
Carola van Dorp Expert pensioenGepubliceerd op:10 februari 2026
Pensioen kan in Nederland bestaan uit de volgende onderdelen:
Pensioen opbouwen met belastingvoordeel doe je via een speciale pensioenregeling: een lijfrente. Je zet dan geld op een aparte, geblokkeerde rekening. Dat geld is bedoeld voor je pensioen en staat in principe vast tot je met pensioen gaat. Daarna wordt het maandelijks of jaarlijks uitgekeerd als aanvulling op je inkomen.
Het bedrag dat je inlegt, kun je van je inkomen aftrekken in je belastingaangifte. Dat levert belastingvoordeel op. Over het opgebouwde bedrag betaal je ook geen vermogensbelasting. Over de uitkeringen betaal je wel belasting. Hoeveel je mag inleggen en hoeveel voordeel dit oplevert, hangt af van je persoonlijke situatie.
Lees meer over:
Je kunt zelf sparen of beleggen voor je pensioen bij een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling. Welke vorm beter bij je past, hangt af van je situatie en hoeveel risico je wilt nemen. Een combinatie is ook mogelijk.
Bij sparen weet je vooraf beter waar je aan toe bent.
Lees meer over:
Bij beleggen kan je pensioen harder groeien, maar het kan ook tegenvallen.
Lees meer over:
Zelf pensioen opbouwen is meestal een goede keuze als je:
Herken je één of meer van deze situaties? Dan is het slim om te kijken of zelf pensioen opbouwen bij je past.
In grote lijnen werkt het zo:
Je kunt zelf eenvoudig online een rekening openen. Kijk bijvoorbeeld op een vergelijkingssite zoals Moneywise of Finner welke aanbieders er zijn. Het afsluiten kan via deze sites, maar ook direct bij de aanbieder. Producten hebben verschillende namen zoals lijfrentesparen, pensioensparen of banksparen. Hiermee wordt allemaal hetzelfde bedoeld. Je kunt de producten herkennen aan het feit dat je geld niet zomaar op kunt nemen. De kosten voor het openen van een pensioenrekening liggen zo rond de €150.
Het is ook mogelijk om via een adviseur een lijfrente af te sluiten. De kosten liggen dan hoger, zo rond de €500, omdat de adviseur ook zijn uren in rekening brengt. Je ontvangt dan wel begeleiding in het maken van je keuze.
Twijfel je tussen beleggen of sparen? Je zit niet vast aan je keuze. Het is mogelijk om op een later moment het geld over te zetten op een spaarvariant en andersom. Zolang het geblokkeerde rekeningen blijven, kun je van aanbieder wisselen.
Om te bepalen hoeveel je maandelijks moet sparen voor je pensioen, kun je gebruik maken van de volgende grove vuistregel.
Stap 1. Bepaal hoeveel je maandelijks aan uitkering wilt ontvangen
Stap 2. Bepaal hoeveel jaar je extra pensioen nodig hebt.
Stap 3. Vermenigvuldig het maandelijkse bedrag (uitkomst stap 1) met 12 en vervolgens met het aantal jaar (uitkomst stap 2). Dit is het bedrag dat je bij de start, je AOW-leeftijd, van de uitkeringen nodig hebt.
Stap 4. Bepaal hoeveel jaar je nog kunt inleggen tot de start.
Stap 5. Deel het bedrag uit stap 3 door het aantal jaar uit stap 4. Dit is de jaarlijkse inleg. Deel het bedrag door 12 voor de maandelijkse inleg.
Het is een grove indicatie omdat we ervan uitgaan dat het rendement wegvalt tegen de inflatie. De marktomstandigheden en de keuzes die je maakt, hebben invloed op de daadwerkelijke uitkomsten. Denk aan veranderingen in wet- en regelgeving, het rendement dat je haalt, de werkelijke inflatie en het veranderen van je wensen.
Je bepaalt zelf hoeveel en hoe vaak je in wilt leggen. En belangrijker wanneer je stopt met inleggen. Zelfs als je afspreekt dat je maandelijks €50 inlegt, kun je altijd stoppen. Zowel bij een bank als verzekeraar. Dit heet 'premievrij maken'. Je ingelegde geld blijft wel staan. Als je eerder stopt met inleggen, wordt het verwachte eindbedrag lager. Extra inleggen kan alleen als dit past binnen de fiscale regels. Lees hier meer over in het artikel: ‘Lijfrente en belasting’.
Je kunt het opgebouwde bedrag uiterlijk laten staan tot 5 jaar na je AOW-leeftijd. Daarna moet je het bedrag in termijnen laten uitkeren. Dit kan via een bank of een verzekeraar. Je moet het bedrag in minimaal 5 jaar laten uitkeren. Eerder uitkeren dan de AOW-leeftijd is wel mogelijk. Dit heeft gevolgen voor de uitkeringstermijn. Die loopt dan vanaf het moment van ingang tot 20 jaar na je AOW-leeftijd.
Je betaalt een boete aan de Belastingdienst als je het geld uit je pensioenpot in 1 keer opneemt? Deze boete heet revisierente. Je betaalt dan naast inkomstenbelasting 20% revisierente. In het slechtste geval houd je dan maar 30,5% van je inleg over.