Extra informatie

Erfbelasting

In 2010 is de erfbelasting vereenvoudigd. Toch zijn er nog regelmatig misverstanden rond het afhandelen van de erfenis en erfbelasting. We lichten de 11 meest brandende kwesties toe.

1. Aangifte inkomstenbelasting

In het kalenderjaar van overlijden moeten de nabestaanden nog aangifte inkomstenbelasting doen over het inkomen van de overledene. Aangifte inkomstenbelasting lijkt misschien onnodig naast de aangifte erfbelasting, maar die aangiften staan los van elkaar. Meestal heeft de overledene nog inkomen gekregen in het jaar van overlijden en dat moeten de nabestaanden bij de fiscus aangeven. Erfgenamen ontvangen een papieren F-biljet. Wanneer je deze niet hebt ontvangen en de overledene is nog wel belasting verschuldigd, kun je een F-biljet aanvragen bij de BelastingTelefoon. Als de overledene een partner had, mag je wachten met de aangifte. De partner en de erfgenamen kunnen dan na afloop van het kalenderjaar gezamenlijk aangifte doen. Ook dit moet op papier. Het is wel handig om het programma te gebruiken om de aangifte van beiden in te vullen en zo gebruik te maken van het rekengedeelte van dit programma om de beste verdeling van de aftrekposten en het vermogen te vinden. Werkt de Digid van de overledene nog, dan kan je de aangifte nog elektronisch indienen, maar check dan wel bij de belastingtelefoon of hij is aangekomen en in behandeling wordt genomen. Werkt de Digid van de overledene niet meer, dan moeten de gegevens voor beiden op een papieren biljet worden overgenomen.

2. Waarde bepalen

Een erfenis bestaat uit alle bezittingen en schulden die een overledene achterlaat. Over het positieve saldo betalen de verkrijgers erfbelasting. Voor geldbedragen is het vaststellen van de waarde van de erfenis niet zo moeilijk, maar bij de inboedel ligt het ingewikkelder.

Een veel gemaakte fout is dat nabestaanden de inboedel aangeven tegen de verzekerde waarde. Dat kan leiden tot een te hoge aanslag, want je verzekert het bedrag dat nodig is om de inboedel opnieuw aan te schaffen. Bij de erfbelasting hoef je alleen de economische waarde van de inboedel aan te geven: het bedrag dat de hoogste bieder ervoor geeft. Dat is vaak niet zo veel, tenzij het gaat om een bijzonder stuk kunst, antiek of dure sieraden.

Bij woningen geldt de waarde die vermeld staat in de WOZ-beschikking in het jaar van overlijden. In 2012 is de wet aangepast. Als iemand overlijdt na 1 januari 2012 mogen de erfgenamen kiezen of ze erfbelasting willen betalen over de waarde op de WOZ-beschikking van het jaar ván of ná het overlijden. Bij effecten geldt de slotkoers van de laatste beursdag op de dag vóór het overlijden. Die staat in de Prijscourant.

3. Afhandelen erfbelasting

De aangifte moet binnen 8 maanden na het overlijden gebeuren. Bij te late aangifte brengt de fiscus belastingrente in rekening over het verschuldigde bedrag. Soms is het niet mogelijk op tijd aangifte te doen, bijvoorbeeld omdat de bedragen nog niet bekend zijn. Dan kan het slim zijn alvast een voorlopige aanslag aan te vragen bij de fiscus, om rente te voorkomen.

Digitaal aangifte erfbelasting doen kan overigens niet. Als erfgenaam ontvang je vaak automatisch een formulier Aangifte Successie voor het indienen van de aangifte. Alle erfgenamen (tenzij ze een van de erfgenamen of de executeur gemachtigd hebben dit namens hen te doen) ondertekenen deze aangifte. Wanneer je dit formulier niet ontvangt en wel erfbelasting verschuldigd bent, dien je dit zelf aan te vragen via de Belastingtelefoon. Dit kan niet eerder dan 1 maand na het overlijden van de erflater.

