Extra informatie

Woordenboek

  • #
  • A
  • B
  • C
  • D
  • E
  • F
  • G
  • H
  • I
  • J
  • K
  • L
  • M
  • N
  • O
  • P
  • Q
  • R
  • S
  • T
  • U
  • V
  • W
  • X
  • Y
  • Z
  • Banksparen

    Hierbij spaar je, op een geblokkeerde spaarrekening, vermogen voor het aflossen van je hypotheek. De rentevergoeding over het saldo op de spaarrekening is gelijk aan de hypotheekrente.

    Het bedrag dat je daarop spaart, is vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing (1,2%). Je hoeft er dus geen belasting over te betalen. Bankspaarhypotheken zijn vrijwel identiek aan spaarhypotheken als het gaat om de voorwaarden en de opbrengsten.

    Spaar je tenminste 20 jaar voor de aflossing van een hypotheek, dan kun je een groot bedrag (€157000 in 2013, partners samen €314.000) belastingvrij ontvangen om de hypotheekschuld af te lossen. Dit wordt elk jaar verhoogd met een inflatiepercentage. Neem je het geld eerder op of gebruik je het voor iets anders, dan moet je belasting betalen.

    Let op: deze hypotheekvorm is niet meer mogelijk voor starters.

  • Beleggingshypotheek

    Je lost de hypotheek af met de opbrengsten van je beleggingen. Je kunt er een overlijdensdekking aan koppelen, maar dit is niet standaard. De beleggingskosten zijn meestal lager dan bij de beleggingsverzekeringshypotheek. Bovendien worden ze over de gehele looptijd berekend. Over het verworven kapitaal betaal je 1,2% vermogensrendementsheffing.

    Let op: deze hypotheekvorm is niet meer mogelijk voor starters.

  • Beleggingsverzekeringshypotheek

    Hierbij betaal je maandelijks premie voor een kapitaalverzekering. Je bank of verzekeraar belegt dit geld voor je. De winst en het bijbehorende kapitaal dat je opbouwt op die rekening is bij een looptijd van 20 jaar tot een maximum van €154.000 (2012, partners €308.000) vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing (dat is 1,2% belasting over je vermogen).

    Je lost de hypotheek af via een kapitaalverzekering (waarvan de premie wordt belegd). Hier zit altijd een vorm van overlijdensrisicodekking ingebakken. Bovendien is er vaak sprake van hoge beleggingskosten.

    Een groot deel van de kosten wordt vaak gedurende de eerste jaren verrekend. De laatste tijd zijn er echter steeds meer producten waarvan de kosten niet meer zo hoog zijn en ook beter gespreid over de looptijd.

    Let op: deze hypotheekvorm is niet meer mogelijk voor starters.

  • Best of Class en flankerend beleid

    Om een einde te maken aan de woekerpolisaffaire en de onzekerheid van consumenten, heeft het Ministerie van Financien november 2011 een tiental punten geformuleerd waaraan verzekeraars moeten voldoen om in aanmerking willen komen voor het predicaat 'Best of Class'. Dit om het vooruitzicht voor klanten met een beleggingsverzekering te verbeteren.

    Volgens het ministerie van Financiën ligt de verantwoordelijkheid bij de verzekeraars en moeten zij 3 stappen zetten:

    1. De klant weet wat hij heeft: via begrijpelijke en bruikbare informatie en gratis advies.
    2. De klant weet wat hij krijgt: de verzekeraar vraagt geen kwijting (afzien van de mogelijkheid om alsnog naar de rechter te stappen) bij uitbetaling van de compensatie en stort de compensatie direct in de polis (dus niet pas achteraf).
    3. De klant is voor de toekomst beter af: overstappen naar goedkopere fondsen of risicodekking is kosteloos.
  • En-bloc clausule

    De verzekeraar heeft door deze clausule in een verzekering het recht tijdens de looptijd van de verzekering de premies en voorwaarden te veranderen van bepaalde groepen ('en-bloc') verzekeringen. In veel verzekeringspolissen is een 'en-bloc' clausule opgenomen.

  • Hefboomwerking

    Bij zogenaamde Universal Life beleggingsverzekeringen kan een zogeheten hefboomwerking optreden. Als bij dit type producten de waarde van de beleggingsverzekering door tegenvallende beleggingsrendementen achterblijft bij de verwachting, zal de premie voor de overlijdensrisicoverzekering toenemen. Daardoor wordt er meer verzekeringspremie aan de inleg onttrokken en neemt de verwachte eindopbrengst af.

  • Levenslange overlijdensrisicoverzekering

    Een levenslange overlijdensrisicoverzekering is een verzekering waarbij na overlijden van de verzekerde altijd een bedrag wordt uitgekeerd. Dit gebeurt ongeacht wanneer dit overlijden plaatsvindt. Begrafenisverzekeringen horen tot deze categorie.

  • Overdragen verzekering

    Bij het overdragen van een verzekering verandert de persoon op wiens naam de verzekering staat.

