icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest

Thailand: van Bangkok tot Chiang Mai

Van rugzaktoerist tot overwinteraar: in 3 decennia heeft Thailand zich ontwikkeld tot een vakantiebestemming voor iedereen. Je kunt er prima reizen met een huurauto of het openbaar vervoer. Vooral het gebied ten noordwesten van Bangkok leent zich hiervoor.


Deel 1: Bangkok

nb bangkok-1200x800Hoewel er prachtige tempels staan en je het Koninklijk Paleis gezien moet hebben, is Bangkok vooral een stad om te beleven, met zijn markten en winkelcentra, hoogbouw en hutjes, budgethotels en hotelpaleizen, Skytrain en tuktuk. De stad is typisch Thais en tegelijkertijd erg westers: je houdt ervan of vindt het er vreselijk. 

Je kunt hier in ieder geval goed shoppen; veel mannen laten zich voor een zacht prijsje een maatpak aanmeten. En het is er genieten van de tongstrelende, lichte en kruidige Thaise keuken. De combinatie van hectiek, vochtige warmte en luchtvervuiling maakt dat menig bezoeker het snel gezien heeft in Bangkok. Maar wij kunnen er niet genoeg van krijgen.

Stad der engelen

In het Thais wordt Bangkok Krung Thep Maha Nakhon genoemd, wat ‘stad der engelen’ betekent. Veel westerlingen vinden hun ‘engelen’ hier in de seksclubs in Patpong en de zijstraatjes op de kop van de Sukhumvit. Op terrasjes zie je overal Europeanen en Amerikanen met hun ranke Thaise ‘vriendinnen’ zitten.

Op straat zie je ook veel in het oranje gehulde monniken, met name in Ratanakosin, Banglampoo en Dusit; het oude Bangkok waar de grote tempels liggen. Deze gebedshuizen zijn de belangrijkste bezienswaardigheden van de stad. Gezien de haast goddelijke status van koning Bhumibol, kun je het Koninklijk Paleis ook wel een tempel noemen. De boottocht erheen vanaf het Skytrain-station is een belevenis. Wat Phra Kaew, onderdeel van hetzelfde complex als het paleis, is het belangrijkste boeddhistische heiligdom van Thailand: hier wordt de smaragden Boeddha bewaard. Bij de ingangen zien de reusachtige demonenbeelden er angstaanjagend uit. Het goud van de chedis, een soort puntige koepels, glimt je tegemoet, en aan de rijen in oranje sjerpen gehulde Boeddhabeelden komt geen eind. Van het paleis trekken de felgekleurde daken met keramiektegels de meeste aandacht. Het is er altijd druk en er heerst een prettige, devote sfeer. Voor veel Thai is dit hét uitje. 

Tempels, tempels

Een andere aanrader is Wat Pho, de tempel van de immense liggende Boeddha en al sinds jaar en dag dé grote massage-leerschool: voor een prikkie heb je er een voetmassage van een uur. Verder is Wat Arun een must – alleen al door de prachtige zuilvorm en de karakteristieke ligging aan de overkant van de rivier. De donkere zuil blijkt van dichtbij uit aapvormige beelden te zijn opgebouwd. 

Zoals in heel Thailand ligt ‘tempelmoeheid’ algauw op de loer, maar toch zijn veel tempels de moeite waard vanwege een eigen charme of specifieke bezienswaardigheid. Zo vind je in Wat Intharawihan een 32 meter hoge staande Boeddha, in Wat Traimit de massief gouden Boeddha en in Wat Suthat de 8 meter hoge mediterende Boeddha uit de oude koningsstad Sukhothai. Even wat anders zien dan tempels? Het Jim Thompson House is een oase van teakhout, groen en rust tussen het beton van de hoogbouw en drukte van het zakencentrum.

Winkelparadijs

Shoppen is een feest in Bangkok. Op Siam Square loop je via loopbruggen van het ene winkelcentrum met airco naar het andere. Siam Paragon en Siam Discovery zijn ‘top of the bill’, met exclusieve merkzaken en prijzige terrassen. In het al wat oudere en eenvoudige Ma Boon Khrong (MBK) vind je vooral kleine winkels, zoals kleermakers en een koffieshop. Zeker zo leuk zijn de grote en kleine markten, zoals Pak Khlong Talad bij Wat Pho. Hier doet de Thai zijn dagelijkse boodschappen: rijst, groenten, kruiden, vlees, kip en vis. Op Chatuchak, met meer dan 10.000 kramen, waren we zo een halve dag zoet. Helaas is de markt er alleen in het weekend. Te veel gekocht om mee te nemen? Er zijn legio bureautjes om je aankopen naar huis te sturen.  

Deel 2: naar het noorden

nb chiangmai-1200x800Zelf autorijden is een prima manier om Thailand te ontdekken, zo bleek op onze reis van Bangkok naar Chiang Mai. Toegegeven, het verkeer is wat chaotisch, maar de wegen en bewegwijzering zijn goed en er zijn legio tankstations. We toerden langs historische steden, nationale parken en kleurrijke bergvolken.  

De grote laagvlakte tussen Bangkok en Chiang Mai is de rijstschuur van Thailand. Er ligt een handvol cultuursteden. Wij bezochten de toppers Ayutthaya en Sukhothai, maar ook het minder bekende Si Satchanalai, Lopburi en Kamphaeng Phet met historische tempel(ruïne)s en musea zijn de moeite waard.

