
Carola van Dorp Expert belastingaangifteBijgewerkt op:2 maart 2026
In dit artikel leggen we uit welke belastingen je zoal tegenkomt bij aankoop, bezit en verkoop van je vakantiewoning. Wil je meer weten over de box 3 belasting? Lees dan het artikel: 'Belasting box 3 vakantiewoning'.
Bij de aankoop van een (vakantie)woning hangt het van de situatie af welke belasting je betaalt. Er zijn er 3 mogelijkheden:
Kun je bij de aankoop van een bestaande woning kiezen voor beide, optie 3? Overleg dan met een belastingadviseur, met specialisatie btw of onroerend goed. Bespreek of btw in jouw situatie slim is.
Heb je btw betaald? Dan kun je mogelijk bij (gedeeltelijke) verhuur van de woning de btw terugvragen. Kijk hiervoor bij het kopje vakantiehuis en btw.
Een vakantiehuis (of ander soort tweede woning) is meestal onroerend goed. Die geef je op in je belastingaangifte. Bij onroerende goederen vindt de aan- en verkoop plaats via een notaris. Heb jij je vakantiehuis zonder notaris gekocht? Dan is dit waarschijnlijk een roerend goed, net als je auto. In dat geval geef je de waarde niet op in je aangifte.
Je betaalt belasting over het gedeelte van je totale vermogen dat op 1 januari 2025 hoger is dan €57.684 per persoon (2026: €59.357). Onder je vermogen valt de vakantiewoning, maar bijvoorbeeld ook je betaal- en spaarrekeningen, beleggingen. Een lening voor de vakantiewoning en andere schulden verreken je met je bezittingen. In je aangifte betaal je belasting over een fictief rendement of het werkelijk rendement over je vermogen.
Bij de belasting over je vermogen, box 3-heffing, betaal je 36% belasting over een fictief, door de overheid bedacht, rendement. Dit fictieve rendement is in 2025 5,88% en in 2026 6% van de waarde van de woning.
Voor de waarde van je woning kijkt de Belastingdienst naar de WOZ-waarde per 1 januari van het voorgaande jaar. In de aangifte over het jaar 2025 neem je de waarde per 1 januari 2024. Die staat in de WOZ-beschikking die je in 2025 van de gemeente kreeg.
Hoeveel belasting je precies betaalt, hangt af van je totale vermogen. Wil je meer weten over deze belasting? Lees dan het artikel: ‘Wat is de vermogensbelasting?’.
In je aangifte 2025 kun je ook over het werkelijke rendement van je vakantiewoning belasting te betalen. In dat geval tellen de waardeverandering en de ontvangen huur mee als opbrengst. Betaalde rente over een eventuele schuld verlaagt de opbrengst. Je betaalt 36% belasting over je totale werkelijke rendement.
Wil je meer weten over de berekening van het werkelijk rendement? Lees dan het artikel: ‘Wat is het werkelijk rendement?’.
In het artikel: ‘Vakantiewoning en box 3 belasting’ lees je meer over de belasting op je vakantiewoning en verhuurde tweede woning. Je leest bijvoorbeeld waar je de woning invult in je aangifte en wat er komende jaren verandert.
Ook een vakantiewoning buiten Nederland geef je op in je belastingaangifte. Vaak betaal je in dat land ook al belasting, waardoor je recht hebt op een speciale regeling. Deze regeling heet: ’voorkoming dubbele belasting’.
Meer hierover lees je in het artikel: ‘Vakantiewoning en box 3 belasting’.
Je krijgt geen hypotheekrenteaftrek voor de rente van een lening voor een vakantiehuis of tweede woning. Dit geldt ook als je hoofdverblijf een huurwoning is. Wel verlaagt de lening de belasting over je vermogen. Hou daarbij rekening met een schuldendrempel van €3800 (2026/2025) voor alleenstaanden of €7600 (2026/2025) voor stellen. Het bedrag boven de drempel zorgt voor de belastingverlaging.
In sommige situaties ziet de Belastingdienst je als ondernemer. Dan gelden de belastingregels voor de ondernemers. Dit is het geval als je:
Hiervoor zijn geen vaste regels. Het hangt af van de daadwerkelijke situatie en werkzaamheden die je doet. Twijfel je of dit voor jou geldt? Neem dan contact op met een belastingadviseur of de Belastingdienst.
Verhuur je de woning? Kijk dan ook naar de btw.
