icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest

Zoombereik: hoeveel heb je nodig?

Bij het kopen van een fotocamera speelt het zoombereik vaak een belangrijke rol. Hoeveel heb je eigenlijk nodig? En wat is het effect van inzoomen?
Karen Reijneveld
Karen Reijneveld

Expert Elektronica

Gepubliceerd op:  12 september 2012

Bijgewerkt op:  22 januari 2018


Inzoomen: knop, hendel of draaien

Inzoomen betekent dat je het onderwerp in beeld dichterbij haalt zonder dat je dichterbij gaat staan. De knop of hendel voor in- en uitzoomen bedien je met je duim of wijsvinger.

Bij camera's met een verwisselbare lens moet je normaal gesproken draaien aan de lens om in- en uit te zoomen. Er zijn ook compactcamera's die zo te bedienen zijn. Verwisselbare lenzen met zoomknop (powerzoomlenzen) zijn schaars en duur.

Hoeveel zoom heb je nodig?

Voor de meeste mensen zal 10 of 20 keer zoom in praktijk ruim genoeg zijn. Op basis van de afbeeldingen kun je zelf inschatten hoeveel zoom je zou willen.

Zoom-camera

Het is verleidelijk om voor heel veel zoom te gaan, maar houd er rekening mee dat het zichtbare verschil tussen bijvoorbeeld 4 en 8 keer zoom veel groter is dan tussen 40 en 80 keer zoom. Dat zie je in de afbeelding hieronder.

Daarin zie je ook dat de kleinste camera's en smartphones (linksonderin) weinig zoom én een kleine beeldsensor hebben. Je ziet ook dat er geen camera's zijn met extreem veel zoom én een grote beeldsensor. Die bestaan simpelweg niet, omdat ze te groot en zwaar zouden worden. Jammer, want een grotere beeldsensor betekent in principe betere fotokwaliteit.

Camera-Zoom-Graphic-hippo

Door een rietje kijken

Besef ook dat het een hele kunst is om je onderwerp in beeld te houden als je heel ver inzoomt. Bij 20 keer zoom heb je nog een beeldhoek van ongeveer 4°. Dat is al bijna of je door een rietje je onderwerp in beeld moet houden. Bij 80 keer zoom is het nog maar 1°. Dan is een statief essentieel.

Inzoomen, bijsnijden of lopen?

Om een onderwerp groter in beeld te krijgen, heb je 3 opties: inzoomen, de foto bijsnijden of gewoon lopen tot je er dichterbij staat. De close-up hieronder vat het samen (van links naar rechts):

  • Van dichtbij, niet ingezoomd: een opgeblazen portret met een grote neus.
  • Meer afstand, digitaal ingezoomd (= bijsnijden).
  • Meer afstand, (optisch) ingezoomd: mooier portret, met vage achtergrond.

Camera-Close-up

Inzoomen of bijsnijden

Je denkt misschien dat het bijsnijden/croppen van een foto hetzelfde effect heeft als inzoomen. Dat is niet helemaal waar. Kijk maar eens naar het voorbeeld. Foto 1 is een uitsnede uit de grote foto. Bij foto 2 zoomt de fotograaf vanaf hetzelfde standpunt in. Op beide foto's staat alles er even groot op: het perspectief blijft hetzelfde. Maar foto 2 oogt mooier door de onscherpe achtergrond.

gebruikstips-inzoomen-croppen-enz

Inzoomen of lopen

Je kunt natuurlijk ook gewoon naar je onderwerp toe lopen om het groter in beeld te krijgen. Dat geeft een heel ander effect dan inzoomen. Bij een portret pakt dat niet altijd mooi uit.

In het voorbeeld hieronder is de fotograaf steeds verder van het model gaan staan, om vervolgens zover in te zoomen dat het hoofd van zijn model even groot in beeld blijft.

gebruikstips-afstand-zoom-enz

Hoe dichterbij en meer uitgezoomd, des te meer:

  • van de achtergrond in beeld komt (het perspectief verandert);
  • de achtergrond scherper wordt;
  • het gebouw verder weg lijkt te staan (de foto wordt minder 'plat');
  • het beeld vervormt;
  • het hoofd te groot wordt ten opzichte van de schouders.

Optische of digitale zoom

Digitale zoom

Digitaal zoomen is feitelijk hetzelfde als het achteraf bijsnijden van de foto: er wordt een steeds kleiner stukje van de beeldsensor gebruikt. Dus bijvoorbeeld maar 8 van de 14 megapixels op de sensor. Als het toch een 14-megapixelfoto moet worden, moeten er tussenliggende pixels 'bijberekend' worden. Dat betekent kwaliteitsverlies.

Optische zoom

Bij optisch inzoomen bewegen de verschillende lensdelen ten opzichte van elkaar. Meestal kun je 3 verschillende aanduidingen vinden die aangeven hoe ver je optisch in- en uit kunt zoomen:

  • De zoomfactor, bijvoorbeeld 3x zoom. Deze wordt berekend door de hoogste waarde van het zoombereik te delen door de laagste waarde van het zoombereik. Zo is het mogelijk dat je met 60x zoom even ver kunt inzoomen als met 50x zoom: omdat je verder kunt uitzoomen. Let dus niet alleen op de zoomfactor, maar zeker ook op de beginwaarde van het zoombereik. Hoe lager die waarde, des te meer er op één foto past. 
  • Het zoombereik wordt meestal vóór op de lens vermeld, bijvoorbeeld 6.3 - 18.9 mm. Die waarden zijn lastig te interpreteren en meestal niet bruikbaar om camera's te vergelijken.
  • Daarom wordt het zoombereik meestal omgerekend naar de oude standaard uit de tijd dat er nog geen digitale camera's waren: het kleinbeeldequivalent. Bij de meeste compactcamera's moet je de waarden die op de lens staan vermenigvuldigen met 5,6. In het voorbeeld kom je dan op ongeveer 35 - 105 mm. De vermenigvuldigingsfactor is afhankelijk van de grootte van de sensor. Wil je weten hoe dat zit bij systeemcamera's? Lees meer over zoom en mm bij camera's met verwisselbare lenzen.

Camera's filteren en vergelijken op zoombereik

In onze vergelijker kun je filteren op optisch zoombereik en groothoekbereik. Wie veel optische zoom in een compacte camera wil, koopt een travelzoom- of een superzoomcamera.

Bekijk ook:

Nieuwste artikelen