Meest recente testupdate: 23 mei 2012
Extra informatie
 

Woordenlijst

Veel termen en begrippen rondom de belastingaangifte zijn al helemaal ingeburgerd, maar wat betekenen ze nu precies? De Consumentenbond zet het voor je op een rij.

 
Aangifte

Opgave aan de fiscus van je belastbare inkomen.

Aangiftesoftware

Computerprogramma voor een digitale belastingaangifte.

Aanslag

Een biljet waarop staat hoeveel je belastbare inkomen is en of je belasting moet betalen of terugkrijgt. Is vaak gebaseerd op je belastingaangifte.

Aanslaggrens

De grens die de fiscus hanteert voor het wel of niet krijgen van een aanslag. Voor de inkomstenbelasting krijg je een aanslag als de verschuldigde belasting en premies minus de eerdere inhoudingen (loonheffing, dividendbelasting) deze aanslaggrens overtreffen.

Aftrekpost

Bedrag dat je van je inkomen mag aftrekken, zodat het belastbare inkomen vermindert.

Algemene compensatieregeling

Fiscale regel uit het belastingverdrag tussen Nederland en België. Als je in Nederland woont maar in België in loondienst werkt, betaal je in België belasting over je loon en heb je in Nederland geen inkomen. Je hebt dan geen voordeel van bepaalde aftrekposten, zoals de inkomsten uit eigen woning en de persoonsgebonden aftrek. Op grond van de compensatieregeling wordt je feitelijke belastingsituatie onder voorwaarden vergeleken met wat je in Nederland aan belasting zou betalen als je inkomsten in Nederland zouden zijn belast; het verschil krijg je uitbetaald.

Algemene heffingskorting

Heffingskorting (zie Heffingskorting) waar iedereen recht op heeft.

Alimentatie (partner en kind)

Bijdrage aan ex-partner of kind na een scheiding. Partneralimentatie is de onderhoudsbijdrage die je aan je ex-echtgenoot moet betalen; deze is als persoonsgebonden aftrekpost aftrekbaar bij degene die haar betaalt en belast in box 1 voor wie haar ontvangt. Kinderalimentatie is het bedrag dat een scheidende ouder op basis van zijn onderhoudsverplichting verschuldigd is. Deze alimentatie is niet aftrekbaar bij de betalende ouder en tegelijkertijd ook niet belast bij de ontvangende ouder of het kind. De betalende ouder kan wel recht hebben op de aftrekpost levensonderhoud van kinderen.

Alleenstaande-ouderkorting

Heffingskorting (zie Heffingskorting) voor alleenstaande ouderen die aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Ambtshalve aanslag

Aanslag die de fiscus je kan opleggen als je na een aanmaning je aangifte niet tijdig indient. Voor zo'n ambtshalve aanslag baseert de fiscus zich op een geschat belastbaar inkomen.

AOW franchise

Dit is het deel van je salaris waarover je geen pensioen opbouwt, omdat het pensioenfonds er rekening mee houdt dat je vanaf je 65e AOW ontvangt.

Arbeidskorting

Heffingskorting (zie Heffingskorting) voor mensen die met arbeid inkomsten verwerven, onder bepaalde voorwaarden.

Auto van de zaak

Auto waarvoor de werkgever alle eraan verbonden kosten voor zijn rekening neemt. Dus ook als de auto privé-eigendom is! Dit geldt ook voor de lease-auto die eigendom van de leasemaatschappij is.

Beloning van derden

Al hetgeen je in samenhang met je dienstbetrekking van derden ontvangt. Denk aan steekpenningen, vergoedingen van relaties van je werkgever en dergelijke. Deze beloningen zijn voor jou belast. Ze zijn niet in je jaaropgaaf verwerkt; je moet ze als resultaat uit overige werkzaamheden aangeven.

Bijleenregeling

De bijleenregeling betekent dat je geacht wordt de behaalde overwaarde uit je oude eigen woning te gebruiken bij de aankoop van je nieuwe (duurdere) woning. Voor het restant kun je een lening met aftrekbare rente nemen. De overwaarde is wat overblijft van de verkoopsom na aftrek van de (hypotheek)schuld op je woning en de kosten bij het verkopen van je eigen woning.

Bijzonder loon

Bijzondere inkomsten uit werk, zoals een eenmalige bonus, vakantiegeld of overwerk

Blooteigendom

De eigendom van een goed, waarbij aan een ander een gebruiksrecht is toegekend, zodat niet volledig over het goed kan worden beschikt. Bijvoorbeeld de eigendom van een woning met daarop een vruchtgebruik gevestigd, is geen volle eigendom maar slechts blooteigendom.

Boxhoppen

Het vrij kort achter elkaar heen en weer schuiven van vermogen tussen de verschillende inkomensboxen met als doel belastingbesparing. De fiscus kent enkele maatregelen om boxhoppen tegen te gaan.

Bruto inkomen

Inkomen dat niet is verminderd met belasting.

