icon-menulogo_footerpredssymbol-afradersymbol-bestekoopsymbol-besteuittest
Bespaar gemiddeld €350 op je energierekening.|

Doe mee met ons Energiecollectief.

Energiecollectief icon

DSI-uitspraken uitgangspunt voor verdere discussie

Nieuws |

Gepubliceerd op:  13 februari 2004


De uitspraken van DSI (Dutch Securities Institute) afgelopen week over klachten in de Legio Lease zaak, zijn een eerste stap in de goede richting. De Stichting Leaseverlies, Consumentenbond en VEB (Vereniging Effecten Beheer) hopen dat hiermee de opening is geboden om vervolgstappen te zetten. Maar wat is nu exact de waarde van de uitspraken van DSI. Een kort overzicht, voorzien van onze mening.

 

 

Aandacht Minister Zalm van Financiën
Wat en wie is DSI?
Klachtencommissie DSI: informatie niet misleidend, wel onzorgvuldig
Wat betekent dit? Een voorbeeld
Onze mening

Wat nu?

 


Aandacht Minister Zalm van Financiën

Medio 2003 beloofde minister Zalm de Tweede Kamer zich bezig te buigen over de klachten over de aandelenleaseplannen. Ondanks het feit dat het volgens hem eigenlijk geen taak was voor de overheid een rol in de discussie rond Legio Lease te spelen, het gaat inde kwestie volgens hem om overeenkomsten tussen private partijen (aanbieders en consumenten), gaf hij de Commissie Geschillen Aandelenlease (CGA) opdracht de zaak te onderzoeken.
CGA heeft opdracht gekregen na te gaan of er mogelijkheden zijn dat partijen met elkaar -dus zonder rechtzaak- de geschillen oplossen. Hierbij suggereerde de minister om door de Klachtencommissie van het DSI een aantal klachten te laten behandelen. De uitkomsten van deze behandeling zou dan ook kunnen dienen voor andere gevallen, aldus de minister.

 

Wat en wie is DSI


Vanuit de aanbieders van beleggingsproducten is het Dutch Securities Institute (DSI) opgericht. Het DSI heeft zich – volgens haar website – als doel gesteld het vertrouwen van het beleggende publiek in de effectenbranche te versterken door middel van het verstrekken van een keurmerk aan gekwalificeerde effectenspecialisten en door het beslechten van geschillen tussen individuele particuliere beleggers en deelnemende financiële instellingen.
Om die doelstelling te kunnen verwezenlijken heeft DSI (onder meer) een Klachtencommissie (de Klachtencommissie DSI) ingesteld.
Inmiddels hebben een paar duizend individuele beleggers bij dit klachteninstituut klachten ingediend over aandelenleaseproducten, waaronder die van Legio Lease en Bank Labouchere (beiden thans Dexia Bank Nederland N.V.). DSI behandelt geen klachten voor hele groepen. Over tien van de bij de klachtencommissie ingediende klachten zijn de uitspraken nu openbaar. Deze uitspraken zouden zoals eerder gesteld voorbeeld kunnen zijn voor andere klachten.

 

Klachtencommissie DSI: informatie niet misleidend, wel onzorgvuldig


De Klachtencommissie DSI geeft in verschillende uitspraken aan dat het om producten gaat, die niet door iedereen gemakkelijk te begrijpen zijn. Verder vindt de Klachtencommissie DSI dat er in brochures wel erg de nadruk is gelegd op het feit dat er winst gemaakt zou kunnen worden. De Klachtencommissie DSI vindt daarentegen wel dat de klagers hun best hadden moeten doen de rest van het informatiemateriaal – waaronder de overeenkomst – goed te lezen. Zij zouden dan volgens de commissie hebben kunnen lezen dat er bijzondere risico's waren bij dit product. Over het geheel gezien vindt de Klachtencommissie DSI de informatie niet misleidend.

De Klachtencommissie DSI vindt echter wel dat Dexia (en haar voorgangers) niet zorgvuldig is geweest in de zorg voor haar klanten. Zij had er voor moeten zorgen dat de klant aan het einde van de looptijd niet met een schuld zou kunnen blijven zitten. Volgens DSI had dat gekund door in het product een verzekerings- of optieconstructie op te nemen.
Met dit als uitgangspunt heeft de Klachtencommissie DSI bedacht dat als  zo'n verzekeringsconstructie in het product zou zijn opgenomen de klant hiervoor extra zou hebben moeten betalen. Dit zou 15% (bij een contract van 3 jaar) of 20% (bij contracten van 5 jaar of langer) van de aankoopwaarde van de aandelen zijn geweest. Om die reden vindt de Klachtencommissie DSI het redelijk en billijk dat de klant aan het einde van de looptijd een maximale schuld zou mogen overhouden van 15%  respectievelijk 20% van de aankoopwaarde van de aandelen.

