icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest

Hoe wij zonnebrand testen

We testen zonnebrandmiddelen voor volwassenen en kinderen. Deze testen we volgens de nieuwste inzichten in een gecertificeerd laboratorium. De omstandigheden controleren we nauwkeurig.
Irene Joris 2023

Irene Joris   Expert ZonnebrandBijgewerkt op:20 maart 2026

Bescherming (60%)

Testmethoden

Om de bescherming tegen uv B- (de SPF) en uv A-straling te bepalen zijn er verschillende internationale teststandaarden. Voor een deel van die testen zijn panels nodig met mensen (in-vivo) en een deel van die testen kan zonder panel (in-vitro). Wij gebruiken 4 methodes:

Score voor bescherming

Voor zonbescherming kan een zonnebrandmiddel geen 10 halen. Geen enkel product kan namelijk volledige bescherming bieden. In onze test krijgt zonnebrand waarvan de aangegeven SPF klopt met wat we meten een dikke 9 voor zonbescherming.

Alle zonnebrandmiddelen waarbij we een lagere SPF meten dan op de verpakking staat, krijgen voor bescherming een 1. We hanteren daarbij een flinke marge van 17%. En we geven die lage score alleen als we met alle 3 de methoden voor het bepalen van de SPF een te lage bescherming hebben gemeten. We testen eerst met HDRS-methode, dan met de double plate-methode en alleen als het noodzakelijk is nog eens met de ISO 24444-methode.

Voor de bescherming tegen uv A-straling geldt ook als maximale score een dikke 9. We willen het liefst dat de SPF die op de verpakking staat ook geldt voor uv A. In Europese wetgeving staat dat de uv A-bescherming minimaal een derde moet zijn van de uv B-bescherming. 

Meten we in onze test een lagere uv A-bescherming? Dan krijgt het product een onvoldoende voor bescherming. Ook hier hanteren we een marge van 17%. En ook hier geven we alleen een onvoldoende na een hertest met een andere methode. We testen eerst met de HDRS-methode, daarna met de ISO 24443-methode.

Afraders

Als een zonnebrandmiddel ook na 2 hertests de beloofde SPF niet haalt, geven we een 1 voor bescherming. Een 1 voor bescherming zorgt voor een heel laag rapportcijfer en het predicaat Afrader. 

Ook een te lage uv A-bescherming zorgt voor een onvoldoende voor bescherming. Dat betekent meestal ook een onvoldoende eindcijfer. Alleen als de uv A-bescherming heel erg laag is, kan dit ook zorgen voor het predicaat Afrader. 

Bekijk:
Afraders bij zonnebrand

Gebruiksgemak (20%)

Het gebruiksgemak testen we in een speciaal laboratorium volgens de algemene richtlijnen uit ISO8589 Sensorische analyse. 

Een groep van 30 testpersonen krijgt zonnebrandmiddel op de onderarmen. Vervolgens testen we het middel in verschillende omstandigheden. De testers zijn een representatieve groep: mensen van verschillende leeftijden, bekend met het gebruik van zonnebrand.

De testpersonen gebruiken de zonnebrandmiddelen uit de originele verpakkingen. De verpakking en het label plakken we af en maken we wel zoveel mogelijk onherkenbaar. De testpersonen beoordelen in een speciale vragenlijst de zonnebrand op:

  • Totaaloordeel
  • Gemak van doseren
  • Absorptie
  • Aanbrengen
  • Textuur
  • Plakkerigheid
  • Vettigheid
  • Geur
  • Kleur van de huid

Milieubelasting (15%)

In de score voor milieubelasting beoordelen we de milieu-impact van de ingrediënten en de verpakking van zonnebrandmiddel.

We noemden dit onderdeel eerder 'duurzaamheid'. Bij producten met een onvoldoende voor trokken we extra punten af van het eindoordeel. Vanaf 2026 doen we dit niet meer. Dat betekent dat een zonnebrandmiddel met een onvoldoende voor milieubelasting toch een goed eindcijfer kan krijgen.

Ingrediënten

Sinds 2020 bekijken we hoeveel ingrediënten in zonnebrandmiddel ingrediënten bevatten met een nadelig effect op het milieu. We kijken naar uv-filters en andere ingrediënten. We zien daar grote verschillen en dus verbeterpunten voor fabrikanten. Een gespecialiseerd onderzoeksbureau helpt ons bepalen welke ingrediënten de meeste impact hebben op het milieu. Van de ingrediënten kijken we of ze:

  • Toxisch zijn.
  • Afbreekbaar zijn in het milieu.
  • Impact hebben op koraalriffen.
  • Of ze zich ophopen in het milieu, planten of dieren.
  • Hormoonverstoorders zijn voor het milieu.