Cassatieberoep

Beroep tegen een uitspraak van een gerechtshof bij de Hoge Raad. Cassatie is alleen mogelijk als het Hof rechtsregels heeft geschonden. Puur feitelijke kwesties kun je dus niet aan de Hoge Raad voorleggen. Zo kun je ook geen nieuwe feiten aanvoeren.

Co-ouderschap

Gezamenlijke opvoeding van kinderen door gescheiden ouders. De kinderen verblijven dan ongeveer de helft van de tijd bij de ene ouder en de andere helft bij de andere ouder. Er is volgens de fiscus sprake van co-ouderschap als het kind tussen de drie en vier dagen per week bij elke ouder verblijft of om de week bij een van beiden. Het kind behoort het hele jaar tot het huishouden van beide ouders.

Contraverzekering

Een soort tegenverzekering, die ervoor zorgt dat bij overlijden van de begunstigde het resterende bedrag aan de nabestaanden wordt uitgekeerd. Het is een lineair dalende risicoverzekering, die gelijk is aan het bedrag dat u in de direct ingaande lijfrente stort.

Definitieve aanslag

Aanslag over je inkomsten, meestal vastgesteld op basis van de door je ingediende aangifte inkomstenbelasting.

Defiscalisering

Het buiten de heffing van (inkomsten)belasting blijven, zoals van overbedelingsschulden en onderbedelingsvorderingen bij de wettelijke verdeling.

DGA(directeur-grootaandeelhouder)

Directeur/aandeelhouder van een bv die minimaal 50% van de aandelen of winstbewijzen bezit.

Dienstbetrekking

Er is volgens de fiscus sprake van dienstbetrekking als iemand zich verplicht heeft om enige tijd arbeid te verrichten; hij daarvoor loon ontvangt en er tussen het bedrijf en de werknemer een 'gezagsverhouding' is. Dat wil zeggen: je kunt hem opdrachten en aanwijzingen geven over het werk dat moet worden gedaan, en hij moet zich daaraan houden.

DigiD

Met DigiD kunnen burgers en bedrijven met één inlogcode bij elektronische diensten van steeds meer overheidsinstellingen (waaronder de Belastingdienst) terecht. DigiD staat voor Digitale Identiteit. Het is een gemeenschappelijk systeem van en voor de overheid.

Dividendbelasting

Belasting over de opbrengst van aandelen en winstbewijzen (voor heffing van 15% van de opbrengst). De ingehouden dividendbelasting kun je bij de aangifte verrekenen met nog te betalen belasting.

Doorwerkbonus

De doorwerkbonus motiveert belastingplichtigen om vanaf het jaar waarin zij 62 worden, door te blijven werken. Mensen die in een jaar 62 worden en werken, ontvangen deze doorwerkbonus die als heffingskorting via de aanslag inkomstenbelasting wordt toegekend. De doorwerkbonus loopt ook door na 65-jarige leeftijd.

Drempelinkomen

Je verzamelinkomen - inkomen van alle drie de boxen samen - vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten.

Durfkapitaal

Beleggingen die onder voorwaarden tot een maximum zijn vrijgesteld van belastingheffing. Dit geldt voor directe beleggingen (geldleningen) in beginnende ondernemers, indirecte beleggingen (geldleningen aan, aandelen in of winstbewijzen) in aangewezen participatiemaatschappijen en culturele beleggingen.

Duurzaam gescheiden

Je bent duurzaam gescheiden als je nog wel gehuwd bent, maar niet meer samenwoont en als deze situatie door een van jullie beiden of door jullie beiden als permanent wordt beschouwd. U bent ook duurzaam gescheiden als u trouwt en ieder uw eigen huishouding blijft voeren.

Echtscheiding

Officiële ontbinding van een huwelijk.

Eigen woning

Gebouw met ondergrond dat je, of de personen die tot je huishouden behoren, als hoofdverblijf ter beschikking staat, op grond van een eigendomsrecht of een recht van lidmaatschap van een coöperatie.

Eigenwoningforfait

Voordeel uit eigen woning dat aan de hand van een wettelijke tabel is vastgesteld en dat je bij je inkomen moet tellen. Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde (zie WOZ-waarde).

Eigenwoningregeling

Fiscale regeling voor de inkomsten en aftrekbare kosten van een eigen woning.

Eigenwoningreserve

Verschil tussen de verkoopopbrengst van je huis verminderd met de schulden en de verkoopkosten die je voor het verkochte huis had.

Eigenwoningschuld

Lening(en) die is (zijn) aangegaan ter verwerving (verbouwing of onderhoud) van de eigen woning, maar ten hoogste het bedrag gelijk aan de kosten van verwerving van de woning verminderd met de eigenwoningreserve (zie Eigenwoningreserve).

Elektronische aangifte

Belastingaangifte met behulp van de aangiftesoftware van de Belastingdienst.

Erfbelasting

Belasting op een erfrechtelijke verkrijging uit een nalatenschap.

Erfrecht

Wettelijke vaststelling wie de erfgenamen zijn en op hoeveel zij recht hebben. De regels van het erfrecht gelden als er geen testament is opgemaakt.

