We testen elk jaar zonnebrandmiddelen voor je lichaam en gezicht. Dat doen we voor volwassenen én kinderen. We onderzoeken natuurlijk hoe goed zonnebrand beschermt tegen de zon, maar ook hoe prettig het middel is in gebruik. Verder kijken we naar de veiligheid voor mens en milieu.
Irene JorisExpert ZonnebrandBijgewerkt op:21 augustus 2026
Als we zonnebrand kiezen voor onze test, houden we rekening met:
Hoe we zonnebrand onderzoeken
Bescherming (60%)
Voor bescherming tegen de zon kan een zonnebrandmiddel geen 10 halen. Geen enkel product kan namelijk volledige bescherming bieden. In onze test krijgt zonnebrand waarvan de aangegeven Sun Protection Factor (SPF) klopt met wat we meten maximaal een dikke 9 voor zonbescherming.
Alle zonnebrandmiddelen waarbij we een lagere SPF meten dan op de verpakking staat, krijgen voor bescherming een 1. We hanteren daarbij een flinke marge van 17%. En we geven die lage score alleen als we met alle 3 de methodes voor het bepalen van de SPF een te lage bescherming meten. We testen eerst met HDRS-methode, dan met de double plate-methode en alleen als het noodzakelijk is nog eens met de in vivo-methode.
Voor de bescherming tegen uv A-straling geldt ook als maximale score een dikke 9. We willen het liefst dat de SPF die op de verpakking staat ook geldt voor uv A. In Europese wetgeving staat dat de uv A-bescherming minimaal een derde moet zijn van de uv B-bescherming.
Meten we in onze test een lagere uv A-bescherming? Dan krijgt het product een onvoldoende voor bescherming. Ook hier hanteren we een marge van 17%. En we geven alleen een onvoldoende na een hertest met een andere methode. We testen eerst met de HDRS-methode, daarna met de uv A in vitro-methode.
Testmethodes
Om de bescherming tegen uv B- (de SPF) en uv A-straling te bepalen zijn er verschillende internationale teststandaarden. Voor een deel van die testen zijn panels nodig met mensen (in-vivo) en een deel van die testen kan zonder panel (in-vitro). We gebruiken 4 methodes:
Gebruiksgemak (20%)
Goede bescherming is belangrijk, maar een zonnebrand moet natuurlijk ook fijn zijn in gebruik. Daarom doen we een gebruikerstest met 30 proefpersonen. Die proefpersonen krijgen het middel op hun onderarmen, en beoordelen met een vragenlijst de zonnebrand op:
Totaaloordeel
Gemak van doseren
Absorptie
Aanbrengen
Textuur
Plakkerigheid
Vettigheid
Geur
Kleur van de huid
De proefpersonen zijn van verschillende leeftijden, en bekend met het gebruik van zonnebrand. Ze gebruiken de zonnebrandmiddelen uit de originele verpakkingen. De verpakking en het label plakken we af en maken we zoveel mogelijk onherkenbaar. Op die manier zorgen we dat de resultaten zo objectief mogelijk zijn.
Milieubelasting (15%)
In de score voor milieubelasting beoordelen we de milieu-impact van de ingrediënten en de verpakking van een zonnebrandmiddel.
We noemden dit onderdeel eerder 'duurzaamheid'. Bij producten met een onvoldoende voor trokken we extra punten af van het eindoordeel. Vanaf 2026 doen we dat niet meer. Dit betekent dat een zonnebrandmiddel met een onvoldoende voor milieubelasting toch een goed eindcijfer kan krijgen.
Ingrediënten
We geven elke zonnebrand een score voor de ingrediënten. Dat oordeel gaat over de impact op het milieu. Samen met een gespecialiseerd onderzoeksbureau hebben we een lijst gemaakt waarop we ingrediënten punten geven. We bekijken de ingrediënten, en vergelijken die met deze lijst.
We tellen alle scores op, en vertalen dat in een rapportcijfer. Hoe lager de opgetelde score voor alle ingrediënten op de ingrediëntenlijst, hoe hoger het rapportcijfer.
We baseren ons bij de lijst met scores op de ECHA database. En op adviezen van het Wetenschappelijk Comitée voor Consumentenveiligheid (SCCS) van de Europese Unie en wetenschappelijke publicaties.
We kijken of de ingrediënten:
Giftig zijn.
Afbreekbaar zijn in het milieu.
Invloed hebben op koraalriffen.
Zich ophopen in het milieu, planten of dieren.
Hormoonverstorend zijn.
Onze beoordeling van de ingrediënten werken we elk jaar bij naar de laatste wetenschappelijke inzichten. De score van een zonnebrandmiddel met dezelfde ingrediënten kan daardoor per jaar verschillen.
