
Joyce Donat WoordvoerderGepubliceerd op:2 juli 2026

Voor 8 productgroepen gelden inmiddels Europese eisen voor de repareerbaarheid (Ecodesign): smartphones, tablets, televisies, vaatwassers, wasmachines, drogers, koelkasten en vriezers. Bij smartphones en tablets zijn deze het meest uitgebreid sinds de invoering van de reparatie-index op het energielabel in 2025. En dat werkt, zo blijkt uit het onderzoek.
De consumentenorganisaties bekeken de reparatiemogelijkheden van 10 smartphones en 9 steelstofzuigers. De eerste productgroep valt onder de strenge reparatieregels, de tweede niet.
Voor alle nieuwe smartphones zijn reserveonderdelen gemakkelijk online te vinden. En zelfs voor oudere modellen lukt dat soms, hoewel dat wettelijk niet verplicht is. Ook is de informatie over hoe een toestel te repareren en met welk gereedschap, voor consumenten en (onafhankelijke) reparateurs makkelijk vindbaar.
Van steelstofzuigers vonden de onderzoekers geen enkele reparatiehandleiding. Fabrikanten geven hooguit wat onderhoudstips of hulp bij eenvoudige storingen. En het aanbod van reserve-onderdelen verschilt sterk per merk, productlijn en land. Sommige fabrikanten bieden uitgebreide onderdelenlijsten. Andere merken bieden helemaal geen reserveonderdelen voor consumenten.
Sandra Molenaar, directeur Consumentenbond: ‘Een herkenbaar beeld. Fabrikanten komen vaak pas in beweging als iets verplicht is. Gelukkig vallen steelstofzuigers in de toekomst ook onder de Ecodesign wetgeving. Net als printers en laptops. Maar dat proces verloopt ontzettend langzaam en duurt nog jaren.’
Vanaf 31 juli 2026 is er aanvullende wetgeving, de Right-to-Repair. Deze zorgt ervoor dat consumenten ook buiten de garantieperiode hun product moeten kunnen (laten) repareren. Molenaar: ‘Maar die wet gaat dan weer alleen gelden voor producten die op dit moment onder Ecodesign vallen. Dat is gek, vinden wij. Want consumenten willen ook andere producten kunnen (laten) repareren. We pleiten voor wetgeving die minimale eisen stelt aan álle productgroepen. Reparatie moet voor consumenten aantrekkelijker worden. Dat is goed voor het milieu én voor de portemonnee.’