een bedrag of waarde als door de Raad van Toezicht nader vastgesteld te bovengaande, zonder dat door splitsing van de verbintenis aan de bedoeling van deze bepaling afbreuk kan worden gedaan.

31.7.       Op het ontbreken van de in de leden 5 en 6 vereiste goedkeuring kan tegen derden geen beroep worden gedaan.

C. WERKWIJZE DIRECTIE. 

Artikel 32.

32.1.       De Raad van Toezicht stelt, op voorstel van de Directie, een reglement vast waarin de onderlinge verdeling van taken en bevoegdheden van de leden van de Directie wordt uitgewerkt.

32.2.       Voor het overige bepaalt de Directie haar eigen werkwijze.

D. VERTEGENWOORDIGING.

Artikel 33.

33.1.       Onverminderd het in het vierde lid van artikel 31 bepaalde, wordt de bond vertegenwoordigd door:

              -         hetzij de Directie;

              -         hetzij ieder lid van de Directie.

33.2.       In alle gevallen waarin de bond een tegenstrijdig belang heeft met één of meer leden van de Directie of de Raad van Toezicht kan de Bondsraad een of meer personen aanwijzen om de bond te vertegenwoordigen.

33.3.       De Directie kan aan een of meer personen, al dan niet in dienst van de bond, procuratie of anderszins doorlopende vertegenwoordigingsbevoegdheid verlenen.

 
omhoog

VII. Bondsbureau

Artikel 34.

34.1.       De bond beschikt voor de voorbereiding en uitvoering van zijn taken en verwezenlijking van zijn doelstellingen over een werkorganisatie van bezoldigde medewerkers, welke het bondsbureau genoemd wordt.

34.2.       Het bondsbureau staat onder leiding van de Directie.

 
omhoog

VIII. Geldmiddelen

Artikel 35.

35.1.       De hoogte van de contributie voor de gewone en buitengewone leden maakt deel uit van de door de Bondsraad vast te stellen meerjarenraming. Het door de Directie te voeren prijsbeleid ten aanzien van de abonnementsprijzen maakt deel uit van de door de Bondsraad vast te stellen Strategienota.

35.2.       De Directie maakt de hoogte van de contributie en de abonnementsprijzen uiterlijk zes weken voor de datum waarop deze zullen ingaan, bekend door publicatie in de verenigingsbladen en op de website.

35.3.       a.       Zolang in enig verenigingsjaar de begroting voor dat jaar nog niet is vastgesteld, mag er door de Directie beschikt worden over een evenredig deel van de bedragen, welke op de overeenkomstige posten van de laatst vastgestelde begroting, met inbegrip van de goedgekeurde wijzigingen daarop, zijn geraamd en welke tot de normale huishouding behoren.

              b.       Mocht in de loop van een verenigingsjaar blijken dat de voor dat verenigingsjaar vastgestelde begroting wijziging behoeft, dan is de Directie bevoegd een gewijzigde begroting op te maken. De gewijzigde begroting behoeft de goedkeuring van de Raad van Toezicht.

 
omhoog

IX. Accountant

Artikel 36.

De bond verleent aan een accountant als bedoeld in artikel 2:393 Burgerlijk Wetboek de opdracht om de door de Directie opgemaakte jaarrekening te onderzoeken overeenkomstig het bepaalde in lid 3 van dat artikel.

Tot het verlenen van de opdracht is de Bondsraad bevoegd. Gaat deze daartoe niet over, dan is de Raad van Toezicht bevoegd of, zo tijdelijk geen leden van de Raad van Toezicht in functie zijn of de Raad van Toezicht in gebreke blijft, de Directie.

De aan de accountant verleende opdracht kan te allen tijde worden ingetrokken door de Bondsraad alsook door degene die de opdracht heeft verleend; de door de Directie verleende opdracht kan bovendien door de Raad van Toezicht worden ingetrokken.

De accountant brengt omtrent zijn onderzoek verslag uit aan de Raad van Toezicht en de Directie en geeft de uitslag van zijn onderzoek in een verklaring weer.

Het verslag en de verklaring worden aan de Bondsraad ter kennisneming toegezonden voordat de jaarrekening door de Bondsraad kan worden vastgesteld.

 
omhoog

X. Reglementen

Artikel 37.

37.1.       Aangelegenheden van de bond, waarin de statuten niet voorzien, worden voor zover nodig geregeld bij reglementen, welke - tenzij anders bepaald - door de Bondsraad al dan niet op voorstel van de Raad van Toezicht of de OC worden vastgesteld en gewijzigd en welke geen bepalingen mogen bevatten die in strijd zijn met de wet of met deze statuten.

37.2.       Een reglement of een wijziging daarvan wordt - tenzij anders bepaald - van kracht terstond na afloop van de vergadering waarin de vaststelling of wijziging heeft plaatsgevonden.

37.3.       Bij verschil van mening over de uitleg van een reglement beslist de Raad van Toezicht.

 
omhoog

XI. Statutenwijziging

Artikel 38.

38.1.       In de statuten van de bond kan geen wijziging worden gebracht dan door een besluit van de Bondsraad. In de oproep tot de daartoe te houden vergadering wordt mededeling gedaan dat in die vergadering wijzigingen in de statuten zullen worden voorgesteld. Bij de oproep worden de beoogde wijzigingen, vergezeld van een toelichting, toegezonden.

              De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering bedraagt ten minste vier weken.

38.2.       Een voorstel tot wijziging van de statuten wordt niet gedaan, dan nadat daarover het advies van de Ondernemingsraad is ingewonnen.

              Het uitgebrachte advies wordt tegelijk met het voorstel aan de Bondsraad ter kennis gebracht.

38.3.       Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin ten minste tweederde van de zitting hebbende bondsraadsleden aan de stemming heeft deelgenomen.

38.4.       Neemt minder dan tweederde van de zitting hebbende bondsraadsleden aan de stemming deel, dan wordt een tweede vergadering schriftelijk bijeen geroepen, die niet eerder dan vier weken en niet later dan acht weken na de eerste vergadering gehouden wordt. In deze tweede vergadering kan over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aan de stemming deelnemende bondsraadsleden, worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen.

38.5.       Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.

38.6.       Tot het doen verlijden van de akte is ieder lid van de Directie bevoegd.

 
omhoog

XII. Ontbinding

Artikel 39.

39.1.       De bond kan worden ontbonden door een besluit van de Bondsraad. Het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 van artikel 38 is van overeenkomstige toepassing.

39.2.       Na het in lid 1 bedoelde besluit behouden de statuten, ook met betrekking tot de voorziening in vacatures, overeenkomstige toepassing.

39.3.       De Directie die op het tijdstip van ontbinding in functie is, treedt op als vereffenaar onder toezicht van de Raad van Toezicht.

39.4.       Bij het besluit tot ontbinding beslist de Bondsraad welke bestemming aan het batig saldo wordt gegeven, nadat alle verplichtingen zijn vereffend en rekening gehouden is met de sociale belangen van Directie en medewerkers van de bond.

              Deze bestemming dient zoveel mogelijk aan te sluiten bij de doelstellingen van de bond.

 
omhoog