Het kan moeilijk zijn om alle zonnebrand uit de verpakking te krijgen. We meten hoeveel zonnebrand er achterblijft in de verpakking, als die ‘leeg’ is. Dat noemen we productverspilling. We geven er een apart rapportcijfer voor.
De productverspilling weegt ook mee in Packaging Impact Ratio (PIR). Dat is een maat voor de milieubelasting van de verpakking. Hierbij kijken we verder naar:
Het gewicht van de verpakking(en), in verhouding tot het product.
Het gebruik van gerecyclede materialen in de verpakking.
Een tweede verpakking (sommige merken hebben een fles of tube in een kartonnen verpakking).
We vertalen de PIR in een rapportcijfer. We baseren ons bij de berekening van de PIR op de eisen van het EU Ecolabel voor cosmetische producten.
Informatie op het etiket (5%)
Tot slot beoordelen we het etiket van de zonnebrand. Wat daarbij meetelt:
Worden er onduidelijke claims gemaakt, zoals 'hypoallergeen', of 'dermatologisch getest'?
Worden er 'zonder / vrij' claims gemaakt voor hele groepen ingrediënten, zoals 'zonder conserveringsmiddelen' of 'parabeenvrij'?
Zijn de instructies over veilig zonnen en veilig gebruik van zonnebrand aanwezig en goed leesbaar?
Sommige zonnebrandmiddelen bevatten microplastics. Dat zijn hele kleine plastic-deeltjes. Die plastics worden bewust aan het product toegevoegd, bijvoorbeeld om een zonnebrandmiddel makkelijker smeerbaar te maken.
Microplastics komen inmiddels overal in het milieu voor. Er zijn zorgen over mogelijke schadelijke gevolgen voor onze gezondheid en het milieu. Logisch dus dat veel mensen geen zonnebrand (of andere cosmetica) willen waaraan bewust microplastics zijn toegevoegd. We krijgen dan ook veel vragen over microplastics.
Het probleem is dat het eigenlijk heel moeilijk is om te zeggen of een bepaald ingrediënt een microplastic is. Sommige stofjes die lijken op plastic zijn wel biologisch afbreekbaar. Alleen op basis van de ingrediëntenlijst is het moeilijk om met zekerheid te zeggen dat een zonnebrand microplastics bevat of juist niet. Vandaar dat wij dat ook niet (meer) zeggen.
Sommige andere organisaties, zoals de Plastic Soup Foundation, doen dat wel. Die organisatie heeft een app waarmee je de ingrediëntenlijst van een product kunt scannen. De app vertelt je dan of een product microplastics bevat. Maar fabrikanten gebruiken andere definities, en ze zijn het vaak oneens met de uitslag van zo’n scan.
Goed om te weten: cosmetica is maar een kleine bron van microplastics in het milieu. Volgens het RIVM leveren cosmetica en was- en reinigingsmiddelen een relatief kleine bijdrage aan de uitstoot van bewust toegevoegde microplastics. Andere bronnen, zoals slijtage van autobanden, textiel en verf, zorgen voor veel meer microplastics in het milieu.
Vlekken op kleding
Een bekende ergernis is dat zonnebrand vlekken geeft op je kleding. We hebben op dit moment nog geen goede test om vast te stellen bij welke zonnebrand dat een groot probleem is, en bij welke zonnebrand helemaal niet.
Hoe we advies geven
We delen zonnebrand op in 3 groepen. Bij elke groep is een Beste uit de Test en een Beste Koop. Soms zijn er ook Afraders.
Beste uit de Test
De Beste uit de Test is de zonnebrand met het hoogste testoordeel.
Beste Koop
De Beste Koop is de zonnebrand met de beste prijs-kwaliteitverhouding. Zonnebrand zit in allerlei soorten verpakkingen, en is vaak in de aanbieding. Daardoor is het soms lastig om prijzen te vergelijken. Voor het bepalen van de Beste Koop kijken we naar prijs per 100 ml. We nemen hierin geen aanbiedingsprijzen mee.
Afraders
Als een zonnebrandmiddel ook na 2 hertests de beloofde SPF niet haalt, geven we een 1 voor bescherming. Een 1 voor bescherming zorgt voor een heel laag rapportcijfer. Zo'n zonnebrand noemen we dan een Afrader.
Ook een te lage uv A-bescherming zorgt voor een onvoldoende voor bescherming. Dat betekent meestal ook een onvoldoende eindcijfer. Alleen als de uv A-bescherming heel erg laag is, kan dit ook zorgen voor een Afrader.