
Joyce Donat WoordvoerderGepubliceerd op:2 januari 2026
Toetjes, chips, ijs, bier en koffie. Bijna elk product heeft tegenwoordig een variant met extra eiwit (proteïne). Fabrikanten prijzen proteïne aan als ‘goed voor sporters’ en ‘goed voor de spieropbouw’. Maar de meeste consumenten krijgen met een normaal eetpatroon meer dan genoeg eiwitten binnen. Ook als ze sporten. Extra eiwit betekent niet per se extra gezond. Maar wél vaak extra duur.
Koopmans verkoopt bijvoorbeeld proteïnepannenkoekenmix in een schudbus met ‘11 gram eiwit per pannenkoek’. Deze mix is de helft duurder dan gewone (witte) mix in een schudfles en 3 keer duurder dan de volkoren variant in een pak. Volkoren is een bron van vezels. Een voedingsstof waar veel consumenten wél een tekort aan hebben.
Ook bij andere producten is de extra eiwit-variant duurder dan de gezondere volkoren keuze. Zo kosten de proteïne tortilla’s van de Albert Heijn €1,69 en de volkoren tortilla’s €0,95. En Bolletje verkoopt knäckebröd met 22% eiwit voor €2,20 terwijl de volkoren crackers €2 kosten.
Sommige fabrikanten liften mee op de proteïnehype zonder extra eiwit toe te voegen aan hun producten. Op de verpakking van Protein tonijn van John West staat ‘33 gram eiwit per blikje’. Maar dat is nauwelijks meer dan er in een gewoon blikje tonijn zit. Achterop de verpakking staat bij de ingrediënten dan ook alleen: tonijn, water en zout. Niet anders dan anders dus.
Ook kaasfabrikanten misbruiken eiwitclaims. Zo staat op een pak 30+ kaas van Maaslander groot ’33 gram proteïne’. En consumenten zouden met Lindahls en Philadelphia proteïne cottage cheese meer eiwitten binnenkrijgen dan met gewone cottage cheese. Maar er is niets extra’s toegevoegd aan deze kazen. Kaas bevat van nature veel eiwit. De nadruk leggen op een voedingsstof terwijl alle soortgelijke producten hetzelfde kenmerk hebben, is volgens de Warenwet misleidend.