Executeur

Persoon die door de erflater in zijn testament is benoemd met als taak het beheren van de nalatenschap en het voldoen van de schulden in die nalatenschap. (vroeger 'executeur-testamentair')

Fictieve dienstbetrekking

Bepaalde arbeidsrelaties die fiscaal worden behandeld als een dienstbetrekking. Je behoort tot deze zogenoemde gelijkgestelden als je:

op doorgaans meer dan twee dagen per week werkt (ongeacht het aantal arbeidsuren);

de verplichting hebt persoonlijk te werken;

je voor een maand of langer hebt verplicht tot de arbeid;

een inkomen verwerft dat doorgaans ten minste 2/5 deel van het wettelijk brutominimumloon per week bedraagt. Voorbeelden van andere fictieve dienstbetrekkingen zijn onder meer thuiswerkers, artiesten, leerlingen en stagiairs, enquêteurs, oproepkrachten, huishoudelijke hulpen en alfahulpen.

Fiscaal loon

Loon voor de loonheffing, ook wel loon voor de loonbelasting/volksverzekeringen genoemd.

Fiscale oudedagreserve

Bedrag ten behoeve van de oudedagsvoorziening van een ondernemer dat voorlopig buiten de belastingheffing wordt gehouden.

Gebruikelijk loon aanmerkelijkbelanghouder

Loon dat aan je moet worden toegekend als je arbeid verricht voor een vennootschap waarin je een aanmerkelijk belang hebt; je bent bijvoorbeeld directeur-grootaandeelhouder. Dit loon moet ten minste 70% van het salaris bedragen dat voor je functie gebruikelijk zou zijn.

Gemeenschap van goederen

Huwelijk of geregistreerd partnerschap waarbij sprake is van één gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten of partners.

Gemeenschappelijke inkomensbestanddelen

Gemeenschappelijke inkomsten en uitgaven waarvan fiscale partners mogen kiezen wie van hen ze aangeeft. Ook mogen ze deze posten onderling verdelen, al is het niet mogelijk om van één inkomensbron de positieve inkomsten aan één partner toe te rekenen en de aftrekpost aan de andere partner.

Genotsrechten

Recht om een (on)roerende zaak of een vermogen te gebruiken en/of de vruchten daarvan te plukken. Genotsrechten ontstaan vaak door bijvoorbeeld een vruchtgebruiktestament. De langstlevende ouder krijgt dan het vruchtgebruik van het hele vermogen en moet de rente van schulden voor zijn/haar rekening nemen.

Geregistreerd partnerschap

Officiële leefvorm die ontstaat door bij de gemeente een officiële partnerschapshandeling te regelen. De fiscus beschouwt geregistreerde partners als gehuwd.

Gift

Bevoordeling uit vrijgevigheid.

Gouden handdruk

Schadeloosstelling bij ontslag naast en boven de rechten die een werknemer heeft op grond van een individuele of collectieve overeenkomst of op grond van enige wettelijke bepaling.

Groene beleggingen

Aandelen in, winstbewijzen van en geldleningen aan aangewezen groene fondsen waarvoor gunstige fiscale regels gelden.

Hardheidsclausule

Mogelijkheid voor de staatssecretaris van Financiën om van een wet of regel af te wijken als toepassing van die wet of regel onredelijk en onbillijk voor iemand zou uitpakken. Je kunt hierop een beroep doen.

Heffingskorting

Korting waarmee je de belasting die je verschuldigd bent over je inkomen in alle boxen samen, mag verminderen, mits je aan bepaalde voorwaarden voldoet. De hoogte ervan is afhankelijk van een aantal omstandigheden.

Heffingsvrij vermogen

Deel van het vermogen in box 3 waar geen vermogensrendementsheffing over betaald hoeft te worden.

Huurtoeslag

Tegemoetkoming in de huurkosten voor wie in verhouding tot zijn inkomen veel geld aan huur kwijt is, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Huwelijkse voorwaarden

Notarieel contract tussen gehuwden waarin zij onderlinge afspraken vastleggen in afwijking van de wettelijke gemeenschap van goederen.

Huwelijksgoederenregime

Wijze waarop gehuwden hun goederen hebben verdeeld: in gemeenschap van goederen of onder huwelijkse voorwaarden.

Hypotheek

Zakelijk recht op een registergoed (doorgaans een woning), dat in onderpand is gegeven voor de geldlening. Meestal bestemd om het onderpand te kopen.

Hypotheekrente

Rente over een hypotheekgeldlening.

Inkomen uit werk

Salaris dat je van een werkgever ontvangt, maar de fiscus rekent daartoe ook ziekengeld, pensioen, VUT-uitkering, AOW en Anw, WW, wachtgeld, IOAW en IOAZ, WIA en andere uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid, bijstandsuitkering, lijfrentetermijnen van een levensverzekeringsmaatschappij, inkomsten in natura, zoals privégebruik auto en vrij wonen, vervanging gederfd of te derven loon en nog meer.

Inkomensbestanddelen

De verschillende belastingposten die je moet aangeven.

Inkomenstoerekening

Manier waarop een (gemeenschappelijk) inkomensbestanddeel aan iemand wordt toegerekend, zoals bijvoorbeeld bepaalde inkomsten van minderjarige kinderen aan hun ouder(s).