Bij verhuur van een woning voor langere tijd, langer dan 6 maanden, is de verhuur vrijgesteld van btw. Je hoeft dan geen btw te rekenen. In die situatie is de huurder vaak ingeschreven op het adres.
Bij kortdurende verhuur van een vakantiewoning heb je wel te maken met de regels van de btw. Het gaat hier om ‘verhuur in het kader van verstrekken van logies’. Je bent volgens de wet ondernemer voor de btw bij ‘regelmatige’ verhuur. Volgens de persvoorlichter van de Belastingdienst is 2 keer per jaar of ieder jaar 1x al regelmatig. Alleen eenmalige verhuur is uitgezonderd.
Huurders betalen de huur inclusief de btw. Vanaf 1 januari 2026 is dit 21% btw (2025 en eerder 9%). Jij betaalt deze btw weer aan de Belastingdienst. Maar btw die je zelf betaalde mag je verrekenen. Het gaat dan om btw op kosten die je maakt voor de verhuur van het vakantiehuis. Denk hierbij aan kosten voor de schilder of de inrichting en de betaalde btw bij de aankoop van de woning. Gebruik je je vakantiewoning voor een gedeelte zelf? Dan is de btw aftrekbaar in verhouding van het verhuurde deel.
Ontvang je minder dan €20.000 huur per jaar? Dan kun je voor de btw gebruik maken van de kleine ondernemersregeling. Je hoeft dan geen btw-aangifte te doen. Maar je kunt dan zelf ook geen btw verrekenen. Of dit gunstig is, hangt af van allerlei omstandigheden. Een belangrijke factor hierin is of je bij de aankoop van de vakantiewoning wel of geen btw betaalde.
Heb je vragen hierover? Vraag dan advies bij een belastingadviseur met specialisatie btw of onroerend goed.
Twijfel je of je btw moet betalen? Stuur dan het aanmeldingsformulier naar de Belastingdienst. Zij beoordelen dan of je wel of geen btw-ondernemer bent.
Veel gemeenten in Nederland heffen forensenbelasting. Deze belasting geldt als je:
Je kunt de belasting voorkomen als je de woning minder dan 90 dagen per jaar zelf kunt gebruiken. Bijvoorbeeld door verhuur.
Iedere gemeente bepaalt zelf de hoogte van de forensenbelasting. Dit kan een vast tarief zijn of een percentage van de WOZ-waarde. Nunspeet heft bijvoorbeeld in 2026 €327 per woning. In Noordwijk betaal je in 2026 €531 tot €3307. Je vindt de tarieven en regels van je eigen gemeente op hun website.
Bij kortdurende verhuur krijg je vaak te maken met toeristenbelasting. Dit geldt meestal als de (vakantie)woning minder dan 90 dagen beschikbaar is voor jou. Maar de regels hiervoor verschillen per gemeente.
Gemeenten bepalen zelf of ze toeristenbelasting heffen, hoe hoog deze is en wanneer en voor wie dit geldt. Vaak betaal je een bedrag per overnachting. Soms geldt dit alleen voor meerderjarigen, maar in andere gemeenten ook al voor baby’s.
In veel gemeenten is een verhuurder verplicht zich te melden. Na afloop van het kalenderjaar doe je aangifte voor de toeristenbelasting. Veel gemeenten vragen daarbij om een nachtverblijfregister. Hierin hou je het bezoek bij. Doe je dit niet, dan heb je kans op een boete.
Kijk voor informatie hierover op de website van de gemeente van je (vakantie)woning.
Naast deze belastingen betaal je ook andere lokale heffingen zoals:
Bij verkoop van de woning betaalt de koper 8% overdrachtsbelasting over de afgesproken prijs. Heb je de woning gekocht met btw? Dan kun je ervoor kiezen om ook met btw te verkopen. Dien hiervoor wel een verzoek in bij de Belastingdienst. En verkoop je binnen 10 jaar na de aankoop? Dan krijg je te maken met een speciale regeling: de btw-herziening. Je toetst achteraf of je recht had op de btw die je terugvroeg bij aankoop.
Maak je winst bij de verkoop van deze tweede woning? Dan betaal je geen belasting over de verkoopwinst. Maar de regels van de belasting over het vermogen veranderen. Vanaf 2028 betaal je wel belasting over de verkoopwinst. Lees meer over de belasting vanaf 2028 in het artikel: 'Wet werkelijk rendement'.
Ga voor meer informatie of advies naar een belastingadviseur met specialisatie btw of onroerend goed.