icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest
Van hypotheek tot verhuisdoos |

Stap voor stap naar je nieuwe huis.

icoon nieuw huis

Liever geen loopstoel

Leren lopen is best lastig, het gaat met vallen en opstaan. Na een paar wankele stapjes ligt je kleintje alweer op zijn billen. Loopstoelen lijken een uitkomst, maar werken juist tegen en kunnen gevaarlijke situaties opleveren. VeiligheidNL en de Consumentenbond vroegen ouders naar het gebruik van loopstoeltjes. Veel winkels hebben het product in het assortiment, maar worden ze ook veel gekocht en gebruikt?
Lauri Ten Grotenhuis
Lauri Ten Grotenhuis

Expert Woning & Huishouden

liever-geen-loopstoel

Wat is een loopstoel?

Een loopstoel, ook wel babywalker genoemd, is een stoeltje met daaronder een frame met wieltjes. Je kind zit in de stoel en de benen gaan via openingen naar de grond. Door met de voetjes af te zetten kan een kindje vrij rondrijden.

Loopstoeltjes zijn er in vrolijke uitvoeringen, vaak met geïntegreerd speelgoed waar je kindje mee kan spelen als het in de stoel zit. Maar wist je dat deze babywalkers in verschillende landen verboden zijn? Ze veroorzaken ongelukken, ze vertragen de ontwikkeling en ze zijn simpel weg niet nodig.

Gebruik van loopstoeltjes

Uit onderzoek van VeiligheidNL van een aantal jaar geleden bleek dat 16% van de autochtone ouders van kinderen van 0 tot 1 jaar wel eens een loopstoeltje gebruikt. Van de allochtone ouders gaf een kwart van de ouders van 0- tot 1-jarigen aan een loopstoeltje te gebruiken (25%).

Uit onze oproep op Facebook van 9 juni 2016 blijkt gelukkig ook dat veel ouders zich bewust zijn van de nadelen van een loopstoel. Terecht wordt opgemerkt dat het gebruik van een loopstoeltje niet zonder risico is en wel op 2 fronten:

  • de mogelijke ongelukken die ermee kunnen gebeuren;
  • het effect op de motorische ontwikkeling.

De ouders die hem wel gebruiken doen dat vaak maar kort. 

Ongelukken

Een kind in een loopstoeltje kan zich sneller voortbewegen en daardoor snel onveilige plekken bereiken, zoals een trap of gevaarlijke plekken in de keuken (hete ovens, open haarden, verwarmingen). Ook kan het kind bij hogere plekken komen, dan wanneer het bijvoorbeeld kruipt. Die pot thee op tafel is ineens bereikbaar.

Verder is het oppassen geblazen in de buurt van de trap of opstapjes in huis: het stoeltje kan kantelen of in het ergste geval valt het kind met stoeltje en al van de trap. Kinderen krijgen met de loopstoel meer bewegingsvrijheid, maar ze hebben met die vrijheid nog niet leren omgaan.

Motorische ontwikkeling

Een misvatting is dat kinderen door het gebruik van een loopstoeltje sneller leren lopen. Het is zelfs sterker: het kan zelfs een vertraging in de loopontwikkeling veroorzaken. Om te leren lopen moeten kinderen verschillende stadia doorlopen: liggen, rollen, zitten, kruipen en staan.

Deze stadia zijn belangrijk om het evenwichtsgevoel te ontwikkelen. En ook om de spieren op een juiste manier te kunnen ontwikkelen en leren aansturen.

Bij gebruik van een loopstoeltje kunnen kinderen een spitsvoetje ontwikkelen door het lopen op hun tenen. In het ergste geval verkorten de spieren zodanig dat er spalken aan te pas moeten komen om dit te verhelpen.

Hetzelfde geldt overigens voor een bouncher, jumper of exerciser. Dat zijn tuigjes waarin je je baby vastzet en het kindje zich door de voetjes af te zetten tegen de grond springende bewegingen kan maken.

Om te leren lopen moet een kind een noodzaak voelen. Enige frustratie omdat je ergens niet bij kan, geeft kracht en reden om te leren staan en lopen. Als je het je kind in beide gevallen makkelijk maakt, dan is de noodzaak weg en duurt het juist langer voordat ze het zelf leren.

Advies

VeiligheidNL en de Consumentenbond raden het gebruik van loopstoeltjes af. Leuke, leerzame alternatieven voor loopstoeltjes zijn bijvoorbeeld een activity kleed. En als ze iets groter zijn een duwkarretje of loopkarretje, waar ze achter kunnen lopen.

Let bij zo'n loopkarretje er wel op dat de wielen niet te makkelijk rollen, in het begin loopt het makkelijker als hij stroef rolt. Eventueel kun je de wielen wat losser zetten als het lopen makkelijker gaat. De positie van de duwstang is soms ook in te stellen.

Wil je toch een loopstoeltje aanschaffen, let dan op de volgende punten:

  • Koop een loopstoeltje dat voldoet aan de huidige norm (NEN-EN 1273: 2005). Nieuwe loopstoeltjes voldoen in bijna alle gevallen aan de geldende norm, maar in geval van tweedehands producten hoeft dit niet zo te zijn. 
  • Laat een kind nooit zonder toezicht.
  • Gebruik een loopstoeltje alleen voor kinderen die zelfstandig tot zithouding kunnen komen (7 à 8 maanden), maar nog niet kunnen lopen. Stop in ieder geval met het gebruik als het kind zich met de voetjes verticaal kan afzetten tegen de grond of met de voetjes bij de rand van het frame kan komen.
  • Gebruik een loopstoel in totaal niet langer dan 20 minuten per dag en blijf in de buurt.
  • Stel de hoogte van het zitje zo in dat het kind net met de voeten bij de grond kan.
  • Doordat een kind in een loopstoel makkelijker en sneller gevaarlijke plaatsen kan bereiken, moeten deze worden afgeschermd. Denk hierbij aan trappen, afsluiten van (kelder)deuren, drempels, kachels en open haarden en laag glas in deuren en ramen. logo veiligheidNL en Consumentenbond

Lees ook:

Door ons getest:

Reageren kan ook via Facebook op onze Baby & Kind Facebook-pagina.

Nieuw & interessant