Inkomstenbelasting

Belasting die de fiscus over je inkomen heft.

Investeringsaftrek

De investeringsaftrek is een bedrag dat een (startende) ondernemer kan aftrekken van de winst als er geïnvesteerd is in bedrijfsmiddelen. Door de investeringsaftrek wordt de winst lager en hoeft er minder belasting betaald te worden. Er zijn 3 soorten investeringsaftrek mogelijk: de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek.

Invorderingsrente

Rente die de fiscus je in rekening brengt als je een aanslag niet op tijd betaalt. Invorderingsrente kun je ook ontvangen, als een eerder door jou betaalde aanslag wordt verminderd.

Jaaropgaaf

Opgaaf van de werkgever of uitkeringsinstanties waarop staan vermeld de ingehouden loonheffing, de premies zorgverzekering, de pensioenpremies, vergoeding reiskosten woon-werkverkeer, auto van de zaak enzovoort.

Jaarruimte

Het bedrag dat u over een kalenderjaar aan lijfrentepremie mag aftrekken

Jongehandicaptenkorting

Een extra heffingskorting (zie Heffingskorting) voor wie recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en geen recht heeft op de ouderenaftrek.

Kansspelbelasting

Belasting die wordt ingehouden op prijzen die in een kansspel zoals staatsloterij, lotto of toto zijn gewonnen.

Kapitaalverzekering

Verzekering waarbij aan het eind van de looptijd het verzekerde bedrag in zijn geheel in één keer wordt uitgekeerd. Je stort hiertoe ineens of iedere maand of ieder jaar een bedrag bij een verzekeringsmaatschappij, dat vervolgens door deze maatschappij wordt belegd.

Kapitaalverzekering eigen woning

Kapitaalverzekering die, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, samen met de eigen woning in box 1 van de inkomstenbelasting valt.

Kapitaalverzekering met lijfrenteclausule

Bij deze verzekering is een kapitaal verzekerd dat op de einddatum of bij eerder overlijden vrijkomt. Dit kapitaal moet u gebruiken voor de aankoop van een lijfrente.

Kindgebonden budget

Per 1 januari 2009 is het kindgebonden budget in de plaats gekomen van de kindertoeslag. Net als de kindertoeslag is het kindgebonden budget een bijdrage in de kosten voor uw kinderen. U krijgt het kindgebonden budget naast de kinderbijslag, voor kinderen die jonger zijn dan 18 jaar. De hoogte van het kindgebonden budget hangt af van het aantal kinderen en de hoogte van uw (gezamenlijke) inkomen.

Laagrentende lening

Lening waarover een rente verschuldigd is die onder de marktrente ligt, bijvoorbeeld van een werkgever aan een werknemer of van ouders aan hun kinderen. De niet-bedongen rente kan de fiscus als loon of als schenking beschouwen en dus aanleiding geven tot belastingheffing.

Legaat

Speciaal aangewezen onderdeel van de nalatenschap voor een specifieke erfgenaam.

Legitieme portie

Deel van de erfenis van de overleden ouder, waar de kinderen wettelijk altijd recht op hebben.

Levenslange lijfrente

Een lijfrente-uitkering die uitkeert totdat de verzekerde overlijdt.

Levensloopregeling

Constructie om via de werkgever te sparen voor verlof. Werknemers kunnen uit hun brutosalaris een gemaximeerd bedrag sparen voor vervangend inkomen gedurende een periode van onbetaald verlof. Over het vervangend inkomen wordt op de normale wijze loonheffing ingehouden. Het onbetaald verlof mag ook direct voorafgaand aan de ingang van het pensioen worden opgenomen.

Levensloopverlofkorting

Jaarlijks geïndexeerde heffingskorting (zie Heffingskorting) in de inkomstenbelasting voor ieder jaar dat in de levensloopregeling wordt deelgenomen. De deelnemer heeft recht op deze korting in het jaar van opname van het levenslooptegoed.

Lijfrente

Uitkering in termijnen aan het eind van de looptijd van een lijfrenteverzekering.

Lijfrenteaftrek

Aftrek van betaalde lijfrentepremies. Deze premies zijn - tot een bepaald maximum - aftrekbaar van je inkomen in box 1 als de lijfrente voldoet aan de eisen die de wet eraan stelt. Je moet in elk geval een tekort aan pensioenopbouw hebben.

Loonheffing

Het totaal aan premies werknemersverzekeringen; loonbelasting; premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.

Maatschappelijke beleggingen

Beleggingen in onder andere groen- en sociaalethische fondsen, waaraan onder voorwaarden een fiscaal voordeel is verbonden. Per 1 januari 2011 is er een afbouwregeling van toepassing voor het fiscale voordeel.

Meewerkaftrek

Fiscale aftrek bedoeld voor meewerkende partners van ondernemers die geen enkele financiële vergoeding voor het meewerken krijgen.

Meewerkbeloning

Vergoeding die een ondernemer zijn meewerkende partner toekent. Deze vergoeding is van de winst aftrekbaar als hij zakelijk is en minimaal een bepaald bedrag bedraagt.

Metterwoonclausule

Bepaling bij een vruchtgebruikovereenkomst, waarin wordt gesteld dat het vruchtgebruik niet alleen eindigt bij overlijden, maar ook bij een eerder vertrek (bijvoorbeeld bij een verhuizing naar een seniorenwoning).

Monumentenwoning

Woning die is ingeschreven in het Rijksmonumentenregister. Hiervoor gelden ruimere aftrekmogelijkheden dan voor de 'gewone' eigen woning.

Nabestaandenlijfrente

Een lijfrente-uitkering die ingaat bij overlijden van de verzekerde en uitkeert aan diens nabestaande(n).

Navorderingsaanslag

Aanslag die de fiscus je gedurende vijf jaren (bij buitenlandse inkomsten twaalf jaar) na het ontstaan van de belastingschuld nog kan opleggen (nadat de gewone aanslag is opgelegd) als er sprake is van een nieuw feit (zie Nieuw feit).

Negatief loon

Hiervan is sprake als je bijvoorbeeld te veel ontvangen loon aan je werkgever hebt moeten terugbetalen, of als je als bestuurder of commissaris van een vennootschap aansprakelijk bent gesteld op grond van de Wet bestuurdersaansprakelijkheid.

Negatieve uitgaven voor inkomstenvoorzieningen

Fiscale sanctiebepaling die in werking treedt als er ten onrechte premieaftrek is geweest voor een lijfrente. Het betreffende bedrag moet weer bij het inkomen worden geteld, evenals het rendement op deze polis. Met andere woorden, de waarde in het economisch verkeer van de polis moet bij het inkomen worden geteld. Als de uitkeringen nog niet zijn ingegaan mag deze bijtelling nooit minder zijn dan de door u betaalde premies. Deze bijtelling mag nooit minder zijn dan de door jou betaalde premies. Bovendien moet je 20% revisierente (zie Revisierente) betalen over de waarde in het economisch verkeer.

Nieuw feit

Een feit dat de fiscus nog niet kende of niet behoorde te kennen toen hij de definitieve aanslag oplegde.

Normbedrag

Bedrag dat de fiscus als norm hanteert voor de noodzakelijke kosten van het bestaan.

Onderbedelingsvordering

Vordering van de kinderen op de langstlevende ouder voor het deel uit de nalatenschap dat de kinderen minder hebben gekregen dan waar zij recht op hebben.

Ondernemersaftrek

Fiscale aftrek voor ondernemers die aan een urencriterium voldoen, bestaande uit de zelfstandigenaftrek die afhankelijk is van de winst. De zelfstandigenaftrek kan nog worden verhoogd met een startersaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en een aftrek voor zogenoemd speur- en ontwikkelingswerk.

Openbaarvervoerverklaring

Verklaring die je nodig hebt voor de aftrek van reiskosten woon-werkverkeer. De OV-verklaring moet ten minste de volgende gegevens bevatten: naam en adres; de route waarvoor de plaatsbewijzen geldig zijn en het tijdvak van geldigheid van plaatsbewijzen. De verklaring moet bovendien gedagtekend zijn en betrekking hebben op een tijdvak van twaalf maanden.

Opting-in

Als een arbeidsverhouding geen echte of fictieve dienstbetrekking is, kan ervoor gekozen worden om de arbeidsverhouding toch als dienstbetrekking te beschouwen. In dat geval gelden de normale regels voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen. Deze regeling geldt niet voor de werknemersverzekeringen.

Oudedagslijfrente

Een levenslange lijfrente, waarbij de uitkering uiterlijk ingaat in het jaar dat de verzekerde 70 jaar wordt en pas stopt bij overlijden.

Ouderdomspensioen

Je levenslange pensioen voor jezelf, vanaf je pensioenleeftijd, doorgaans je 65ste.

Ouderenkorting

Heffingskorting (zie Heffingskorting) voor personen die aan het einde van het belastingjaar 65 jaar oud zijn en voldoen aan de inkomenseis.

Ouderentoeslag

Bedrag waarmee het heffingvrije vermogen onder voorwaarden wordt verhoogd als je bij het einde van het kalenderjaar of bij het einde van de belastingplicht, 65 jaar of ouder bent.

Ouderschapsverlofkorting

Heffingskorting (zie Heffingskorting) in de inkomstenbelasting van 50% van het brutominimumloon per opgenomen verlofuur. Recht op de korting bestaat in het jaar dat ouderschapsverlof wordt opgenomen.

Overbedelingsschuld

Schuld van de langstlevende ouder aan de kinderen voor het deel uit de nalatenschap dat de langstlevende ouder meer heeft gekregen dan waar deze recht op heeft.

Overbruggingslijfrente

Een tijdelijke lijfrente, die stopt bij het bereiken van de pensioendatum of wanneer de verzekerde 65 wordt. Per 1 januari 2006 is premieaftrek voor zo'n verzekering komen te vervallen. Lijfrentes die vóór deze datum zijn afgesloten en waarvan de premies tot deze datum zijn afgetrokken mag u, onder bepaalde voorwaarden, nog wel gebruiken voor een overbruggingslijfrente.