  • Overlijdensrisicoverzekering met eenjarige premie

    Een flexibele verzekering waarvan de premie elk jaar stijgt met de leeftijd. Gemakkelijk aan te passen aan nieuwe omstandigheden.

  • Overlijdensrisicoverzekering met lineair dalend kapitaal

    Hierbij neemt het verzekerd bedrag jaarlijks met hetzelfde bedrag af. Bij een looptijd van 30 jaar dus met 1/30ste per jaar.

  • Overlijdensrisicoverzekering met vast kapitaal

    De uitkering is gelijk aan het verzekerde bedrag. Deze vorm wordt door vrijwel alle aanbieders aangeboden.

  • Overlijdensrisicoverzekering op basis van universal life/unit linked (leeftijdsafhankelijke premiebetaling)

    De meest flexibele overlijdensrisicoverzekering. Bij deze vorm wordt elke maand opnieuw de premie berekend. De premie die uiteindelijk wordt betaald is de premie die hoort bij leeftijd geslacht, maal de verzekerde som. Doorgaans betaalt je, naarmate je ouder wordt, een hogere premie. Deze vorm geeft wel de mogelijkheid om zonder premieverlies over te stappen naar een andere geldgever.

    Doorgaans wordt de Universal life-overlijdensrisicoverzekering gebruikt in combinatie met een kapitaalverzekering bij leven (bijvoorbeeld een spaarhypotheek). Slechts een enkele aanbieder biedt deze verzekering ook los aan.

  • Overlijdensrisicoverzekering op vaste termijn

    De uitkering vindt niet direct plaats na het overlijden, maar op een vastgestelde einddatum van de verzekering. De uitkering vindt bijvoorbeeld plaats als de begunstigde de 18-jarige leeftijd bereikt. Voorwaarde is natuurlijk wel dat de verzekerde vóór die datum is overleden.

  • Premierestitutie

    Bij een overlijdensrisicoverzekering tegen koopsom krijg je bij voortijdig stoppen met de verzekering een deel van de betaalde koopsom terug.

    Bij andere vormen komt dit vrijwel niet voor. Stop je voortijdig dan ben je de te veel betaalde premie kwijt.

  • Premievrij maken

    Bij een aantal verzekeraars kun je premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid meeverzekeren. Mocht je arbeidsongeschikt raken dan neemt de verzekeraar de premiebetaling voor haar rekening.

    Voor deze verzekering betaal je extra premie.

  • Tijdelijke overlijdensrisicoverzekering

    Een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering is een levensverzekering waarbij een bedrag alleen wordt uitgekeerd als de verzekerde binnen een bepaalde (afgesproken) periode overlijdt.

    Alle verzekeringen die u in deze Woordenlijst onder de O vindt, behoren tot deze hoofdvorm.

  • Universal Life en Unit-linked beleggingsverzekeringen

    Het merendeel van de beleggingsverzekeringen zijn Universal Life producten. Bij dit type verzekering is er een hefboomwerking. Een tegenvallend beursklimaat leidt tot een hogere overlijdensrisicopremie die ten koste gaat van het te verwachten eindresultaat. Je hebt dan hoge kosten en weinig tot geen rendement.

    Dit zijn ingewikkelde verzekeringen wat betreft de verzekeringstechnieken. De onderdelen van de verzekering bestaan uit een spaardeel, beleggingsdeel en een kostendeel. Met de onderdelen wordt op verschillende manieren en momenten gerekend en uitgekeerd.

    Met een Unit-linked verzekering heb je een verzekering die gekoppeld is aan beleggingseenheden (units). Je premie wordt belegd in 'units'. Een 'unit' is een participatie in een beleggingsfonds (van de verzekeraar zelf of van derden). Het opgebouwde kapitaal op enig moment is gelijk aan het aantal units dat je bezit maal de waarde van één unit.

  • Verzekerde

    Diegene op wiens leven de verzekering is afgesloten. Alleen als de verzekerde binnen de looptijd van de verzekering overlijdt vindt er een uitkering plaats.

  • Verzekeringsnemer

    Diegene die de verzekering afsluit en die gerechtigd is om wijzigingen in de verzekering aan te brengen.

  • Wabeke norm

    Jan Wolter Wakebe, Ombudsman financiële dienstverlening, geeft in maart 2008 in een aanbeveling aan dat de kosten niet meer dan 2,5% van het belegd vermogen mag bedragen. Ook adviseert hij de verzekeraars alle kosten boven 3,5% van het vermogen met terugwerkende kracht aan de consument te betalen (compensatieregeling).

    Er is veel kritiek geuit op de Wakebe-norm, zowel vanuit de pers als in uitspraken van rechters. Dit heeft als reden dat de kosten op jaarbasis enorm kunnen oplopen, waardoor aan het einde van de looptijd alsnog weinig overblijft van de eerste inleg.

    Een aantal verzekeraars hebben aangegeven de kosten voor lopende beleggingsverzekeringen te verlagen onder deze norm.