icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest

AOW-leeftijd stijgt minder snel

Het kabinet laat de AOW-leeftijd minder snel stijgen. Tot eind 2021 blijft de norm 66 jaar en ook daarna wordt de stijging gematigd. Hiermee hoopt minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de weg vrij te maken voor een nieuw pensioenakkoord.

Gepubliceerd op:14 juni 2019


Volgens dat akkoord verdwijnt de doorsneepremie, zodat in het nieuwe stelsel jongeren meer profijt hebben van hun pensioeninleg en ouderen minder.

Werknemers die dicht bij hun pensioen zitten, kunnen ineens eerder stoppen dan gedacht. Tot 2022 gaat de AOW in bij 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd stapsgewijs naar 67 jaar in 2024. De AOW-leeftijd is na 2024 afhankelijk van de levensverwachting. Voor ieder jaar langer leven gaat de AOW-leeftijd met 8 maanden omhoog.

De pensioenaanspraken worden volgens de nieuwe regels minder hard. Dat geeft veel pensioenfondsen de ruimte om kortingen in 2020 en 2021 te voorkomen. Als het pensioen onzeker wordt, zullen gepensioneerden wel meer moeten sparen om een plotselinge inkomensdaling op te vangen.

Dit zijn de andere voorstellen uit het pensioenakkoord:

 

  • Afschaffing van ‘doorsneepremie’.
    Jongeren betalen nu relatief veel premie voor het pensioen dat zij zelf later krijgen. De werknemer betaalt straks voor zichzelf, niet ook nog voor anderen. Compensatie voor de huidige deelnemers moet nog worden uitgewerkt.
     
  • Eerder stoppen met werken (maximaal 3 jaar voor de AOW-datum) wordt mogelijk.
    Het inkomen wordt dan deels betaald uit het ouderdomspensioen en deels door de werkgever.
     
  • Pensioenfondsen mogen lagere buffers aanhouden.
    Als de dekkingsgraad van het fonds boven de 100% komt, kan het de pensioenen direct indexeren. Direct korten kan ook, bij een lagere dekkingsgraad.
     
  • Je mag maximaal 10% uit de pensioenpot in één keer opnemen, op de pensioendatum.
     
  • Voor zzp’ers wordt een arbeidsongeschiktheidsverzekering verplicht.
     
  • Deelnemers mogen zelf kiezen hoeveel risico ze nemen met de pensioenpremie.
    Dus niet één collectieve beleggingsmix voor iedereen, maar verschillende mixen voor verschillende groepen deelnemers.
     
  • Betere informatievoorziening.
    Iedereen moet kunnen zien hoeveel pensioen is opgebouwd en hoeveel hij kan verwachten.

Ga naar Geldgids.nu