
Erik Snitselaar Expert energieBijgewerkt op:19 februari 2026
Lumen (lm) is de hoeveelheid licht die een lamp uitstraalt. Hoe meer lumen, hoe feller het licht. Met lumen kun je verschillende lampen goed met elkaar vergelijken, zoals een halogeenlamp, spaarlamp of ledlamp.
Voordat de ledlamp de standaard werd, werd de lichthoeveelheid van lampen uitgedrukt in watt. Dit werkte goed toen lampen nog gloeilampen waren. Met ledlampen is 'watt' niet de beste manier om te weten welke lamp je moet kopen. Watt geeft aan hoeveel elektrisch vermogen de lamp geeft, niet hoeveel licht. Daarvoor kijk je naar de hoeveelheid 'lumen'. Daarom staat lumen groter op de verpakking van een lamp aangegeven dan watt.
In de tabel hieronder hebben we lumen vergeleken met watt. Dat doen fabrikanten ook. Op het doosje van een ledlamp staat bijvoorbeeld dat hij 470 lumen is en dat dat overeenkomt met een gloeilamp van 40 watt.
| Gloeilamp wattage | Lichtopbrengst |
| 15 watt | 100 tot 150 lm |
| 25 watt | 200 tot 300 lm |
| 40 watt | 400 tot 500 lm |
| 60 watt | 700 tot 800 lm |
| 75 watt | 900 tot 1000 lm |
| 100 watt | meer dan 1300 lm |
Vaak staat op de verpakking van een ledspot ook welk wattage halogeenspot hij vervangt.
Hoeveel lumen je nodig hebt, verschilt per ruimte. In de keuken is bijvoorbeeld meer licht gewenst dan in de slaapkamer. In de onderstaande tabel geven we per ruimte een richtlijn.
| Ruimte | Benodigd aantal Lumen |
| Woonkamer | 1500 - 3000 |
| Keuken | 5000 - 10000 |
| Slaapkamer | 2000 - 4000 |
| Badkamer | 2000 - 4000 |
| Werkkamer | 3000 - 6000 |
Hou er rekening mee dat de ideale hoeveelheid licht ook afhangt van factoren zoals:
Omdat je niet op elk moment dezelfde hoeveelheid licht nodig hebt, kan een dimmer handig zijn. Steeds meer ledlampen zijn geschikt om te dimmen. Een dimmer kan in de lichtschakelaar worden ingebouwd. Of je bedient hem met een afstandbediening, of via een app op je telefoon.
Lumen is een maat voor de totale hoeveelheid licht die een lamp uitstraalt. Dat is dus onafhankelijk van de afstand tot de lamp. De hoeveelheid licht op een oppervlak, bijvoorbeeld je werktafel, druk je uit in lux. Een lamp van 1000 lumen zorgt voor meer lux op je bureau dan eentje van 500 lumen die op dezelfde afstand hangt en dezelfde stralingshoek heeft.
Maar: als de lamp van 500 lumen veel dichterbij hangt, kan die voor meer lux zorgen. De verlichtingssterkte op je bureau is dan groter. Je moet dus eerst weten hoe dichtbij de lamp bij plek komt die hij moet verlichten. Dan pas kun je bepalen hoe 'sterk' die lamp moet zijn.
Voorbeeld
In plaats van een lamp van bijvoorbeeld 500 lumen kies je een sterkere lamp en deze hang je wat verder van het te belichten oppervlak. Dan zal de verlichtingssterkte op dat oppervlak ongeveer gelijk blijven. Maar je maakt het contrast tussen licht en donker een stuk kleiner. Dat kan prettiger zijn als het om een werkplek gaat.
Bij het uitlichten van een kunstwerk, of sfeerverlichting is dat vaak juist minder gewenst. In dat laatste geval kun je beter een lamp - vooral een spot - met minder lumen dichterbij plaatsen.
Wil je het precies aanpakken? Gebruik deze vuistregel: als je een lamp 2 keer zo dicht bij een oppervlak plaatst, wordt het 4 keer zo sterk belicht.
Probeer vooral verschillende lampen en opstellingen uit om te zien wat beter bevalt. Ledlampen zijn niet meer zo duur als voorheen. En als een lamp voor de ene plek toch minder geschikt is kun je 'm vaak nog wel ergens anders gebruiken.
Je kunt natuurlijk ook, vooral bij een speciaalzaak, vragen of je nog mag ruilen als je er thuis achterkomt dat het net niet is wat je zocht.
Aan het energielabel zie je hoe zuinig de lamp is. Het aantal lumen gedeeld door het aantal watt bepaalt hoe efficiënt en dus energiezuinig de lamp is.