Overdrachtsbelasting

Belasting over een verkrijging van een in Nederland gelegen onroerende zaak of rechten daarop (6% van de waarde).

Overwaarde

Verschil tussen de verkoopopbrengst (minus de verkoopkosten) van de eigen woning en de eigenwoningschuld. Ook wel 'eigenwoningreserve' of 'vervreemdingssaldo' genoemd.

Partneralimentatie

Bijdrage aan de kosten van levensonderhoud van de ex-partner (zie Alimentatie).

Pensioenregeling

Dat gedeelte van je salaris waarover je pensioen opbouwt. De pensioengrondslag is je salaris minus de franchise.

Pensoonsgebonden budget

Bedrag waarmee je zelf de soort hulp kiest die je wenst. Het is bedoeld voor mensen die langdurig huishoudelijke hulp, verzorging of verpleging nodig hebben, maar die niet naar een inrichting of verzorgingshuis willen. De uitkeringen op grond van PGB's zijn vrijgesteld van belasting- en premieheffing.

Periodieke uitkering

Uitkering van een geldbedrag in termijnen, zoals bij een lijfrenteverzekering.

Persoonsgebonden aftrek

Uitgaven die je onder bepaalde voorwaarden kunt aftrekken bij je belastingaangifte. Dat geldt voor onderhoudsverplichtingen (alimentatie); verliezen op geldleningen aan beginnende ondernemers; uitgaven voor kinderen jonger dan 30 jaar die worden onderhouden; uitgaven voor specifieke zorgkosten (ziekte en invaliditeit); weekenduitgaven voor gehandicapten van 27 jaar en ouder; studiekosten; aftrekbare giften en uitgaven voor monumentenpanden.

Postuum loon

Inkomsten na het overlijden. Deze inkomsten behoren tot het inkomen van de erfgenamen. Maar als de werkgever van de overledene nog salarisbetalingen doet en hierop loonheffing inhoudt, stemt de fiscus ermee in dat deze uitbetalingen als loon van de overledene worden beschouwd. Dit maakt uit voor de heffing van successierecht.

Prepensioen

Tijdelijke pensioenuitkering vanaf de datum dat je bent gestopt met werken of minder bent gaan werken tot aan je pensioenleeftijd, doorgaans je 65ste.

Reisaftrek

Fiscale, forfaitaire aftrekmogelijkheid voor de kosten woon-werkverkeer, uitsluitend voor reizen met het openbaar vervoer en niet als je met eigen vervoer reist.

Rendementsgrondslag

Gemiddelde van je vermogen (= je bezittingen minus je schulden) in box 3 per het begin en het eind van het jaar. Per 1 januari 2011 geldt één peildatum: 1 januari van het belastingjaar.

Renteloze lening

Lening waarover geen rente verschuldigd is, bijvoorbeeld van een werkgever aan een werknemer of van ouders aan hun kinderen. De niet-bedongen rente kan de fiscus als schenking of als loon beschouwen en dus aanleiding geven tot belastingheffing.

Reserveringsruimte

De totaal beschikbare reserveringsruimte in een jaar bestaat uit de som van de niet-benutte jaarruimte van de afgelopen zeven jaar. Dit bedrag mag tot een bepaald maximum worden afgetrokken.

Resultaat uit overige werkzaamheden

Belaste inkomsten uit arbeid waarop geen loonheffing is ingehouden en die geen winst uit onderneming vormen. Deze inkomsten worden alleen belast als je je activiteiten in het economisch verkeer verricht, met het oogmerk voordeel te behalen, terwijl ook redelijkerwijs valt te verwachten dat je dit voordeel zult behalen. Voorbeelden zijn royalty's, auteurs- en octrooirechten; vacatie- en presentiegelden voor bestuurs- en commissiearbeid; fooien waarover je werkgever geen loonheffing heeft afgedragen; inkomsten uit octrooirechten; provisie-inkomsten van verzekerings- en handelsagenten; Freelance-inkomsten van journalisten, vertalers, radio- en tv-medewerkers; inkomsten uit huishoudelijk werk gedurende ten hoogste drie dagen per week (dienstverlening aan huis) en bijverdiensten uit werkzaamheden die niet in dienstbetrekking werden verricht.

Revisierente

Soort 'boeterente' (20%) die betaald moet worden over de waarde in het economisch verkeer van een lijfrentepolis waarbij ten onrechte premieaftrek is geweest (zie ook Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen).

Saldolijfrente

Lijfrentepolis waarvan de premies nooit aftrekbaar zijn geweest en waarvan de uitkering deels onbelast is.

Schenkbelasting

Belasting die wordt geheven over een schenking.

Schenking

Overeenkomst waarbij de schenker aan de begiftigde iets uit vrijgevigheid ten koste van zijn eigen vermogen geeft.

Scholingsuitgaven

Uitgaven die je hebt gedaan voor een opleiding om je vakkennis voor je huidige beroep op peil te houden en uitgaven voor het volgen van een studie voor een nieuw beroep.

Schulderkenning

Schenking aan een ander, waarbij je het te schenken bedrag op een later tijdstip pas afgeeft.

