icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest
De beste zorgverzekering, die wil jij toch ook? |

Vergelijk en stap over

zorgicoon-45x45px

Fiscale wijzigingen 2016

In 2016 is weer een aantal belastingwetten veranderd. Je hebt er last van of je profiteert ervan en soms kun je er een beetje op inspelen. Wil jij weten wat dit voor je portemonnee betekent? Check hieronder of de wetswijzigingen goed of slecht nieuws zijn voor jou.
Nelleke Rookmaker
Nelleke Rookmaker

Expert Geld & Verzekering

Gepubliceerd op:  21 oktober 2015

Home 1 belastingaangifte

Heffingskorting en arbeidskorting

Algemene heffingskorting

De meeste mensen in Nederland hebben recht op de algemene heffingskorting. Alleen als je meer dan €66.417 verdient krijg je de belastingkorting in 2016 niet.

Arbeidskorting

Wie werkt heeft ook nog recht op arbeidskorting. In 2016 vervalt deze korting als je inkomen hoger is dan €111.590.

Beide heffingskortingen worden afgetrokken van de nettobelasting die je in een jaar moet betalen. Met elke euro heffingskorting bespaar je daardoor ook precies een euro. Komend jaar gaat vooral de arbeidskorting fors omhoog met maximaal €883 (naar €3103). Bijna iedereen profiteert hiervan, behalve de hoogste inkomens.

Belastingtarieven omlaag

De belasting is omlaag gegaan. Het belastingtarief in de tweede en derde schijf daalt met 1,6% en is nu 40,4%.

Derde schrijf wordt verlengd

Daarnaast is de lengte van de derde schijf langer. Hierdoor ga je pas bij een hoger jaarinkomen het toptarief van 52% belasting betalen. In 2015 was dat bij €57.585, in 2016 is dat bij €66.421. Over deze schijfverlenging van ruim €8800 betaal je dit jaar €1025 minder belasting.

Nadeel: aftrekpost minder waard

De schijfverlenging betekent niet alleen goed nieuws. Aftrekposten worden daardoor namelijk ‘minder waard’. Het oprekken van de derde schijf tot €66.421, kan tot €1025 minder aftrek leiden. Dit zie je terug in een lagere voorlopige aanslag. Niet alleen de belasting gaat naar beneden, maar de teruggaaf dus ook.

Ouderen met vermogen leveren in  

Vanaf 1 januari 2016 vervalt voor AOW’ers het extra heffingsvrije vermogen in box 3. Dit is eind 2014 al besloten. Had je op 1 januari meer dan €24.437 vermogen (voor partners €48.874)? Dan betaal je over het bedrag boven die grens 1,2% vermogensrendementsheffing. Deze hoofdregel geldt vanaf 2016 ook voor alle ouderen.

Mogelijk ook huurtoeslag inleveren

Er zit een extra nadeel aan de afschaffing van het extra heffingsvrije vermogen. Het kan namelijk zijn dat een AOW’er zijn huurtoeslag of andere toeslagen kwijtraakt. Zodra je belast vermogen hebt in box 3 vervalt namelijk het recht op huurtoeslag. Je gaat dus flink inleveren: je gaat belastign betalen over je vermogen én je ontvangt geen huurtoeslag meer. Dit kan honderden euro’s per jaar schelen.

De heffingskorting voor ouderen met een inkomen tot €35.949 gaat trouwens eenmalig omhoog in 2016, met €145 (naar €1187). Zit je inkomen net boven de grens, dan loont het om dit omlaag te krijgen. Bijvoorbeeld met (extra) aftrekposten.

Werkende ouders: kinderopvangtoeslag omhoog

Werkende ouders profiteren. Ouders met kinderen op de kinderopvang, ontvangen in 2016 5,8% meer kinderopvangtoeslag. Bovendien is de combinatiekorting voor werkende ouders verhoogd. Als minstverdienende partner heb je recht op de heffingskorting. Je kind moet dan wel jonger zijn dan 12 jaar en op jouw adres zijn ingeschreven. Het maximumbedrag steeg met €617 (naar €2769). Dit maximum ontvang je bij een inkomen vanaf €32.970. De combinatiekorting kun je aftrekken van de belasting die je moet betalen. Elke euro extra is dus ook echt een euro extra.

Kinderalimentatie in box 3

Na de afschaffing van de aftrekpost voor levensonderhoud voor kinderen, kun je je alimentatie niet meer in box 1 aftrekken. Een schrale troost is dat je in de aangifte over 2015 en 2016 bij je schulden een bedrag kunt tellen voor de kinderalimentatie die je moet betalen. Het gaat om de contante waarde van de toekomstige verplichting die je hebt. Deze kun je berekenen. Heb je vermogen? Dan mag je dit vermogen verminderen met deze verplichting om kinderalimentatie te betalen. Dit scheelt je per €1000 dan €12 belasting. Let wel op de drempel die geldt in box 3 voor schulden (€3000 per persoon). Vanaf 1 januari 2017 vervalt deze aftrekmogelijkheid.

