icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest
Van hypotheek tot verhuisdoos |

Stap voor stap naar je nieuwe huis

icoon nieuw huis

Spaarder tot €240.600 gaat erop vooruit

Nieuws | Makkelijker wordt het er niet op, met de nieuwe vermogensrendementsheffing, maar voor veel spaarders wél (iets) leuker vanaf 2017. Volgens de huidige cijfers gaat iedereen met een box 3 vermogen tot €240.600 daarover minder belasting betalen.
Rien Meijer

Expert Geld & Verzekering

Gepubliceerd op:  17 september 2015


Voor mensen met tussen de €25.000 en €100.000 aan spaargeld en beleggingen is er sprake van een oplopend belastingvoordeel. Bijvoorbeeld: iemand met €50.000 betaalt nu €344 aan vermogensrendementsheffing, in 2017 zou dat nog ‘maar’ €218 zijn (zie rekenvoorbeeld onderaan). Het maximale voordeel heb je met €100.000: €290 (nu €944 belasting, straks €654).

Heffingsvrij vermogen

Voor de meeste Nederlandse huishoudens verandert er overigens weinig tot niets. Het heffingsvrij vermogen gaat in 2017 naar €25.000 per persoon (nu is dat nog €21.330, voor stellen het dubbele). Circa driekwart van de loon- en inkomstenbelastingbetalers blijft qua vermogen onder die grens.

Voor de naar schatting ongeveer 1 miljoen belastingplichtigen met méér dan €100.000 aan vermogen neemt het voordeel af, tot het omslagpunt van afgerond €240.600. Met €1 miljoen betaal je nu bijvoorbeeld nog €11.744,04 aan de fiscus, maar in 2017 wordt dat €13.342,50. Niet voor niets berichtte de Financiële Telegraaf onlangs al dat veel rijke spaarders hun vermogen nu onderbrengen in belastingvriendelijke bv's, om zo de nieuwe spaartaks te omzeilen.

Ingewikkeld onderscheid

Dit volgt allemaal uit de ruim 11 pagina’s die in het dinsdag gepresenteerde Belastingplan zijn gewijd aan de herziening van box 3. Nu wordt iedere Nederlander met meer dan €21.330 aan vermogen nog op exact dezelfde manier aangeslagen: over dat meerdere wordt een rendement verondersteld van 4% en daarover betaal je 30% vermogensrendementsheffing - per saldo dus 1,2%. Vanaf 2017 gaat de fiscus echter een tamelijk ingewikkeld onderscheid maken.

De Belastingdienst gaat er daarbij vanuit dat mensen naarmate ze meer vermogen hebben, minder sparen en juist meer beleggen. Tot €100.000 veronderstelt zij een vermogensmix van 67% sparen en 33% beleggen, tussen de €100.000 en €1 miljoen is dat 21% sparen en 79% beleggen. Met die beleggingen worden de meer vermogenden geacht een hoger rendement te halen dan met spaargeld (5,5% versus 1,63% volgens de huidige cijfers) en daardoor betalen zij ook relatief meer belasting.

Elk jaar opnieuw vastgesteld

Die percentages worden steeds voor het begin van het nieuwe belastingjaar vastgesteld, aan de hand van de actuele situatie. Voor 2017 kunnen er uiteindelijk dus licht afwijkende rendementen uit rollen. Zo zal het 5-jaars gemiddelde van het rendement op spaargeld ongetwijfeld nog wat dalen. Dit alles betekent dat de bovenstaande berekeningen ook iets anders zullen uitpakken.

Overigens stelt het kabinet te blijven streven naar een belastingheffing die gebaseerd is op het daadwerkelijk behaalde rendement, iets dat nu naar verluidt nog onuitvoerbaar is voor de Belastingdienst. In 2020 worden de mogelijkheden opnieuw bekeken.

Rekenvoorbeeld

Nu
Vermogen in box 3: €50.000
Heffingsvrij vermogen: €21.330
Belastbaar vermogen: €28.670
Verondersteld rendement (4%): €1146,80
Vermogensrendementsheffing (30%): €344,04

Vanaf 2017 
Vermogen in box 3: €50.000
Heffingsvrij vermogen: €25.000
Belastbaar vermogen: €25.000 (fiscus gaat uit van 67% sparen en 33% beleggen) 
Spaargeld: €16.750
Beleggingen: €8250
Verondersteld rendement spaargeld (1,63%): €273,03
Verondersteld rendement beleggingen (5,5%): €453,75
Totaal verondersteld rendement: €726,78
Vermogensrendementsheffing (30%): €218,03

Bronnen: Belastingplan, berekeningen van de Consumentenbond

Bekijk ook:

Test spaarrekeningen