Sparen op een spaarrekening of -deposito levert een paar procent rente per jaar op. Met alternatieven kun je meer rendement halen, maar de risico's zijn groter. We helpen je om de beste keuze te maken.

Erik Snitselaar Expert sparenBijgewerkt op:17 maart 2026
Zorg dat je voldoende geld achter de hand hebt voor onverwachte kosten. Bereken met de BufferBerekenaar van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) welk bedrag je hiervoor het beste kunt reserveren. Over deze financiële buffer moet je snel kunnen beschikken. Zet dit bedrag dus op een vrij opneembare spaarrekening met een zo hoog mogelijke rente.
Drie jeugdspaarrekeningen springen eruit qua rente:
Ook andere banken geven hun jeugdige spaarders meer rente dan volwassenen. Zo’n kinderspaarrekening staat op naam van het (klein)kind. Daar zitten voor- en nadelen aan.
Heb je meer geld dan je als buffer achter de hand zou moeten hebben? Kijk dan eens naar alternatieven. Dit geeft altijd minder flexibiliteit en/of meer risico dan een gewone, vrij opneembare spaarrekening.
Het veiligste alternatief is een spaardeposito. Je geld staat dan voor een bepaalde tijd ‘vast’ tegen een vooraf overeengekomen rente. Geld op een spaarrekening of spaardeposito valt tot €100.000 per klant per bank onder de bescherming van het depositogarantiestelsel.
Je kunt ‘overtollig’ spaargeld ook in je huis steken, bijvoorbeeld door af te lossen op de hypotheek. Dit kan leiden tot lagere maandlasten. Dat is fijn, maar het geld zit dan wel ‘vast in stenen'. Je krijgt het daar niet meer snel uit. Doe dit dus alleen met geld dat je echt nergens anders voor nodig hebt. Je kunt ook een deel van je geld beleggen.
Lees ook: besparen door extra aflossen op je hypotheek.
Eén van de meest omstreden belastingen is de zogeheten vermogensrendementsheffing. Je betaalt deze belasting over het box 3-vermogen bóven de heffingsvrije som. In 2026 is dat €59.357 en voor fiscale partners €118.714. De politiek in Den Haag werkt intussen al jarenlang aan een nieuwe, 'eerlijke' vermogensbelasting.