icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest

Vermogensheffing weer herzien

Staatssecretaris Hans Vijlbrief van Financiën haalt een streep door de nieuwe vermogensheffing vanaf 2022. Het nieuwe stelsel is onrechtvaardig, omdat over bepaalde beleggingen dan meer heffing betaald zou moeten worden dan zij aan rendement opleveren.

Gepubliceerd op:10 juni 2020


Sparen en beleggen

Volgens eerdere plannen zou er vanaf 2022 een onderscheid komen tussen spaargeld en overig vermogen. Het rendement op spaargeld zou uitkomen op ongeveer 0,1% per jaar, met een vrijstelling voor de eerste €400 belasting. Zodoende krijgen spaarders pas te maken met de vermogensheffing als zij meer dan €400.000 bezitten. Het rendement voor overige investeringen (vastgoed of beleggingen) zou worden vastgesteld op 5,3% per jaar. Bij een belastingtarief van 33% levert dat een heffing van 1,75% per jaar op. Dat rendement is volstrekt irreëel bij obligaties, waarmee beleggers het risico in hun portefeuille proberen te beperken.

Hogere drempel

Vijlbrief laat nu weten dat hij de drempel van het belastingvrije vermogen wil verhogen van €31.000 naar ongeveer €50.000. Daarmee wil hij de kleine spaarders meer ontzien. Rond Prinsjesdag in september komt er waarschijnlijk meer duidelijkheid over de wijzigingen.

Eerdere plannen voor vermogensbelasting