
Irene Joris Expert ZonnebrandBijgewerkt op:15 mei 2025
Het testoordeel van zonnebrandmiddelen is opgebouwd uit:
In 2006 riep de Europese Commissie fabrikanten al op om nieuwe testmethoden voor zonnebrand te ontwikkelen. Bij de ‘klassieke’ methode (ISO24444) is verbranding van de huid nodig om de beschermingsfactor (SPF) te bepalen. Een panel wordt hiervoor blootgesteld aan verschillende straling-doses. Dat is ethisch onwenselijk.
Er zijn sindsdien 2 methoden ontwikkeld waarbij verbranding niet meer nodig is: ISO 23698 (HDRS) en ISO 23675 (Double plate). De HDRS is een combinatie van in-vivo (met mensen) en in-vitro (zonder mensen). De Double plate methode is volledig in-vitro en maakt dus geen gebruik van een panel.
Wij testen zonnebrandmiddelen samen met verschillende andere Europese consumentenorganisaties in ons internationale testverband ICRT. Deze landen doen mee aan de test: België, Denemarken, Frankrijk, Italië, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Tsjechië, Noorwegen, Slovenië en Zweden.
Onze primaire methode is de HDRS-methode. Als de uv A- of uv B-bescherming niet wordt gehaald met deze test, voeren we hertests uit met ISO 23675 (Double plate, voor uv B) of ISO 24443 (voor uv A). Als na de hertest de uv B-bescherming ook niet wordt gehaald, voeren we ook nog een hertest uit met ISO 24444.
Sinds 2023 gebruiken we de HDRS-methode. Vanaf 2025 gebruiken we de double plate-methode voor hertests.
Wij gebruiken in eerste instantie de HDRS- en double plate-methode. En als met beide methodes blijkt dat een product niet de beschermingsfactor (SPF) laat zien die op de verpakking staat, testen we ter controle nogmaals volgens de klassieke ISO 24444-methode. Deze klassieke methode gebruiken fabrikanten ook voor de SPF-claim op hun verpakking. Alleen als een product in onze test bij alle 3 de methoden een te lage SPF laat zien, raden wij het product af. Daarbij staat het belang van consumenten voorop, want iedereen moet goed beschermd de zon in kunnen gaan.
Er is inmiddels brede overeenstemming, ook vanuit fabrikanten, dat de HDRS- en de Double plate-methode geschikt zijn voor het bepalen van de kwaliteit van zonnebrand. Inclusief producten met (alleen) minerale UV filters. Dat blijkt ook uit onze testen. We geven producten alleen het predicaat Afrader als de beloofde SPF niet is gehaald met 3 meetmethoden.
Eventuele onnauwkeurigheid bij de in-vivo test, door het werken met proefpersonen, ondervangen we zoveel mogelijk door voldoende proefpersonen te gebruiken en onder gecontroleerde omstandigheden te testen. Volgens internationale normen in een gecertificeerd laboratorium. Verder is er in de normen een marge ingebouwd. De SPF mag bij een test 17% afwijken van de geclaimde SPF op een verpakking.
Als je verschillende methoden gebruikt, wil je uitsluiten dat een product bij verschillende methoden een ander resultaat geeft. Daarom worden voor dit soort methoden uitvoerige onderzoeken gedaan door verschillende laboratoria, de industrie en de toezichthouders, zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Zo worden er zogeheten ringtesten uitgevoerd waarbij dezelfde producten door verschillende laboratoria worden gemeten om de stabiliteit van de methode te onderzoeken.
Voordat wij de testresultaten publiceren, delen we de gemeten SPF met fabrikanten. Die weten dan waar ze aan toe zijn, kunnen er op reageren en eventueel hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Wat we niet delen, ook niet bij andere testen, zijn de volledige rapporten van onze laboratoria. Fabrikanten of vertegenwoordigers van de industrie vragen regelmatig om de rapporten. Maar we willen niet dat die een lab direct benaderen en onder druk kunnen zetten.
We begrijpen dat fabrikanten niet blij zijn als ze niet goed uit onze test komen. En we staan open voor dialoog en kritiek. Maar voor ons staat voorop dat merken hun SPF-claim moeten waarmaken, zodat consumenten erop kunnen vertrouwen dat ze goed beschermd zijn tegen de zon.
Wij publiceren uitsluitend op basis van onze eigen bevindingen. En dus niet op basis van onderzoeken die door fabrikanten zijn aangeleverd. We zijn onafhankelijk, we bekostigen onze testen zelf en voeren deze zelf uit of laten ze uitvoeren door een onafhankelijk laboratorium. Rapporten van fabrikanten nemen we niet mee, omdat we daarbij niet kunnen instaan voor de methode en het lab. Maar nog veel belangrijker: dan zijn we niet meer onafhankelijk.
De NVWA heeft in haar laatste test in 2023 gekozen voor de double plate-methode, die toen nog in het ISO-goedkeuringstraject zat en inmiddels is goedgekeurd. Daarna paste de NVWA ter verificatie de klassieke ISO24444 methode toe. De NVWA meldt hierover op zijn website dat toepassing van een in-vitro 'robuuster' is en 'minder risico op een meetfout of op variaties in de uitkomsten' geeft.
Dit komt omdat we onze inschaling af en toe aanpassen. In 2026 hebben we bijvoorbeeld de inschaling voor bescherming een beetje aangepast.
Ook passen we de score voor milieubelasting af en toe aan. Vanaf 2024 beoordelen wij álle ingrediënten die in zonnebrand kunnen voorkomen, en niet alleen een selectie. Voor 2026 woog het oordeel voor milieubelasting (voorheen duurzaamheid) zwaar mee in het testoordeel. Een zonnebrand die een onvoldoende kreeg voor milieubelasting, kreeg ook een onvoldoende eindcijfer. Vanaf 2026 is dat niet meer zo.
Lees ons artikel over hoe wij zonnebrand testen.
Lees ons artikel over onderzoek van de Consumentenbond.