icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest
De beste zorgverzekering, die wil jij toch ook? |

Vergelijk en stap over

zorgicoon-45x45px

Fotokwaliteit

Er zijn een aantal factoren die bepalend zijn voor de kwaliteit van de foto. De kwaliteit van de lens en de beeldsensor bijvoorbeeld. Maar ook compressie en de samenwerking tussen lens en body spelen een rol.
Koopadvies 3 fotokwaliteit

Beeldkwaliteit is een samenspel van de volgende factoren:

  • Kwaliteit, grootte en resolutie van de beeldsensor.
  • Kwaliteit van de cameralens.
  • Samenwerking tussen lens en body.
  • Manier van compressie.

Beeldsensor

In de specificaties van de camera vind je 2 dingen terug over de beeldsensor:

  • de resolutie in (mega)pixels;
  • de grootte van de sensor in inches of millimeters

Een grotere beeldsensor levert over het algemeen mooiere foto’s op. Maar meer megapixels is zeker niet altijd beter. Het aantal megapixels van een camera staat voor het aantal lichtgevoelige elementjes op de beeldsensor. Elk elementje registreert hoeveel licht erop valt.

De meeste camera's hebben tegenwoordig 16, 20 of 24 megapixels. 1 megapixel is een miljoen pixels. Over het algemeen geldt dat hoe meer pixels per vierkante millimeter, des te minder licht elke pixel vangt. Als een pixel minder licht opvangt is de kans kleiner dat de juiste informatie voor de foto wordt vastgelegd. 

Zo kan het voorkomen dat een compactcamera van 10 jaar geleden bij weinig licht betere foto’s maakt dan een nieuwe met 2 keer zoveel pixels op een sensor van dezelfde grootte.

Kwaliteit van de cameralens

Hoe weet je wat een goede cameralens is? In de winkel heb je een beetje houvast aan de getallen die op de lens staan. Kijk naar de getallen achter de 1 met de dubbele punt (bijvoorbeeld 1:5.6 of 1:1.8). Deze getallen geven de lichtsterkte van de cameralens aan. Een lager getal betekent dat er meer licht door de lens bij de beeldsensor kan komen. Hoe lager de getallen, hoe beter. De lichtsterkte van de cameralens zegt echter weinig over eventuele lensfouten, zoals vertekening, donkere hoeken en kleurvariatie.

De kwaliteit van een cameralens heeft invloed op de gemaakte foto, maar ook op het gebruik van de camera:

  • De beeldkwaliteit kan beïnvloed worden. Er zijn grote verschillen bij macrofoto's en foto's bij weinig licht. Ook geven sommige lenzen donkere hoeken op de foto en vlekken veroorzaakt door reflecties in de cameralens.
  • De lens bepaalt voor een deel de snelheid van de camera.
  • De kwaliteit van de lens heeft invloed op het licht dat op de beeldsensor valt. Het schermbeeld kan daarom anders ogen met een andere lens.
  • Handmatig scherpstellen gaat bij de ene cameralens makkelijker dan bij de andere.

Samenwerking cameralens en body

Dezelfde lens op een andere body kan ook tot andere beeldkwaliteit leiden:

  • De software in de cameralens kan gedetailleerde data hebben over lensfouten, zodat die door de body gecorrigeerd kunnen worden. Niet iedere body gebruikt die informatie (op dezelfde manier).
  • In de body en/of op de beeldsensor reflecteert het licht anders.
  • Op een body met een andere sensorgrootte kunnen lensfouten aan de randen van de foto meer of minder opvallen.
  • De scherpstelsnelheid (focus) is niet alleen afhankelijk van de snelheid van de cameralens, maar ook van de aansturing in de body.

Onscherpe spiegelreflexfoto’s

Bij spiegelreflexcamera's speelt nog iets bijzonders dat tot onscherpe foto's kan leiden. Zelfs bij heel dure camera's. Spiegelreflexcamera's stellen snel scherp met behulp van speciale scherpstelsensoren. Die moeten op een honderdste millimeter worden uitgelijnd. Afhankelijk van de precisie waarmee body en cameralens gemaakt zijn, het materiaal van de aansluiting (plastic, metaal) en de omgevingstemperatuur kunnen bepaalde body-lens combinaties onscherpe foto's maken. Bij sommige (dure) camera’s kun je voor individuele lenzen aanpassingen (laten) uitvoeren.

Compressie – van ruwe data naar jpeg

De manier waarop beeldgegevens in een fotobestand gecomprimeerd worden, verschilt per camera. Bij bewegende beelden is de compressie nog complexer. In beide gevallen is de invloed op de beeldkwaliteit groot. Als een camera alle ruwe gegevens van de beeldsensor onbewerkt opslaat, krijg je enorm grote bestanden waar de meeste mensen niet mee kunnen werken.

Om deze reden kunnen alle digitale camera's foto's opslaan in jpeg-formaat. Er gaat dan wel kwaliteit verloren, doordat er minder kleurinformatie wordt opgeslagen. Daardoor neemt een foto minder ruimte in op een geheugenkaart. Deze 'compressie' is mogelijk omdat het menselijk oog toch niet alles kan zien.

Voor gevorderden

Camera's die bedoeld zijn voor gevorderde gebruikers kunnen foto's onbewerkt opslaan. In dit zogenaamde RAW-formaat zijn nog geen pixels berekend, maar is alleen vastgelegd hoeveel licht elk elementje op de beeldsensor heeft opgevangen. RAW-bestanden zijn véél groter dan jpeg-bestanden. Ze kunnen niet zomaar door alle software gelezen worden en moeten bijna altijd bewerkt worden. Als foto's niet (meer) bewerkt hoeven te worden, is het zonde van de ruimte om ze als RAW-bestand te bewaren. Jpeg volstaat dan prima.

Vaak levert het mooie foto's op als alleen het hoofdonderwerp scherp is en de voor- en/of achtergrond onscherp. Dan praat je over een kleine scherptediepte. De scherptediepte wordt kleiner als je een kleinere diafragmawaarde kiest, meer inzoomt én dichter op het onderwerp staat. De scherptediepte is ook afhankelijk van de grootte van de beeldsensor. Met een grotere beeldsensor is een kleinere scherptediepte mogelijk.

Lees ook: