Optische zoom en digitale zoom
Er zijn fotocamera's met 3 keer zoom, maar er zijn er ook met 30 keer zoom. Dat optische zoombereik kan verlengd worden met digitale zoom. Maar wat betekent dat eigenlijk, optische zoom en digitale zoom?
Inzoomen betekent dat je het onderwerp in beeld dichterbij haalt zonder dat je dichterbij gaat staan. De knop of hendel voor in- en uitzoomen bedien je met je duim of wijsvinger. Bij camera's met een verwisselbare lens moet je draaien aan de lens om in- en uit te zoomen.
Optisch zoomen heeft de voorkeur boven digitaal zoomen, maar digitaal zoomen is niet altijd een probleem.
Optische zoom
Bij optisch inzoomen bewegen de verschillende lensdelen ten opzichte van elkaar. Meestal kun je drie verschillende aanduidingen vinden die aangeven hoe ver je optisch in- en uit kunt zoomen:
- De zoomfactor, bijvoorbeeld 3x zoom. Deze wordt berekend door de hoogste waarde van het zoombereik te delen door de laagste waarde van het zoombereik. Let niet alleen op de zoomfactor, maar zeker ook op de beginwaarde van het zoombereik. Hoe lager die waarde, des te meer er op één foto past.
- Het zoombereik wordt meestal vóór op de lens vermeld, bijvoorbeeld 6.3-18.9 mm. Die waarden zijn lastig te interpreteren en meestal niet bruikbaar om camera's te vergelijken.
- Daarom wordt het zoombereik meestal omgerekend naar de oude standaard uit de tijd dat er nog geen digitale camera's waren: het kleinbeeldequivalent. Bij de meeste compactcamera's moet je de waarden die op de lens staan vermenigvuldigen met 5,6. In het voorbeeld kom je dan op ongeveer 35 - 105 mm. De vermenigvuldigingsfactor is afhankelijk van de grootte van de sensor.
Die oude standaard geeft houvast. Zo komen foto's die gemaakt zijn met een 50mm-lens het meest overeen met hoe we zelf zien: de standaardlens. Bij een supergroothoeklens van 24 mm komt heel veel in beeld. Lenzen van zo'n 85 tot 100 mm zijn juist weer geschikt als portretlens. Vanaf 200 mm heb je te maken met een telelens.
Verder uitzoomen geeft een o.a. een groter diepte-effect. Ver inzoomen maakt de foto steeds vlakker: alles lijkt dichterbij elkaar te staan. Er zijn compactcamera's die in kunnen zoomen tot wel 840 mm. Daarmee kan je een persoon van 1 meter 80 van een afstand van 40 meter beeldvullend in beeld krijgen (zie grafiek). De vraag is wel of de foto dan scherp is. Het is zaak de camera in zo'n geval heel goed te ondersteunen.
Digitale zoom
Aan het einde van het optische zoombereik van een camera begint het digitale zoombereik. Vroeger betekende digitaal zoomen per definitie kwaliteitsverlies, omdat er bij digitaal zoomen altijd tussengelegen pixels bij gerekend moesten worden. Dat is tegenwoordig niet altijd meer zo.
Hoever je kunt inzoomen zonder kwaliteitsverlies, hangt af van de instelling van de resolutie. Meestal staat de camera ingesteld op de maximale resolutie. Dan betekent digitaal inzoomen altijd dat je kwaliteit verliest. Maar als je een 14-megapixelcamera hebt en je vindt 10 of 8 megapixel ook wel voldoende, dan hoeven er geen pixels berekend te worden.
Het 'teveel' aan megapixels in de camera wordt gebruikt om tijdens het fotograferen digitaal in te zoomen. Feitelijk is dat hetzelfde als het achteraf bijsnijden van de foto. Tenzij het digitaal zoomen te ver gaat, zodat er wel weer pixels berekend moeten worden. Dat betekent kwaliteitsverlies. Zie het fictieve voorbeeld in de afbeelding.