Achterstand aflossing eigen woning

Het kan onverhoopt iedereen overkomen. Door een reeks van negatieve gebeurtenissen kun je je hypotheekrente niet meer betalen. Gelukkig is de wet een beetje versoepeld. Heb je een annuïteitenlening? Als je een (langdurige) achterstand hebt bij de aflossing van de eigen woningschuld, heb je geen recht meer op aftrek van de hypotheekrente. De lening voldoet dan niet meer aan de eisen die gelden vanaf 1 januari 2013 en verhuist naar box 3. In box 3 heb je geen recht op aftrek van hypotheekrente. Het was tot nu toe zo dat de hele lening dan niet meer terug kon verhuizen naar box 1. Je kreeg dus nooit meer hypotheekrenteaftrek. Dat verandert, zelfs met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013. Zodra je de aflossingsachterstand hebt ingehaald, verhuist de lening weer naar box 1. Je kunt de rente dan weer gewoon aftrekken en dat scheelt een hoop geld.

Afkoop woekerpolis

Het tussentijds afkopen van een lijfrente is fiscaal niet toegestaan. Je moet belasting betalen en mogelijk ook revisierente. Heb je een lijfrente die minder opbrengt dan je aan premies hebt betaald, bijvoorbeeld een woekerpolis? Als je deze lijfrente na 2016 afkoopt, is de schade iets minder groot. Je betaalt dan inkomstenbelasting over de lagere afkoopwaarde. En niet meer over het totale bedrag dat je aan premies hebt betaald. Tussentijdse afkoop van een lijfrente blijft sowieso duur.

Voordeel personeelslening weg

Krijg jij personeelskorting op je hypotheekrente? Bijvoorbeeld omdat je bij een bank werkt? Dan hoefde je werkgever tot 2016 geen bedrag bij je loon te rekenen. Dit is gewijzigd per 1 januari 2016. De werkgever rekent het rentevoordeel nu wel tot je loon. Je mag nog wel de belaste rente in je aangifte in aftrek brengen als betaalde hypotheekrente.

De wijziging zorgt voor gelijkheid. Een werknemer met een inkomen in de hoogste tariefschijf betaalt weer net zoveel belasting als iemand die geen rentekorting krijgt op zijn hypotheeklening, maar in plaats daarvan een hoger loon. Sinds 2014 had de werknemer met de rentekorting nog een voordeeltje door de stapsgewijze afbouw van het renteaftrekpercentage in de inkomstenbelasting van 52% naar 51,5% (2014) naar 51% (2015). 

Wijzigingen in 2017

Waar je vast veel over gehoord hebt, maar nog niet in dit rijtje hebt gelezen zijn de veranderingen in de vermogensrendementsheffing en de verhoging van de schenkvrijstelling tot een ton. Dat komt omdat die wijzigingen pas op 1 januari 2017 ingaan.

Vermogensrendementsheffing

Het fictief rendement op box 3-vermogen wordt vanaf 2017 berekend met oplopende forfaitaire percentages:

  • 2,9% over het vermogen tussen €25.000 en €100.000
  • 4,7% over het vermogen tussen €100.000 en €1.000.000
  • 5,5% over het vermogen dan meer is dan €1.000.000

De belastingheffing van 30% over het veronderstelde rendement blijft gelijk.

Een voorbeeld van de berekening:

In 2016
Vermogen in box 3: €50.000
Heffingsvrij vermogen: €24.437
Belastbaar vermogen: €25.563
Verondersteld rendement: €1023
Vermogensrendementsheffing (30%): €306

In 2017
Vermogen in box 3: €50.000
Heffingsvrij vermogen: €25.000
Belastbaar vermogen: €25.000
Totaal verondersteld rendement: €725
Vermogensrendementsheffing (30%): €218

Lees ook: Spaarder tot €240.600 gaat erop vooruit.

Schenkvrijstelling

Vanaf 1 januari 2017 geldt – blijvend – een verhoogde schenkvrijstelling van een ton. De schenking is dan niet langer beperkt tot ouder-kind situaties, maar kan aan iedereen worden gedaan. Voorwaarde is wel dat de ontvanger tussen de 18 en 40 jaar is en het geld besteedt aan zijn eigen woning. In 2013 en 2014 gold een soortgelijke uitbreiding, maar deze was tijdelijk. Er is een overgangsregeling voor de jaren 2015 en 2016.

Lees ook:

Nieuw & interessant

  • DeBeste_duurzaamheid
    Nieuws  |  13 nov.

    Groen beleggen tot €57.844 belastingvrij

    De grens voor belastingvrij groen beleggen (of sparen) gaat in 2018 omhoog naar €57.844.
  • Home tips voor alle toeslagen
    26 okt.

    Eindejaarstips 2017

    Specifieke tips voor oktober, november en december om op een vrij eenvoudige manier belasting te besparen of toeslagen veilig te stellen.
  • Artikelen_depositogarantiestelsel
    Nieuws  |  8 nov.

    Grens belastingvrij sparen naar €30.000

    Spaarders hoeven in 2018 over bedragen tot €30.000 geen vermogensbelasting te betalen. Voor stellen geldt dat tot €60.000.
  • Spaarrekening kiezen
    Nieuws  |  20 sep.

    Aanpassingen spaartaks op lange baan

    Nieuwe aanpassingen aan de vermogensrendementsheffing, die de heffing in box 3 meer in lijn moeten brengen met de werkelijk behaalde rendementen, worden overgelaten aan een volgend kabinet.