icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest

Hoe kun je eerder stoppen met werken?

De pensioenleeftijd is de afgelopen jaren gestegen. Waar deze vroeger rond de 65 jaar lag, moet je tegenwoordig vaak tot ongeveer je 70e doorwerken. Welke mogelijkheden heb je als je eerder wilt stoppen met werken?
Erik Snitselaar-280x280px

Erik Snitselaar   Expert pensioenGepubliceerd op:1 mei 2026

Eerder stoppen met werken

Als je eerder wilt stoppen met werken, heb je voldoende vermogen of andere inkomsten nodig om in je levensonderhoud te voorzien. Zonder salaris moet je zelf zorgen voor een financiële overbrugging tot aan je pensioen en AOW. Er zijn verschillende manieren om dit te regelen.

Pensioen eerder laten ingaan

Je AOW kun je niet eerder laten ingaan. Wel is het mogelijk om je opgebouwde pensioen eerder te laten uitkeren. Bij veel pensioenregelingen kun je je pensioen tot ongeveer 10 jaar eerder laten ingaan. Dit zorgt er wel voor dat je uitkering lager wordt. Hoeveel lager precies hangt af van je persoonlijke situatie. Maar denk aan ongeveer 5 tot 7 procent per jaar. Als je bijvoorbeeld 10 jaar eerder stopt, kan je pensioenuitkering ongeveer de helft lager zijn.

Eerder met pensioen gaan is dus een kostbare keuze. Je ontvangt het pensioen wel langer, wat gunstig kan zijn als je minder lang leeft. Maar als je juist ouder wordt, loop je het risico dat je pensioeninkomen op latere leeftijd onvoldoende is.

Lijfrente

Je kunt ook zelf extra vermogen opbouwen voor je pensioen door te sparen of te beleggen met belastingvoordeel. Dit gebeurt via een zogenoemde lijfrente. Je mag hier niet onbeperkt geld in storten. De maximale inleg hangt af van je persoonlijke situatie en hoeveel pensioen je al opbouwt. Je kunt dit berekenen op de website van de Belastingdienst.

Het bedrag dat je inlegt, mag je aftrekken van je inkomen in je belastingaangifte. Daardoor betaal je nu minder belasting. Ook betaal je tijdens de opbouw geen vermogensbelasting over dit bedrag. Pas wanneer de lijfrente wordt uitgekeerd betaal je belasting over de uitkeringen.

Het is mogelijk om de uitkeringen al vóór je AOW-leeftijd te laten ingaan. Dit kan maximaal vanaf 5 jaar voor je AOW-leeftijd. In dat geval moet de uitkering wel doorlopen tot minimaal 20 jaar na je AOW-leeftijd. Laat je de lijfrente 5 jaar eerder ingaan, dan moet de uitkering dus minimaal 25 jaar lopen. Dit zorgt ervoor dat de jaarlijkse uitkering lager wordt.

Sparen of beleggen

Je kunt er ook voor kiezen om te sparen of te beleggen zonder gebruik te maken van belastingvoordelen. In dat geval spaar of beleg je op een normale rekening. Dit geld kun je gebruiken om financiële vrijheid te bereiken en bijvoorbeeld eerder met pensioen te gaan.

Een voordeel is dat je volledig vrij bent in hoe en wanneer je het opgebouwde geld gebruikt. Je hoeft je niet te houden aan voorwaarden, zoals een verplichte uitkeringsduur of een minimale leeftijd. Dat maakt het flexibel en geschikt als aanvulling op andere regelingen.

Het nadeel is dat je over dit vermogen vermogensbelasting betaalt. Daarnaast profiteer je niet van belastingaftrek bij inleg, zoals bij een lijfrente.

Overwaarde opnemen uit je woning

Als je een eigen woning hebt, is de kans groot dat de waarde ervan hoger ligt dan je hypotheekschuld. Dit verschil noemen we de overwaarde. Er zijn verschillende manieren om (een deel van) deze overwaarde vrij te maken. Je kunt dit geld bijvoorbeeld gebruiken om de periode tussen het stoppen met werken en het ingaan van je pensioen en AOW te overbruggen. Houd er wel rekening mee dat het opnemen van overwaarde gevolgen heeft en kosten met zich meebrengt.

Lees meer over:
De mogelijkheden en aandachtspunten

Passief inkomen

Als je helemaal stopt met werken en geen inkomen meer hebt, neemt je vermogen snel af. In een ideale situatie stop je eerder met werken, maar blijft er wel geld binnenkomen. Dat kan met een passief inkomen. Dit zijn inkomsten waarvoor je niet hoeft te werken. Denk bijvoorbeeld aan huurinkomsten uit een woning of rendement uit beleggingen.

Je kunt er ook voor kiezen om te stoppen met je reguliere baan, maar toch nog (beperkt) betaald werk te doen. Bijvoorbeeld door een bedrijfje te starten, freelance opdrachten aan te nemen of een betaalde rol te vervullen in bijvoorbeeld een Raad van Toezicht of Commissarissen. Zo houd je extra inkomsten, terwijl je wel meer vrijheid hebt.

RVU

Per 1 januari 2026 zijn er nieuwe afspraken gemaakt over de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Deze regeling maakt het mogelijk voor werknemers met een zwaar beroep om eerder te stoppen met werken en dus eerder met pensioen te gaan.