Tarieven erfbelasting bij overlijden in 2013:

  • partner en kinderen: €0 - €118.254  10%, daarboven 20%;
  • kleinkinderen en afstammelingen in de rechte lijn: €0 - €118.254 18%, daarboven 36%;
  • overige verkrijgers: €0 - €118.254  30%, daarboven 40%.

Tarieven erfbelasting bij overlijden in 2014:

  • partner en kinderen: €0 - €117.214  10%, daarboven 20%;
  • kleinkinderen en afstammelingen in de rechte lijn: €0 - €118.214 18%, daarboven 36%;
  • overige verkrijgers: €0 - €117.214  30%, daarboven 40%.

Vrijstellingen erfbelasting bij overlijden in 2013:

  • partner: €616.880;
  • kinderen en kleinkinderen: €19.535;
  • ouder: €46.266;
  • gehandicapt kind: €58.604;
  • overige erfgenamen: €2057.

Vrijstelling erfbelasting bij overlijden in 2014:

  • partner: €627,367;
  • kinderen en kleinkinderen: €19.868;
  • ouder: €47.053
  • gehandicapt kind: €59.601;
  • overige erfgenamen: €2092.

4. Codicil of testament

Een codicil is een met de hand geschreven verklaring waarin de erflater een aantal wensen kan opnemen. Voordeel is dat je het zelf, zonder notaris, kunt opstellen en dat kost niets. Maar in een codicil kun je alleen de wensen omtrent de begrafenis of crematie vastleggen, plus aan bepaalde personen toegewezen legaten, zoals sieraden, meubels, boeken en kleding.

Vóór 2003 kon je in een codicil ook een executeur aanwijzen, maar dat moet nu per testament. Codicillen van vóór 2003 blijven van kracht; staat daar een aanwijzing van de executeur in, dan is die nog gewoon rechtsgeldig.

Wie een andere verdeling van de erfenis wil dan wettelijk is geregeld, ontkomt niet aan het opmaken van een testament. Bijvoorbeeld als je alleenstaand en kinderloos bent en niet wilt dat de erfenis naar familie gaat waarmee je nauwelijks contact hebt. Of als je de stiefkinderen, een goede vriend of goed doel wilt laten meedelen in de erfenis.

5. Notaris vermijden

Het is niet nodig de notaris de (hele) erfenis te laten afhandelen. Je kunt hem ook alleen inschakelen voor een verklaring van erfrecht of van executele. Die laatste is nodig als de overledene een executeur heeft aangewezen in het testament.

Met de verklaring van de notaris kan de executeur daadwerkelijk aan de slag: het bewijst dat hij of zij bevoegd is te handelen. Een verklaring van erfrecht is niet verplicht maar vaak wel nodig. Zonder zo'n document blijven bankrekeningen meestal geblokkeerd en is het lastig om partnerpensioen te krijgen.

TIP: Als erfgenamen moeilijk te vinden zijn, kan het wat langer duren voordat de notaris de verklaring van erfrecht kan afgeven. Zorg dus altijd voor een actuele adressenlijst van erfgenamen. Dat scheelt de nabestaanden straks heel wat tijd.

6. Executeur inschakelen

Een executeur beheert de nalatenschap en vertegenwoordigt daarbij de erfgenamen. Het is verstandig een executeur aan te wijzen als er veel erfgenamen zijn of als de nalatenschap complex is. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een effectenportefeuille en/of verhuurd onroerend goed.

De taken van een executeur zijn onder meer het opmaken van een boedelbeschrijving, waaruit de bezittingen en schulden van de nalatenschap blijken. Ook moet hij de laatste wil van de erflater uitvoeren en de schulden voldoen. De erflater kan van deze wettelijke bevoegdheden afwijken en de executeur meer of juist minder taken toekennen. Je mag iedereen aanwijzen als executeur: een erfgenaam, goede vriend of notaris.

7. Aansprakelijk voor schulden

Een erfgenaam erft in principe bezittingen én schulden. Zijn de schulden groter dan de bezittingen, dan kost het geld. Dit is te voorkomen door de erfenis beneficiair te aanvaarden. Je accepteert de erfenis dan alleen als uit de boedelbeschrijving een positief saldo blijkt. Bij zuivere aanvaarding moet een erfgenaam onbekende schulden betalen, als deze niet via de erfenis kunnen worden voldaan.

TIP: Kies bij twijfel over het nagelaten vermogen altijd voor beneficiaire aanvaarding. Zeker als de overledene ondernemer was.

8. Belasting besparen

Het is verstandig de zaken vóór het overlijden fiscaal zo gunstig mogelijk te regelen. Bijvoorbeeld door het vermogen al deels weg te schenken of door een testament op te stellen. Is dat niet (voldoende) gebeurd, dan kunnen de erfgenamen ook na het overlijden nog actie ondernemen.

Zo kan de partner nog tot 3 maanden na het overlijden de wettelijke verdeling ongedaan maken. De langstlevende echtgenoot komt dan met de kinderen een andere verdeling overeen.

Volgens de wettelijke verdeling gaat de erfenis naar de langstlevende partner. De kinderen krijgen een geldvordering op de langstlevende ouder ter hoogte van hun erfdeel. De rente hierover is gelijk aan de wettelijke rente minus 6%, (op dit moment is de vordering daarmee renteloos). Maar daarvan kan worden afgeweken.

Het kan fiscaal gezien gunstig zijn die rente zo hoog mogelijk vast te stellen. De erfenis van de langstlevende echtgenoot wordt door die rente op papier 'uitgehold', waardoor de kinderen te zijner tijd minder erfbelasting hoeven te betalen.

9. Schenken met warme hand

Als iemand schenkt en kort daarna overlijdt, kan dat voor problemen zorgen. Alle schenkingen die binnen 180 dagen vóór overlijden zijn gedaan, horen tot de erfenis. Dit geldt niet voor de eenmalig vrijgestelde hoge schenking. Ouders mogen hun kinderen tot hun 40e eenmalig een bedrag schenken van €24.676 (of €51.407 als de kinderen het meerdere dan €24.676 gebruiken voor bijvoorbeeld de aankoop van een woning). Dat kan dus ook nog op het sterfbed. Dit gaat ook gelden voor de eenmalig verhoogde vrijstelling van €100.000 voor de eigen woning.

10. Schenken via bewindvoerder

Een bewindvoerder heeft toestemming van de kantonrechter om de bezittingen en financiële zaken van iemand die bijvoorbeeld dementerend is, te beheren. Schenkingen liggen echter gevoelig.

Kan de bewindvoerder aantonen dat er een 'schenkingstraditie'  was, dus dat de dementerende al jaren schenkingen verrichtte, dan mogen die gewoon doorgaan. Voorwaarde is wel dat het vrije vermogen van de schenker niet onder een bepaald bedrag komt. Voor 65-plussers is dat €20.000, voor jongere schenkers €40.000.

Meer weten over erven en erfbelasting? Bestel het boek Slim nalaten en schenken.

11. Bezwaar tegen de aanslag erfbelasting 

In juli 2012 hebben rechters twee uitspraken gedaan over erfbelasting in het voordeel van de belastingplichtige. Wie een aanslag erf- of schenkbelasting ontvangt, dacht baat te hebben bij deze rechtspraak.

De wet die de erfbelasting regelt, pakt voor mensen die een onderneming erven heel gunstig uit. Zij hoeven onder voorwaarden bijna geen erfbelasting te betalen. De rechter oordeelde daarom dat het in strijd is met Europees recht dat mensen die een onderneming erven zo veel minder belasting hoeven te betalen dan wie iets anders erft. Hij paste de vrijstelling voor ondernemingsvermogen daarom toe op privévermogen. De aanslag werd fors verminderd. De Belastingdienst is in hoger beroep gegaan en de Hoge Raad heeft de Belastingdienst in het gelijk gesteld. De vrijstelling voor ondernemingsvermogen geldt dus definitief niet óók voor privévermogen.

Deel bericht via: