
Petri Buijn Expert wasmachinesGepubliceerd op:21 mei 2026
Een standaard (voorlader)wasmachine is meestal ongeveer 85 cm hoog en 60 cm breed. De diepte ligt vaak tussen 55 en 65 cm. Er zijn ook diepere modellen. De diepte hangt samen met het vulgewicht van de trommel.
Een gewone voorlader is meestal ongeveer 85 cm hoog. Dat sluit goed aan op de standaard werkbladhoogte in keukens. Veel vrijstaande wasmachines kunnen daardoor onder een werkblad worden geplaatst.
Vaak moet je daarvoor wel het bovenblad verwijderen. Controleer dit altijd in de handleiding van het model.
De meeste voorladers zijn ongeveer 60 cm breed. Net als keukenkastjes, vaatwassers, of ovens. Zo sluit het goed aan op de standaardmaten van de keukenapparatuur en inrichting.
Een bovenlader is vaak smaller dan een voorlader. Een bovenlader kan handig zijn in een kleine ruimte. Je opent deze wasmachine aan de bovenkant. Je hebt dan geen ruimte nodig voor een deur aan de voorkant.
Een kleine wasmachine heeft meestal een kleiner vulgewicht. Dat is handig voor 1 of 2 personen. Je wast dan minder was per keer.
Een smalle wasmachine past beter in een kleine badkamer of berging. Let goed op wat ‘smal’ betekent. Soms is de wasmachine smaller. Soms is hij vooral minder diep.
Een standaard wasmachine past vaak beter bij een gezin. Je kunt meer was kwijt. Dit scheelt wasbeurten.
Lees meer tips over:
Hoe groot moet een wasmachine zijn
Een wasmachine weegt vaak tussen 60 en 80 kg. Sommige modellen zijn zwaarder. Het gewicht hangt af van de motor, trommel en het betonblok in de machine. Een zware wasmachine staat vaak stabieler tijdens het centrifugeren. Toch zegt gewicht niet alles. Ook de kwaliteit van de vering en plaatsing zijn belangrijk.
Zet de wasmachine altijd waterpas. Dat voorkomt trillingen en lawaai. Gebruik de stelvoeten onder de machine.
Een wasmachine lijkt op papier soms te passen. Toch heb je extra ruimte nodig. Meet eerst de breedte, hoogte en diepte van de plek. Meet de plek op meerdere punten. Muren en vloeren lopen niet altijd recht.
Houd extra ruimte vrij rondom de wasmachine. Aan de achterkant heb je ruimte nodig voor de waterafvoer, watertoevoer en de stekker. Aan de voorkant moet de deur goed open kunnen. En houd wat speling voor stellen, trillingen en ventilatie.
De diepte van een wasmachine is makkelijk te onderschatten. Fabrikanten noemen vaak de kastdiepte. De deur en knoppen steken soms uit. Aan de achterkant nemen slangen ook ruimte in. Reken daarom extra centimeters mee. Zo voorkom je dat de machine te ver naar voren staat.
Kijk ook naar de deuropening. De deur moet ver genoeg open kunnen. Anders haal je de was lastig uit de trommel.
Heb je ook een wasdroger en wil je ruimte besparen? Dan kun je de droger op de wasmachine zetten. Zet de wasmachine altijd onderop. Die is zwaarder en trilt meer.
Gebruik een stapelkit of tussenstuk. Daarmee staat de droger steviger. Deze kunnen van de fabrikant zijn, maar er zijn ook universele stapelsets. Zonder tussenstuk kan de droger verschuiven. Zeker als de wasmachine trilt. Sommige tussenstukken hebben een uitschuifplank. Handig om je wasmand op te zetten of bij het vouwen van de was.
Let op: een losse plank is meestal geen veilige vervanging voor een stapelkit. Een stapelkit zorgt dat de droger niet kan schuiven. Sommige stapelkits hebben ook een opstaande rand of bevestigingsband.
Controleer de afmetingen van beide apparaten. De meeste wasmachines en drogers zijn ongeveer 60 cm breed. De diepte verschilt per model. Het is belangrijk dat de droger goed op de wasmachine past.
Let ook op de totale hoogte van de machines samen. Een wasmachine en een droger zijn vaak allebei ongeveer 85 cm hoog. Samen kom je dan uit op 170 cm. Een tussenstuk maakt dit nog 3 tot 8 cm hoger. De exacte hoogte verschilt per merk en model.
Gebruik je een gewone stevige plank als tussenstuk? Reken dan op minimaal 18 mm dikte. Kies liever 22 mm of dikker als de plank het gewicht moet dragen. De plank moet vlak liggen en mag niet doorbuigen.
Controleer ook of je nog goed bij de bediening kunt. De knoppen van de droger zitten door het stapelen hoger. Dat kan onhandig zijn als je niet lang bent.
Zorg dat de vloer stevig en vlak is. Een waszuil met 2 apparaten weegt al snel meer dan 100 kg. Zet de wasmachine waterpas voordat je de droger erop plaatst. Zo voorkom je trillingen en lawaai.
Sommige wasmachines kun je inbouwen. Hierop kun je een kastdeur bevestigen. Zo gaat de machine in het interieur van een keuken op. De maten zijn dan belangrijker dan bij een vrijstaand model.
Een echte inbouwwasmachine voor een keuken is meestal gemaakt voor een standaard keukenbreedte van 60 cm. De apparaatmaat ligt vaak rond:
| Hoogte apparaat | 81,8 tot 82,5 cm |
| Breedte apparaat | 59,5 tot 59,6 cm |
| Diepte apparaat | 54 tot 56 cm, soms iets dieper |
| Capaciteit | meestal 7 tot 8 kg |
Meet de de hoogte, breedte en diepte van de nis goed op. Laat voor de ventilatie wat ruimte rondom de wasmachine vrij. Houd ook rekening met de scharnieren en de slangen aan de achterkant.
Reken in de praktijk met deze nis:
| Nismaat | Aanbevolen |
| Nishoogte | minimaal 82 cm, liever tot 83 cm |
| Nisbreedte | 60 cm |
| Nisdiepte | minimaal 56 cm, liever 58 tot 60 cm inclusief slangenruimte |
| Werkbladhoogte | meestal 85 tot 90 cm |
| Plint | vaak 10 tot 15 cm, afhankelijk van keuken |
Bij een inbouwmodel komt er meestal een meubeldeur vóór de machine. Controleer daarom ook:
Een bovenlader is vaak smaller dan een gewone voorlader. Dat maakt hem handig in een smalle badkamer of kleine berging. Je stopt de was van boven in de machine. Zo heb je geen vrije ruimte nodig aan de voorkant.
Heb je te weinig ruimte voor een standaard wasmachine en wasdroger? Kies dan voor een bovenlader of een wasdroogcombinatie.