icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest

Eilandhoppen op de Azoren

Na eilandhoppen in Griekenland, Kroatië en op de Canarische Eilanden, wilde ik eens iets heel anders en kwam uit bij de Azoren. 
reisgids-azoren

Het bleken allerminst de door depressies geteisterde eilanden die ik voor ogen had. Toegegeven, het weer is er minder zonzeker dan op de Canarische en Kaapverdische Eilanden, maar daar staat veel tegenover: een landschap met vele tinten groen en bloemen, waar je mooi kunt wandelen, Rust (met een hoofdletter), sfeervolle logeeradressen en walvissen vlak voor de kust.

Vruchtbaar en vulkanisch

De Azorenarchipel ligt zo’n 1400 kilometer ten westen van moederland Portugal in de Atlantische Oceaan. Het klimaat is wisselvallig maar uitermate zacht, met maxima van 17 tot 27 graden. De bodem is erg vruchtbaar: alles wat er wordt geplant groeit als kool, van druiven tot koffie. Langs de weg vielen de hortensiaheggen op, die zo goed onderhouden worden dat ik soms de indruk had in een park rond te toeren.

Net zo kenmerkend zijn de muurtjes en struiken tussen de velden en weilanden. Een leuke verrassing waren de walvissen: er komen maar liefst 20 soorten voor, waaronder dolfijnen. Soms zag ik ze vanaf de kust.

Goede verbindingen, leuk onderdak

Hoewel ze allemaal vulkanisch zijn, heeft elk eiland zijn eigen sfeer. Dat maakt eilandhoppen leuk. Verkijk je niet op de afstanden: de eilanden liggen in 3 groepjes tot 500 kilometer uit elkaar. De vliegverbindingen tussen de eilanden zijn gelukkig goed.

Ik koos voor São Miguel, Terceira, Pico en Faial, de 4 meest bezochte eilanden, en het stille São Jorge. Met uitzondering van São Miguel reed ik met gemak in een dag om de eilandjes heen. Verblijven bij de mensen thuis in kleine, sfeervol ingerichte quintas, casas en verbouwde boerderijen maakte het extra leuk. In de kamers stond vaak antiek meubilair, meestal was er een fraaie tuin en vaak ook een zwembad, zelfs als er maar enkele kamers waren. Voor tips en advies over het weer waren de eigenaren vaak in de buurt. Bijna overal kon je zelf je drankje pakken, wat je noteerde op een bon.

São Miguel: variatie  

São Miguel is het grootste eiland, bijna 5 keer zo groot als Texel. Ik vermaakte me met gemak een dag in hoofdstad Ponta Delgada. Verder ademt het eiland plattelandssfeer: dorpen rondom een karakteristieke witte kerk met een hoekige klokkentoren. Bij Furnas nam ik ruim de tijd om de warme modderpoelen, kleine geisers en warmwaterbronnen te bekijken en door de mooi aangelegde parken te dwalen. Bijzonder was dat de warmwaterbronnen ook gebruikt werden om te koken.

Hoogtepunt was een rondrit met magnifieke uitzichten langs de kratermeren en de oostkust. We bezochten de mooiste miradouros (uitkijkpunten) van de Azoren, met bloementuinen en barbecueplaatsen. Wil je ook wat ontspannen, dan kun je je wel een week vermaken op São Miguel.

Ontspannen in Terceira 

Op Terceira verbleef ik dicht bij de kust in de voorname Quinta Das Mercês, een ideale plek om te ontspannen met prima service. Het landschap en de natuur zijn er niet zo bijzonder. De noordkust is het aardigst, met een duik in een van de natuurzwembaden die door overslaande golven worden gevuld. De oude renaissancestad van Angra do Heroísmo staat terecht op de Unesco-werelderfgoedlijst. Pas op als je gaat wandelen: in menig weiland grazen vechtstieren.

Pico: het dak van Portugal

Pico zie je al van verre dankzij de 2351 meter hoge gelijknamige vulkaan, de hoogste van Portugal. De bewolking bleek geen probleem om de top te kunnen zien. Omdat ik er maar één dag was, koos ik voor een rit dwars over het eiland, tussen de groene toppen, ingezakte kraters en meertjes met uitzicht op zee. Maar een volgende keer wandel ik zeker naar de top van de vulkaan: niet moeilijk, wel inspannend, zo vertelden 2 wandelaars aan de voet. Pico is ook de beste keuze om walvissen te spotten. Twee bureautjes in Lajes do Pico claimden een trefkans van maar liefst 98 en 99%.

Zeilersmekka Faial

In een half uurtje steek je per boot het Canal do Faial-Pico over naar Faial. In de haven vielen meteen de vele oceaanwaardige jachten op, waaronder enkele kapitale exemplaren met een flinke bemanning. Die gaven het havenstadje Horta een haast mondaine sfeer. Trefpunt is er Peter Café Sport, wereldwijd een begrip bij zeilers. Faial is namelijk dé tussenstop bij de oversteek van de Atlantische Oceaan.

Rust vond ik in de historische baai Porto Pim, met een mooi zandstrand. Ronduit spectaculair was de westpunt bij Capelo. Daar verrees na een aardbeving nieuw land uit zee. De vuurtoren lijkt er nu een vergissing in het desolate landschap.

Wandeleiland São Jorge

Het bergachtige maar groene São Jorge is bij uitstek het domein van de koe. De lokale kaas smaakte prima. Ik had het eiland vooral uitgekozen om te wandelen. Na een lift tot het goed omschreven beginpunt boven in de heuvels, liep ik de windmolenroute van Pico da Urze naar Fajã dos Cubres. Dat ging dwars over groene hellingen, met een magnifiek uitzicht op de kust, waar surfers reusachtige golven probeerden te bedwingen. En steeds uitzicht op Pico.

Beneden aangekomen kreeg ik in no time weer een lift. Tijdens de rit naar de desolate noordpunt, waar volgens mijn reisgids het vliegtuig neerstortte van de geliefde van Edith Piaf, kwamen we amper iemand tegen. Op geen ander eiland was het zo rustig. Ik at er 2 keer met veel smaak en plezier bij Fornos de Lava in Santo Amaro.

Terug naar reisgidsplus.nl