Sociaal-ethische belegingen

Aandelen in, winstbewijzen van en geldleningen aan aangewezen sociaal-ethische fondsen waarvoor onder voorwaarden gunstige fiscale regels gelden. Per 1 januari 2011 is er een afbouwregeling van toepassing voor het fiscale voordeel.

Spaarloonregeling

Werknemers kunnen uit hun brutosalaris een bepaald bedrag per jaar sparen. In principe staat dit bedrag vier jaar lang geblokkeerd. Na vier jaar komt het bedrag belastingvrij aan de werknemer ter beschikking. De spaarloonregeling is met ingang van 1 januari 2012 afgeschaft.

Sprongcassatie

Als je het met de belastinginspecteur eens bent met de vaststelling van de feiten, maar niet over de uitleg van de rechtsregels, kun je voorstellen om het hoger beroep bij het gerechtshof over te slaan en direct cassatieberoep (zie Cassatieberoep) bij de Hoge Raad in te stellen.

Stamrecht

Recht op een periodieke uitkering (bij schadeloosstelling bij ontslag).

Sterftekans

Volgens de Wet inkomstenbelasting 2001 moet een lijfrente een bepaalde onzekerheid hebben. Dit houdt in dat de kans dat de verzekerde tijdens de looptijd overlijdt, ten minste 1% moet zijn. Bij een levenslange lijfrente is dit altijd het geval. Voor een tijdelijke lijfrente geldt: hoe jonger u bent, des te langer de verzekering moet lopen.

Studiefinanciering

Verstrekking van een studietoelage. Studiefinanciering die je ontvangt op basis van de Wet studiefinanciering (WSF) is volledig belastingvrij. Dat geldt ook voor studietoelagen op basis van de Wet tegemoetkoming studiekosten (WTS) en bestuursbeurzen.

Tijdelijke lijfrente

Een lijfrente die tijdelijk uitkeert. De uitkering stopt op de einddatum, of als de verzekerde eerder overlijdt.

Toeslagpartners

Bepaalde groepen personen van wie het inkomen meetelt voor de bepaling van de hoogte van een toeslag voor kinderopvang, zorg of huur.

Toetsingsinkomen

Inkomen dat als maatstaf wordt gebruikt om een toeslag toe te kennen. Als er over het jaar bij jou een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld, is het toetsingsinkomen het verzamelinkomen (zie Verzamelinkomen) zoals dat in de aanslag is opgenomen (inclusief het verzamelinkomen van een eventuele toeslagpartner). Wordt er bij jou geen aanslag inkomstenbelasting vastgesteld, dan is het toetsingsinkomen het belastbare loon zoals dat blijkt uit je jaaropgave(s).

Uitgaven voor specifieke zorgkosten

Uitgaven voor ziekte die je boven een bepaalde grens van je inkomsten mag aftrekken. Voor deze kosten geldt een niet-aftrekbare drempel, waarvan de hoogte afhankelijk is van de hoogte van je drempelinkomen (zie Drempelinkomen).

Uitgestelde lijfrente

Hierbij kies je ervoor om de uitkeringen op een later tijdstip te laten beginnen.

Urencriterium

Criterium waaraan men moet voldoen om voor een aantal ondernemingsfaciliteiten (ondernemersaftrek, fiscale oudedagsreserve, MKB-winstvrijstelling) in aanmerking te komen. Dat houdt in dat je gedurende het kalenderjaar ten minste 1225 uur besteedt aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen waaruit je als ondernemer winst geniet. Bovendien moet je ten minste 50% van je tijd aan deze werkzaamheden besteden. Voor starters geldt deze laatste eis niet.

Vergrijpboete

Boete die de fiscus kan opleggen als opzettelijk geen of een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan.

Verjaring

Verstrijken van de termijn waarbinnen de fiscus nog belasting mag navorderen. Deze periode is na vijf jaar na het betreffende belastingjaar (soms twaalf jaar).

Verklaring arbeidsrelatie

Verklaring die je bij de fiscus kunt aanvragen waarin staat vermeld dat je werkzaamheden niet in dienstbetrekking worden verricht. Een VAR geldt voor zowel de loonbelasting als voor de werknemersverzekeringen.

Verklaring van vrijstelling

Verklaring die een gemoedsbezwaarde kan aanvragen bij de Sociale Verzekeringsbank. Hij betaalt dan geen premies volksverzekeringen, maar in de eerste twee schijven evenveel belasting als het gecombineerde tarief van belasting en premieheffing, zodat hij er financieel niet beter van wordt.

Vermogensrendementsheffing

Belastingheffing in box 3 over het gemiddelde vermogen dat je in een jaar bezit (vermogen = bezittingen minus je schulden). Van het totaal aan vermogen mag je wel eerst het heffingvrij vermogen aftrekken. Per 1 januari 2011 geldt er nog maar één peildatum: 1 januari.

Vermogenstoerekening

Toerekening van het vermogen in box 3 bij fiscale partners.

Verplichte aanslag

Dit is een aanslag waarin de verschuldigde belasting en premie de inhoudingen (loonheffing, dividendbelasting) met een bedrag hoger dan de aanslaggrens (zie Aanslaggrens) overtreft.

