Extra informatie

Energielabel woning

energielabel-woningEen verhuurder of verkoper van een huis ouder dan 10 jaar is sinds 1 januari 2008 wettelijk verplicht het energielabel voor de woning te overhandigen aan de nieuwe koper of huurder. Een potentiële koper kan aan het label in één oogopslag zien hoe milieuvriendelijk en energiezuinig een huis is. Een sanctie op het niet hebben van een energielabel was er tot nu toe niet, maar per 1 januari 2015 is de wetgeving aangescherpt. Bij verkoop van de woning (of bij nieuwe verhuur) ben je verplicht om een energielabel te overhandigen aan de koper (of huurder). Kun je dit niet, dan levert dit een boete op van maximaal €405.

Wat is het energielabel woningen?

Het energielabel voor woningen laat zien hoe energiezuinig een huis is in vergelijking met andere woningen van hetzelfde type. Er zijn zeven verschillende klassen. Energielabel A is zeer energiezuinig. Label G is zeer onzuinig. Het label is 10 jaar geldig. Wanneer een woning een onzuinig energielabel heeft, loont het de moeite om energiebesparingsmaatregelen te nemen. Deze verdienen zich vaak snel terug. Het levert dus geld op, de woning wordt comfortabeler, en het spaart het milieu. Een zuiniger energielabel kan ook een gunstige invloed hebben op de verkoopwaarde van de woning.

Voorlopig energielabel

Iedere woningeigenaar krijgt van de overheid een voorlopig energielabel toegestuurd (voor februari 2015). Hierbij gaat het om een globale inschatting, gebaseerd op gegevens als bouwjaar, type (rijtjes, vrijstaand, hoek, appartement), oppervlak van de woning. Ook is globaal gekeken welke energiebesparende maatregelen gemiddeld genomen al getroffen zijn bij diverse typen woningen. Welk voorlopig energielabel je woning heeft is te zien op deze site.

Hoe kom je aan een definitief energielabel van je woning?

Een definitief label (noodzakelijk bij verkoop of nieuwe verhuur van de woning) kan worden aangevraagd op deze overheidssite. De woningeigenaar moet dan tien woningkenmerken controleren en waar nodig aanpassen. Dit gaat over: beglazing op woon- en slaapetage, isolatie van de muren, vloer en het dak, tapwatervoorziening, verwarmingstoestel, ventilatiesysteem, aanwezigheid van zonneboiler en/of zonnepanelen. De gegevens die de woningeigenaar verzamelt, worden beoordeeld door een erkend deskundige waarbij om bewijsmateriaal wordt gevraagd (foto's, facturen). De check kost gemiddeld een paar tientjes. De woningeigenaar kan op de website zelf een erkend deskundige kiezen.
Na akkoord van de erkend deskundige wordt het definitieve label opgenomen in de landelijke database. Je krijgt als huiseigenaar een digitaal document dat je kunt uitpinten en overhandigen bij de verkoop en verhuur van de woning. Huiseigenaren die al een energielabel certificaat of een EPA-maatwerkadvies van een gecertificeerd adviseur hebben, kunnen dit beschouwen als een definitief energielabel mits het niet ouder is dan 10 jaar. Het nieuwe, vereenvoudigde energielabel is net als het oude label na opnamedatum 10 jaar geldig.

Hoe krijg je een gunstig energielabel voor je woning?

Zie ook energiebesparingsmaatregelen, kort samengevat:

  • Laat dubbelglas (bij voorkeur HR++) of voorzetramen aanbrengen.
  • Isoleer de beganegrondvloer en buitenmuren.
  • Isoleer het dak of in plaats daarvan de zoldervloer (dat is alleen zinvol als de zolder onverwarmd is).
  • Dicht kieren, maar zorg voor een goede ventilatie. Goede ventilatie voorkomt ophoping van ongezonde gassen en vocht.
  • Onderhoud de verwarmingsketel goed. Als die aan vernieuwing toe is, neem dan een hoogrendementsketel.
  • Isoleer cv-leidingen in koude ruimten.

Uitzonderingen

Niet ieder gebouw hoeft een energielabel te hebben. De overheid noemt een aantal uitzonderingen:

  • beschermde monumenten;
  • woonboten (maar woonwagens wel!);
  • recreatiewoningen die minder dan 4 maanden per jaar worden gebruikt (bij meer dan 4 maanden per jaar gebruik dus wel);
  • gebouwen met een industriefunctie (zoals fabriekshallen);
  • tijdelijke bouwwerken (zoals bouwketen, noodwinkels, noodlokalen bij scholen, directie- en schaftlokalen op bouwlocaties);
  • gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten, zoals kerken;
  • alleenstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 vierkante meter.

Deel bericht via: