Waarom is extra proteïne zo'n hype?
Onderzoek
Nauwelijks meer eiwit
Proteïne lijkt het toverwoord in de supermarkt. Aan talloze producten wordt extra eiwit toegevoegd en dat wekt de indruk dat het gezondere alternatieven zijn. Maar in onze steekproef naar producten met extra eiwit komen we een aantal producten tegen die nauwelijks verschillen van de gewone variant.
Neem proteïnetonijn, -kaas en -cottage cheese. Hieronder zie je de voorbeelden staan. In 100 gram van deze proteïnevarianten zit maar 1 gram meer eiwit. Verder zijn de ingrediënten hetzelfde als die van de 'normale' variant.
Omdat het eiwitgehalte bijna hetzelfde is, betaal je meer voor nauwelijks iets extra’s.
Extra eiwit, minder vezels
Er zijn ook steeds meer graanproducten met een proteïne-variant te koop. Meestal gaat het om de ‘witte’ versie waaraan extra eiwit is toegevoegd. Deze producten zijn gemaakt van bloem en bevatten daardoor nauwelijks vezels. Aan eiwitten hebben de meeste mensen geen tekort, maar aan vezels wel. Een graanproduct met extra eiwit is daarom vaak overbodig. Alsof ze een ongezondere variant iets gezonder maken, terwijl juist de volkoren variant gezonder is.
Ook zijn proteïne-graanproducten meestal een stuk duurder. Kies liever volkoren. Dat is rijk aan vezels én tot wel 3 keer goedkoper dan de proteïne-variant.
Misleidend, onnodig en verwarrend
De nadruk leggen op 1 voedingsstof, terwijl alle vergelijkbare producten hetzelfde kenmerk hebben? Dat is volgens de Warenwet misleidend. De bovenstaande producten met tonijn, kaas en cottage cheese mogen de toevoeging 'proteïne' daarom niet zo gebruiken. Dat laat toezichthouder, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), ons weten.
Toch grijpt de NVWA niet in: 'De NVWA beschouwt de vrijwillige vermelding 'protein' op bovenstaande producten als voedingsclaim. Voor de consument zal deze voedingsclaim waarschijnlijk dezelfde betekenis hebben als de toegestane voedingsclaim ‘eiwitrijk’, waardoor er geen wettelijke bepalingen worden overtreden.'
Wij interpreteren de regels anders. We verwachten ook dat een gemiddelde consument bij proteïnetonijn of proteïnekaas een bijzonder product verwacht met extra veel eiwit. We vinden het een onnodige toevoeging en daarom verwarrend.
Proteïne is verdienmodel
Extra eiwit toevoegen aan je product kost fabrikanten nauwelijks iets. Volgens een onderzoek van dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier voegt een beetje extra eiwit vaak maar een paar cent toe aan de kostprijs van een product. Toch betaal je er als consument gemiddeld 24% meer voor. Dat maakt proteïneproducten een perfect verdienmodel, waar elke fabrikant een graantje van mee probeert te pikken.
Proteïnetrend botst met duurzame doelen
De proteïnetrend staat haaks op de eiwittransitie naar meer plantaardig eten. De meeste supermarktketens willen dat in 2030 60% van hun verkochte eiwitten plantaardig is, maar zitten nu pas op 40%. Het doel gaan de supermarkten waarschijnlijk niet halen, mede door de proteïnehype.
Veel proteïnerepen, -koekjes en -chips worden verrijkt met melkeiwitten, dierlijk eiwit dus. Terwijl er meer dan genoeg plantaardige eiwitrijke opties zijn. Denk dan aan peulvruchten, noten of zaden. In graanproducten zit van nature flink wat eiwit. Een bord met 100 gram pasta levert tussen de 10 en 15 gram eiwit en 6 onbesmeerde volkorenboterhammen leveren samen 25 gram. Dit soort onbewerkte, plantaardige producten zijn goedkoper, gezonder én duurzamer.
Nieuwste artikelen
Deel dit artikel