Na Sukhothai neemt de natuur met verve de hoofdrol over, met beboste bergen waar de weg zich met duizenden bochten doorheen slingert. Fraaie panorama’s, nationale parken, dorpjes van bergvolken en levendige stadjes zijn er de attracties. De tweede stad van het land, Chiang Mai, is het kleurrijke en bruisende slotakkoord. 

Koninklijk verpozen

Vanaf de luchthaven ben je zo op de snelweg naar Ayutthaya. Al na een halfuurtje sta je voor de poort van het Koninklijke Paleis in het uitgestrekte stadje Bang Pa-In. Binnen de poort ademt het paleis, mede dankzij de beplanting en waterpartijen, rust. Met gebouwen in zowel Thaise, Chinese als koloniale stijl heeft het iets van een openluchtmuseum. Het pronkstuk is het door China geschonken Paleis van het Hemelse Licht: met draken, gongs en veel lakwerk. 

Tempelstad Ayutthaya

Het rijk van Ayutthaya was de voorloper van het huidige Thailand. Vandaag de dag is het een echte tempelstad: met afbrokkelende tempelruïnes, mooie oude tempels en splinternieuwe godshuizen met glimmende Boeddhabeelden. Je kunt het best een fiets huren om de 10 bezienswaardige exemplaren te bekijken. De oudste stammen uit de Khmer-periode en lijken met hun schubvormige torens op de tempels van Angkor Wat in Cambodja. Het gaafst is de Si Sampet, met 3 stoepa’s op een rij en bloeiende bomen aan de voet ervan. Onze favoriet is echter de Wat Yai Chai Mongkol, dankzij de prachtige Boeddhabeelden en de vele offerende gelovigen. Zelfs als je alles overdag al hebt gezien, is een tochtje met de tuktuk in de avond zeer de moeite waard: de tempels zijn dan prachtig verlicht. Een terrasje aan de drukbevaren rivier is een perfecte afronding van de dag. 

Sereen Sukhothai

De ruïnes van Sukhothai vormen een historisch park met waterlopen, bosschages, eilandjes en paden. De Wat Mahathat is een mini-tempelstad met tientallen gave Boeddhabeelden. In de late namiddag en de vroege ochtend waren we 2 van de weinige bezoekers bij de Sri Sawai met de Khmer-torens en de Wat Traphang Ngoen, met de lotusknopzuil en een fraaie, lopende Boeddha. Dan komt de serene sfeer het best tot uiting. Van de buitenzones sprak de noordelijke ons het meest aan, met de enorme Boeddha (15 meter) van de door bos omgeven Wat Si Chum. Bij de ingang van het park doet de reeks winkels en restaurantjes aan als een heuse plaats, maar het moderne Sukhothai ligt 12 kilometer verderop. Kies daarom een hotel bij het park en eet er ’s avonds op een terras, met uitzicht op de verlichte tempels.

Vlak bij Birma 

Tot aan Tak is het nog vlak, maar daarna gaat de weg bergop met veel bochten. In het dal van Lan Sang, een nationaal park, kun je enkele korte wandelingen naar watervallen maken. Die zijn bescheiden, maar de dichtbeboste omgeving is prachtig. Even voorbij de afslag naar het nationaal park Taksin Maharat is aan de weg een kleurrijke markt waar de bergstammen groente, koffie en fruit verkopen.

In Mae Sot, op enkele kilometers van de grens, bevinden zich veel Birmese vluchtelingen, zoals de Karen. Je ziet er tempels in Birmese stijl, met witte pagodes en streng ogende, witte Boeddhabeelden. De Rim Moei-markt is de beste plaats voor souvenirs; vooral voor houten Boeddhabeelden en jade. De markt had tot voor kort een soort wildwestimago, maar zit nu in een keurige markthal. 

De mooiste route

De weg die we volgen maakt deel uit van de zogenoemde Mae Hong Son-lus, die wordt beschouwd als de mooiste autoroute van Thailand. In totaal rijden we zo’n 600 kilometer door het hoogste deel van het land; een uitloper van de Himalaya. Onderweg zijn er volop mooie uitzichten op dichtbeboste bergen en kloven en op valleien met groene rijstvelden, afgewisseld met bamboe en golfplaten afdakjes. De weg telt duizenden bochten; alleen al tussen Mae Hong Son en Chiang Mai zijn het er zo’n 2000. Onderweg hoef je nooit lang te zoeken naar een mooie plek om even te stoppen.

Hoofdstad van het noorden

Chiang Mai, de ‘roos van het noorden’, is overzichtelijk; vergeleken met Bangkok gaat het er ontspannen aan toe. Helaas ontbreekt het er aan goed openbaar vervoer en ben je op de tuktuks aangewezen. Het oude stadscentrum ligt binnen de deels gereconstrueerde muren en gracht, en is opmerkelijk ruim. In de oude stad zijn ook de leukste restaurants en hotels, al zijn die wel aan de prijs. Aanraders zijn de Warorot-markt en de avondbazaar. 

Er zijn veel tempels in de stad, maar de belangrijkste ligt op een heuvel 20 kilometer verderop: Wat Phrathat Doi Suthep. Het is er altijd een drukte van belang, met veel kraampjes bij de ingang. Op het hoge terras heb je een zonnebril nodig vanwege het glimmende goud van de koepel en de Boeddhabeelden. De aanblik van geëmotioneerde, diepgelovige ouderen is aandoenlijk. 

Ga naar reisgidsplus.nl