Werkgevers en vakbonden bepalen wie hiervoor in aanmerking komt. Dit wordt vastgelegd in de cao. Je kunt alleen gebruikmaken van de RVU als de regeling daadwerkelijk in jouw cao staat.

Hoe werkt het?

Met een RVU-regeling kun je maximaal 3 jaar voor de AOW-leeftijd stoppen met werken. Je ontvangt dan een uitkering van je werkgever. Over deze uitkering hoeft de werkgever geen extra belasting te betalen. De hoogte van deze vrijstelling is maximaal €2357 bruto per maand (2026). Dit bedrag is netto even hoog als een netto AOW-uitkering. Het is voor de werknemer dan net of de AOW eerder ingaat.

Voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen kan de werkgever vanaf 1 januari 2026 maximaal €300 bruto per maand extra meegeven. Informeer bij je werkgever naar de specifieke voorwaarden en mogelijkheden.

Gevolgen van eerder stoppen met werken

Pensioenopbouw stopt

Als je stopt met werken, stopt ook je pensioenopbouw. Daardoor valt het pensioen dat je later ontvangt lager uit. In sommige gevallen kun je de opbouw vrijwillig voortzetten. Je blijft dan pensioenpremie betalen, maar neemt zowel het werknemers- als het werkgeversdeel voor je eigen rekening. Dit kan een flinke kostenpost zijn. De mogelijkheden en voorwaarden verschillen per pensioenfonds. Informeer bij je eigen pensioenfonds of dit mogelijk is en wat de gevolgen zijn.  

Compensatie WTP

Ga je uit dienst voordat je pensioenfonds is overgestapt op het nieuwe pensioenstelsel (de Wet toekomst pensioenen, WTP)? Dan heeft dit waarschijnlijk financiële gevolgen. Bij die overgang kunnen pensioenfondsen namelijk een financiële compensatie geven aan deelnemers die door de nieuwe regels mogelijk minder pensioen opbouwen dan in het oude systeem.

Die compensatie krijg je alleen als je op het moment van de overgang nog in dienst bent en pensioen opbouwt bij het fonds. Stel dat jouw pensioenfonds per 1 januari 2027 overgaat en je in november 2026 uit dienst gaat, dan ben je geen actieve deelnemer meer en loop je deze compensatie mis.

De reden voor deze compensatie is dat in het oude stelsel sommige leeftijdsgroepen relatief te veel premie betaalden. Het compensatiebedrag kan per pensioenfonds verschillen, maar kan behoorlijk oplopen. Het kan hierdoor verstandig zijn om rekening mee te houden wanneer je binnenkort je baan op wilt zeggen. Je kunt bij je pensioenfonds meer informatie opvragen.

Nabestaandenpensioen

Als je stopt met werken, vervalt in veel gevallen ook het recht op nabestaandenpensioen via je werkgever. Wel geldt er meestal een zogenoemde vangnetperiode. Overlijd je binnen 3 maanden na het einde van je dienstverband, dan heeft je partner nog recht op een nabestaandenpensioen van je laatste werkgever. In sommige regelingen is deze periode iets langer, maar maximaal 6 maanden.

Heb je na deze vangnetperiode geen nieuwe baan met pensioenopbouw of is je eigen pensioen nog niet ingegaan, dan ontvangt je partner bij jouw overlijden geen nabestaandenpensioen meer. Het is daarom belangrijk om hierbij stil te staan als je voor je pensioenleeftijd al besluit te stoppen met werken. Je kunt dan eventueel zelf aanvullende voorzieningen treffen. Soms heb je ook de mogelijkheid om de premiebetaling voor het nabestaandenpensioen vrijwillig zelf voort te zetten.

Gevolgen voor de inkomstenbelasting

Stoppen met werken heeft ook gevolgen voor de belasting die je betaalt. Hieronder bespreken we een aantal belangrijke punten om rekening mee te houden.

Hypotheekrenteaftrek

Als je geen inkomen hebt in box 1, betaal je geen inkomstenbelasting. Dat klinkt gunstig, maar heeft ook een nadeel. Als je een koopwoning hebt met een hypotheek, kun je dan geen gebruikmaken van de hypotheekrenteaftrek. Deze aftrek verlaagt namelijk je belastbare inkomen. Als dat inkomen er niet is, levert de aftrek ook geen belastingvoordeel op.

Daardoor kunnen je netto woonlasten hoger uitvallen dan wanneer je nog wel inkomen hebt. In sommige gevallen kan een partner met inkomen de aftrek (deels) benutten, maar als dat niet zo is, gaat het fiscale voordeel verloren. Het is daarom verstandig om hier rekening mee te houden bij plannen om eerder te stoppen met werken.

Heffingskortingen

Verder is het goed om te weten dat heffingskortingen worden berekend over het hele jaar. Als je halverwege het jaar stopt met werken, heb je mogelijk al (te) veel korting ontvangen via je salaris. Dit kan betekenen dat je bij je belastingaangifte een deel moet terugbetalen.

Toeslagen

Als je weinig of geen inkomen hebt, kan dat gunstig zijn voor het recht op toeslagen. Je komt dan eerder in aanmerking voor bijvoorbeeld zorgtoeslag of huurtoeslag, omdat deze afhankelijk zijn van je inkomen.

Daar staat tegenover dat er ook een vermogenstoets geldt. Heb je te veel spaargeld of beleggingen, dan kun je (een deel van) je recht op toeslagen verliezen. Het is dus niet alleen je inkomen, maar ook je vermogen dat bepaalt of je toeslagen krijgt.