We baseren ons op de ECHA database, adviezen van het Wetenschappelijk Comité voor Consumentenveiligheid (SCCS) van de Europese Unie en wetenschappelijke publicaties.

Onze beoordeling van de ingrediënten werken we elk jaar bij naar de laatste wetenschappelijke inzichten. Een zonnebrandmiddel met een bepaald ingrediënt kan daarom het ene jaar een andere score krijgen dan het jaar ervoor. Dat gebeurt als de evaluatie van ingrediënten is bijgewerkt.

Voor het EU-Ecolabel en het Nordic Swan-label zijn verschillende ingrediënten niet zijn toegestaan. Dat nemen we ook mee in onze beoordeling.

Puntenaftrek voor bepaalde ingrediënten

Wettelijk gezien moeten producten veilige ingrediënten hebben. Maar een aantal ingrediënten vinden we ongewenst omdat ze gezondheidsrisico's met zich mee brengen. Zitten ze in een zonnebrandmiddel? Dan trekken we punten af. Dat kan afhangen van het soort middel (spray of tube) en de doelgroep (zonnebrand voor kinderen).

Microplastics

We beoordelen het aantal vastgestelde microplastics dat in de producten zit. We gebruiken hiervoor informatie van de Plastic Soup foundation. Er zijn 2 categorieën: de rode lijst met vastgestelde microplastics en de oranje lijst met ingrediënten die mogelijk een microplastic kunnen zijn. Microplastics tellen niet mee in ons oordeel. Maar we vermelden wel in onze vergelijker of een zonnebrandmiddel deze mogelijke microplastics bevat.

Duurzaamheid verpakking

We beoordelen van elke verpakking de Packaging Impact Ratio (PIR). Dat is een maat voor de milieubelasting van de verpakking, waarbij onder andere wordt gekeken naar:

  • Het gewicht van de verpakking(en), in verhouding tot het product
  • Het gebruik van gerecyclede materialen in de verpakking
  • Een tweede verpakking (sommige merken hebben een fles of tube in een kartonnen verpakking).

Productverlies

Sinds 2021 kijken we ook of het mogelijk is om al het zonnebrandmiddel uit de verpakking te krijgen. We beoordelen de hoeveelheid die in verpakking achterblijft.

Informatie op het etiket (5%)

We controleren of de informatie over het product voldoet aan de wet. We kijken hierbij naar de cosmeticaverordening en specifieke aanbevelingen voor zonnebrand. Ook kijken we of er duidelijke en volledige instructies op staan en of het allemaal goed te lezen is.

Zo beoordelen we het etiket:

    Welke zonnebrandmiddelen selecteren wij?

    Zonnebrandmiddelen zijn seizoensproducten. Fabrikanten passen meestal in de winter hun producten aan. Wij kunnen de nieuwe zonnebrand pas inkopen voor onze test als ze in de winkel liggen. Dat is vaak pas in april, rond Pasen. Dat maakt het ingewikkeld om nieuwe producten te testen voordat het mooie weer in het voorjaar begint. 

    Soort producten

    We testen zonnebrandmiddelen met een beschermingsfactor SPF30 en SPF50 / SPF50+. We checken bij de fabrikanten of formules van zonnebrandmiddelen gaan wijzigen tijdens de testperiode. Wanneer zij geen informatie geven en we dus niet zeker zijn of een middel hetzelfde blijft, nemen we dat meestal niet mee in de test. 

    Wanneer in de winkel?

    We doen ons best om nieuwe producten die in het vroege voorjaar gelanceerd worden zo snel mogelijk te testen. Producten die wat later in het voorjaar in de winkel liggen, voegen we begin van de zomer toe. Er zijn ook producten die nog later op de markt komen.

    In de zomer selecteren we deze nieuwe producten voor publicatie het jaar erop. Hierbij checken we bij de fabrikanten of de producten in de volgende zomer ook nog in die samenstelling verkrijgbaar zullen zijn. We testen ze niet meer in het huidige jaar omdat de testresultaten dan pas aan het eind van het seizoen beschikbaar zijn.  

    De Beste Koop

    Voor het bepalen van de Beste Koop kijken we naar de gangbare prijs per 100 ml over een langere periode. We nemen hierin geen aanbiedingen mee.