Verrekenbeding

Bepaling in huwelijkse voorwaarden waardoor de vermogens of onverteerde inkomsten gelijk worden verdeeld over beide partners.

Verrekening van verliezen

Verliezen uit werk en woning zijn verrekenbaar met de inkomsten uit werk en woning van de voorafgaande drie en volgende negen jaren. Dat geldt ook voor ondernemingsverliezen.

Vervreemden

Iedere gebeurtenis waardoor (een deel van) je woning niet meer als eigen woning wordt aangemerkt. Denk aan de verkoop, schenking of permanente verhuur van de eigen woning; het niet meer als hoofdverblijf gebruiken van de eigen woning en het omzetten van de privéwoning naar een bedrijfspand.

Vervreemdingssaldo

Verschil tussen de verkoopopbrengst (minus de verkoopkosten) van de eigen woning en de eigenwoningschuld. Ook wel 'overwaarde' genoemd.

Verwerven

In bezit krijgen van een eigen woning, door aankoop of schenking; of het als hoofdverblijf gaan gebruiken van een tweede woning of het omzetten van een bedrijfswoning naar privéwoning.

Verzamelinkomen

Inkomen van alle drie de boxen samen.

Verzilveringsregeling

De aftrek van ziektekosten leidt in een aantal gevallen niet of slechts in beperkte mate tot een werkelijke teruggave van belasting. De aftrekpost kan voor een gedeelte 'wegvallen' in de heffingskortingen. Dit gebeurt met name voor ouderen, maar ook ondernemers kunnen ermee te maken krijgen. De verzilveringsregeling zorgt ervoor dat je van de fiscus toch uitbetaald krijgt het verschil tussen je heffingskortingen en de lagere belasting.

Verzuimboete

Boete die de fiscus kan opleggen als te laat aangifte is gedaan. Bestaat uit een vast bedrag dat hoger wordt naarmate vaker te laat aangifte is gedaan.

Voorlopige aanslag

Aanslag van de fiscus als aannemelijk is dat je nog een aanslag met te betalen belasting opgelegd zult krijgen. Zo'n voorlopige aanslag kan betrekking hebben op een eerder, maar ook op het lopende belastingjaar.

Voorlopige teruggaaf

Als je recht op aftrekposten of een heffingskorting hebt, kun je dat geld middels een voorlopige teruggaaf van de fiscus eerder krijgen dan pas na de definitieve aanslag van de fiscus.

Vrijstelling

Het niet hoeven betalen van belasting over bepaalde inkomsten.

Vruchtgebruik

Gebruiksrecht op een (onroerende) zaak van een ander.

Wet Hillen

Aftrekmogelijkheid bij geen of geringe eigenwoningschuld. Is het saldo van het eigenwoningforfait en aftrekbare kosten positief, dan heb je een aftrekpost ter grootte van dit positieve saldo. Dat komt erop neer dat je een positief saldo niet hoeft aan te geven.

Wettelijk erfrecht

Ook wel versterferfrecht genoemd. Het erfrecht dat van toepassing is als de erflater geen testament heeft gemaakt.

Winst uit onderneming

De winst die je met een onderneming maakt. In tegenstelling tot de inkomsten uit dienstbetrekking, zijn de werkelijke kosten aftrekbaar. Je hebt wel te maken met eventuele aftrekbeperkingen en normeringen.

WOZ-waarde

Waardebepaling van de gemeente van een eigen huis. Deze waarde dient als basis voor het berekenen van het eigenwoningforfait, enkele gemeentelijke belastingen en de erfbelasting.

Zelfstandige inkomensbestanddelen

Inkomensbestanddelen die iedereen (ook fiscale partners) zelf moet aangeven. Hiertoe behoren: looninkomsten, verminderd met de reisaftrek; resultaat uit overige werkzaamheden, zoals voor freelancers, alfahulpen en huishoudelijke hulpen; periodieke uitkeringen en verstrekkingen, zoals de rijksbijdrage eigen woning en alimentatie; verlies uit werk en woning (een negatief bedrag aan inkomsten uit werk en woning (box 1) uit een van de voorafgaande acht jaren en (negatieve) uitgaven voor inkomensvoorzieningen, zoals lijfrentepremies.

Zelfstandigenaftrek

Fiscale aftrekmogelijkheid voor ondernemers, vallend onder de ondernemersaftrek (zie Ondernemersaftrek).

Zorgtoeslag

Toeslag van het Rijk, bedoeld voor mensen van 18 jaar en ouder die (nominale) premie voor de zorgverzekering betalen. De hoogte van de zorgtoeslag is afhankelijk van het toetsingsinkomen of - bij een toeslagpartner - van het gezamenlijke toetsingsinkomen.

 
 
Inloggen

Toegang tot alle ledeninformatie

Nog geen lid?
Klik hier om lid te worden.

 

Word lid

Benieuwd naar ons advies?

Word lid en krijg toegang tot onze testresultaten

Lid worden

Bekijk alle voordelen

loadedImage loadedImageHover