Wat betekent dit? Een voorbeeld

 

Stel dat de lening €15.000 was, waarbij voor €15.000 aandelen zijn gekocht. Bij een looptijd van drie jaar zou de schuld volgens DSI aan het einde van de rit maximaal 15% van €15.000, €2.250, mogen zijn.

Stel dat de waarde van de aandelen bij het einde van de looptijd 50% lager is dan bij aanvang, dan zou dat in euro's zijn: €7.500. Omdat er €15.000 zou moeten worden terug betaald zou er een restschuld zijn van (€15.000 - €7.500 =) €7.500. Worden de uitspraken van de Klachtencommissie DSI gevolgd, dan zou dat niet meer mogen zijn dan €2.250. Dus zou er €7.500 - €2.250, €5.250,  kwijt moeten worden gescholden.

 

Als de aandelen aan het einde van de overeenkomst 70% minder waard zijn dan bij aanvang zou de restschuld aan het einde van de looptijd €10.500 zijn.
Als in dat geval de uitspraken van de Klachtencommissie DSI gevolgd zou worden, en de schuld dus maximaal €2.250 zou mogen zijn, dan zou er €8.250 kwijt gescholden moeten worden.

Wanneer de aandelen 30% minder waard zijn zou de kwijtschelding bij het volgen van de uitspraken van de Klachtencommissie DSI uitkomen op €2.250.

Deze berekening kunnen zo ook gemaakt worden voor contracten van 5 jaar of langer, waarbij de schuld aan het einde van de looptijd volgens DSI maximaal 20% van de hoofdsom zou mogen zijn.

 

Op basis van de eerste berichten over de uitspraken van DSI bestond de gedachte dat in alle gevallen 80% tot 85% van de schuld zou moeten worden kwijt gescholden. Dat blijkt bij nadere bestudering van de uitspraken niet zo te zijn. Het percentage kwijtschelding hangt af van de individuele situatie en met name van het percentage waarmee de aandelen in waarde zijn gedaald, zoals uit de hiervoor gegeven rekenvoorbeelden blijkt.


Het is duidelijk. Bij een daling van de waarde van de aandelen van 15% of minder bij een driejarig contract en van 20% of minder bij een vijfjarig contract, vindt er geen kwijtschelding van de restschuld plaats. Tenminste als de uitspraken van de Klachtencommissie DSI gevolgd worden. Dat betekent dus ook dat bij contracten, waarbij aan het einde van de looptijd helemaal geen restschuld overblijft, klagers geen recht zouden hebben op een schadevergoeding.

 

Onze mening


Enerzijds geeft de DSI aan, dat aan de informatie aan de klanten bij een dergelijk moeilijk begrijpbaar product zware eisen moeten worden gesteld en dat er in brochures en advertenties wel erg veel nadruk is gelegd op de "winstkansen". Anderzijds stelt DSI dat er van misleiding geen sprake is. Deze tegenstrijdige uitspraken begrijpen wij niet.

Wel ervaren wij het als positief dat DSI erkent dat door de aanbieder onzorgvuldig is gehandeld.

 

Wat nu?


Wij hebben – toen de CGA is ingesteld– samen met de Stichting Leaseverlies en VEB laten weten dat we wat betreft de rechtzaak een pas op de plaats zouden maken. De CGA heeft in een brief aan minister Zalm in december 2003 gemeld dat zij na de uitspraken van de Klachtencommissie DSI nog een keer met de partijen zou willen spreken. De CGA heeft de Stichting Leaseverlies, Consumentenbond en VEB inmiddels uitgenodigd op 25 februari. Wij hopen dat de CGA daarna zo snel mogelijk zal gaan rapporteren.
Wij hebben steeds gezegd dat we bereid zijn om (weer) over een schikking te praten. Ondanks dat we het niet geheel eens zijn met de visie van de Klachtencommissie DSI zien we daarin ook geen redenen onze opstelling te veranderen. In de mening en uitgangspunten, die de Klachtencommissie DSI heeft gekozen, zien wij zeker aanknopingspunten om opnieuw (al dan niet met of via de CGA) met Dexia te praten over een oplossing van de problemen, waarmee effectenleasecontractanten geconfronteerd zijn. Maar als die bereidheid van de kant van Dexia er niet is, zal de rechter zich moeten uitspreken en zal de rechtzaak weer snel in gang gezet worden.