icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest

Hoeveel lumen heb ik nodig?

Op de lampverpakking staat tegenwoordig hoeveel lumen het licht van de lamp is. Dit is een maat voor de hoeveelheid licht, die met de moderne lampen veel handiger is om een lamp uit te zoeken dan het wattage van de lamp. Maar hoe zit dat nou precies?
Peter van der Wilt
Peter van der Wilt

Expert Energie

Bijgewerkt op:  27 maart 2018


'60 watt boven de eettafel, 25 in de schemerlamp en 100 in de kelder'. Toen de meeste lampen nog gloeilampen waren drukte je de lichthoeveelheid uit in watt. Nu gewone gloeilampen niet meer verkocht worden moet ‘watt’ weer terug in z’n hok: het is en blijft een uitdrukking van elektrisch vermogen, niet van licht. Daar hebben we ‘lumen’ voor.

Tegenwoordig staat de hoeveelheid lumen ook groter op de verpakking van een lamp dan de hoeveelheid watt. Logisch, want alleen met lumen kun je verschillende lampen – halogeenlamp, spaarlamp, ledlamp - goed met elkaar vergelijken. Maar het is wel even wennen natuurlijk.

Lumen vergelijken met watt

Om het wennen aan lumen makkelijker te maken vergelijken we de lichtstroom in lumen van een lamp met het vermogen in watt dat een gloeilamp zou moeten hebben om dezelfde hoeveelheid licht te geven. Dat doen fabrikanten ook: op een doosje van een ledlamp staat dan bijvoorbeeld dat hij 470 lumen is en dat dat overeenkomt met een gloeilamp van 40 watt. Uit de tabel hieronder kun je aflezen hoeveel lumen een nieuwe lamp ongeveer moet hebben als je er een bepaalde gloeilamp door wilt vervangen.

Gloeilamp wattage Lichtopbrengst
15 watt 100 tot 150 lm
25 watt 200 tot 300 lm
40 watt 400 tot 500 lm
60 watt 700 tot 800 lm
75 watt 900 tot 1000 lm
100 watt meer dan 1300 lm

Om je een idee te geven: met 800 lumen kun je makkelijk een kamer verlichten; 200 lumen is meer iets voor een schemerlamp. Meerdere sfeerlampjes bij elkaar (bijvoorbeeld kaarsjes in een kroonluchter) moeten niet veel meer dan 100 lumen per stuk zijn.

Let op: de tabel geldt voor rondschijnende lampen (peertjes), niet voor spots (reflectorlampen). In de lichtbundel van een spot is het licht feller, daarom hoeft een spot minder lumen te hebben dan een peertje om op de plek waar het licht valt hetzelfde effect te hebben. Bij spots geldt de volgende vuistregel: als je een 35 watt halogeenspotje vervangt, heb je zo’n 250 lumen nodig, voor een 50 watt halogeenspot zo’n 350-400 lumen. Vaak staat op de verpakking van een ledspot ook welk wattage halogeenspot hij vervangt.

Wat is de zuinigste lamp?

Niet zelden is de werkelijke hoeveelheid licht lager - of hoger! - dan het getal op de verpakking. We zien dit probleem bij alle lamptypen. Als de afwijking groot is, krijgt zo'n lamp een lager oordeel op lichtopbrengst in onze test. Het aantal lumen (de hoeveelheid licht) gedeeld door het aantal watt (de hoeveelheid stroom die de lamp verbruikt) bepaalt hoe efficiënt en dus energiezuinig de lamp is. Wij meten zowel lumen als watt en berekenen daaruit de efficiëntie.

Lees ook: