icon-menu logo_footer preds symbol-afrader symbol-bestekoop symbol-besteuittest

Hoe werkt de vermogensbelasting?

De vermogensrendementsheffing wordt ook wel spaartax, vermogensbelasting of box 3-heffing genoemd. Allemaal benamingen voor de belasting over je vermogen. Gelukkig wordt niet iedere euro belast. Maar het berekenen van de belasting is wel een uitdaging. Zeker nu je in 2022 kunt kiezen. Betaal je belasting volgens de oude of nieuwe rekenmethode?
Carola van Dorp

Carola van Dorp , Expert Geld & Verzekering Bijgewerkt op: 14 november 2022

belastingaangifte-maart

De vermogensrendementsheffing is de officiële benaming voor de belasting over je vermogen. De Belastingdienst verwacht dat je met dit vermogen (spaargeld en beleggingen) een bepaald rendement haalt. Over dit (veronderstelde) rendement heft de Belastingdienst 31% belasting.

Veranderingen in belasting op vermogen

Veel mensen betalen meer belasting dan ze aan rendement op het vermogen halen. Dat voelt niet eerlijk. Op 24 december 2021 bevestigde de hoogste rechter in ons land dat de regels oneerlijk zijn. De overheid en de Belastingdienst moeten de regels aanpassen. Door problemen bij de Belastingdienst gaat dit tot 2026 duren. Tot die tijd zijn er tijdelijke regels. Ook heeft de uitspraak gevolgen voor het verleden.

Lees alles over de veranderingen vermogensbelasting voor de jaren 2017 tot en met 2021.

Belastingaangifte 2022

In de belastingaangifte over 2022 mag je kiezen tussen de oude of de nieuwe methode. In je aangifte reken je beide manieren uit. En vervolgens kies je de methode met de laagste belasting. Het berekenen en kiezen gebeurt automatisch. In de toelichting in je aangifte zie je de berekening en welke methode gekozen is. We lichten zowel de oude rekenmethode als de nieuwe toe. Maar we starten met de basis die voor beide methoden geldt.

Wil je weten wat je dit nog moet doen of juist niet? Bekijk dan onze tips.

Wat valt er onder vermogen?

Onder vermogen vallen alle bezittingen en schulden die je hebt. Denk hierbij aan:

  • Betaal- en spaarrekeningen.
  • Contact geld.
  • Effecten, zoals aandelen, obligaties en crypto’s.
  • Vakantiewoning, een pand dat je verhuurd of ander onroerend goed.
  • Vorderingen, geld dat je hebt uitgeleend aan iemand.
  • Je aandeel in het vermogen van de Vereniging van Eigenaren (VvE).
  • Schulden, geld dat je van iemand hebt geleend.
  • Saldo van je creditcard.
  • (Persoonlijke) leningen.

Je eigen huis en roerende goederen zoals je auto, kunst, caravan of inboedel vallen niet onder het begrip vermogen. Ook schulden of vorderingen van de inkomstenbelasting op de Belastingdienst mag je niet meetellen.

Peildatum

De Belastingdienst werkt met een peildatum. Deze is 1 januari van een bepaald jaar. Het vermogen dat je op 1 januari bezit telt mee voor de berekening. Krijg je net in december een groot bedrag gestort? Dan kan het zijn dat je daardoor belasting betaalt. Zelfs als je dit bedrag op 3 januari weer uitgeeft. Voor de aangifte over 2022 ga je uit van de waarde op 1 januari 2022.

Vrijstelling en schuldendrempel

Vrijstelling

Gelukkig hoef je niet gelijk belasting te betalen als je meer bezittingen dan schulden hebt. Er is namelijk nog een vrijstelling. Dit heet het heffingsvrije vermogen. In 2022 is de eerste €50.650 (voor fiscale partners het dubbele, €101.300) vrijgesteld. In 2023 wordt dat €57.000 (voor partners €114.000). Wie groen spaart en/of groen belegt, komt in aanmerking voor een extra heffingsvrij vermogen van €61.215 (2022).

Schuldendrempel

Je schulden mag je niet helemaal meetellen. Er geldt namelijk een schuldendrempel van €3.200. Heb je een fiscale partner? Dan is de drempel €6.400. Wat overblijft is de schuld die meetelt voor box 3.

Oude rekenmethode vermogensbelasting 2022

Sparen versus beleggen

Heb je meer vermogen dan het heffingsvrije vermogen? Dan gaat de Belastingdienst er van uit dat je een deel van dat geld spaart en de rest belegt. Hoe meer vermogen, hoe meer je gaat beleggen is de veronderstelling. Of dit in werkelijkheid ook zo is, maakt niet uit voor de berekening. De Belastingdienst houdt geen rekening met het werkelijke rendement over je spaargeld en je beleggingen. Maar rekent met een vast rendement. En hoe meer vermogen, hoe hoger dat rendement. Dit noemen we het fictief rendement. Over dit fictieve rendement bereken je uiteindelijk de belasting van 31%. In 2023 wordt dit 32%.

Box 3 vermogen voor vrijstelling Fictief rendement
€0 - €50.650 n.v.t.
€50.650 - €101.300 1,82%
€101.300 - €1.013.000 4,37%
Meer dan €1.1013.000 5,53%

Nieuwe rekenmethode vermogensbelasting 2022

Bij de nieuwe rekenmethode gaat de Belastingdienst niet meer uit van een fictieve verdeling van het vermogen. Maar juist van de werkelijke verdeling van je vermogen. Je vermogen wordt verdeeld in 3 groepen. Spaargeld, overige bezittingen en schulden. Onder overige bezittingen vallen alle bezittingen behalve het spaargeld. 

Fictief rendement

Voor elk van deze groepen is een eigen fictief rendement bepaald. Dit is anders dan in de oude heffing. Het fictieve rendement over 2022 is nog niet bekend. De tarieven van 2021 zijn:

Categorie vermogen Fictief rendement
Spaargeld 0,01%
Overige bezittingen 5,69%
Schulden (na drempel) 2,46%

De berekening van de nieuwe rekenmethode is complexer dan de oude rekenmethode. We starten met een voorbeeld dat we daarna verder toelichten. In het voorbeeld is uitgegaan van de fictieve rendementen over 2021.

In de nieuwe methode vermenigvuldig je eerst de waarde per groep met het percentage. De uitkomst van de eerste 2 groepen tel je bij elkaar op. De uitkomst van de schulden mag je eraf halen. Vervolgens reken je het fictieve rendement terug naar een rendement over je vermogen. Dit doe je door het totale rendement te delen door het totale vermogen. Hier komt een rentepercentage uit.

Neem nu het totale vermogen (bezittingen verminderd met de schulden na de drempel). Hier haal je de vrijstelling van af. Dit is de grondslag sparen en beleggen. Vermenigvuldig de grondslag met het berekende rentepercentage. Over het saldo betaal je 31% belasting.

Wanneer nieuwe rekenmethode kiezen?

De nieuwe methode is vooral voordeliger voor mensen met in verhouding veel spaargeld. Over het spaargeld betaal je bij de nieuwe methode minder belasting. Dit is ook eerlijker kijkend naar het rendement dat je over het spaargeld krijgt.

Veranderingen 2023

Op Prinsjesdag zijn de veranderingen voor 2023 bekend gemaakt. Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 gaat de nieuwe rekenmethode gelden. Er is dan geen keuze meer tussen de 2 systemen. Het belastingtarief stijgt van 31% naar 32%. En de vrijstelling gaat van €50.650 naar €57.000 (voor partners naar €114.000).

Verdelingen categoriën

Vanaf 1 januari valt contant geld onder de spaartegoeden. In vergelijking met 2022 betaal je hierdoor minder belasting. 

Groenbeleggen/sparen

Voor groenbeleggen/sparen is er ook een wijziging opgenomen in het belastingplan 2023. De groene spaarrekeningen vallen onder de spaartegoeden en de groene beleggingen vallen onder de categorie overige bezittingen. Vervolgens mag je voor het berekenen van het rendement eerst de vrijstelling corrigeren. De vrijstelling pas je eerst toe op de groene beleggingen. Heb je daarna nog vrijstelling over? Dan kun je dit toepassen op het groen sparen. 

In de aangifte over 2021 is dit fout gegaan bij het opstellen van de definitieve aanslagen. Is de waarde van je groene producten op 1 januari 2021 hoger dan de vrijstelling? Kijk dan of je in aanmerking komt voor een belastingteruggave.

Anti-misbruikbepaling

De nieuwe regels kunnen uitnodigen tot het verplaatsen van je vermogen op de peildatum. Door alle beleggingen eind december te verkopen en begin januari weer te kopen, bespaar je belasting. De vermogensbelasting wordt dan berekend tegen het spaartarief. Dit gedrag vindt de overheid niet wenselijk. Daarom is er een nieuwe bepaling bij gekomen. De zogenoemde peildatumarbitrage. Deze regeling moet het aan- en verkopen van bijvoorbeeld beleggingen voor belastingontduiking tegengaan.

Verkoop je tussen 31 oktober en 1 januari en koop je tussen 1 januari en 31 maart? Dan moet je aantonen dat dit handelen zakelijk is geweest. Geld verdienen met de transacties door de veranderingen op de beurs is zakelijk. Wij verwachten dat het laatste woord hier nog niet over gezegd is. Als er meer bekend is, laten we het weten.

Standpunt Consumentenbond box 3

Met Prinsjesdag is bekend gemaakt dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op compensatie. Hier zijn wij het niet mee eens.

In onze strijd hebben we een eerste stap in de goede richting gezet. Samen met de Bond voor Belastingbetalers en de koepelorganisaties voor belastingadviseurs hebben we afspraken gemaakt met het ministerie van Financiën en de Belastingdienst.

Je hoeft nu zelf niet meer in actie te komen om bezwaar te maken tegen de belasting over je vermogen. Ook een verzoek tot ambtshalve vermindering is niet meer nodig. Er worden zogenoemde proefprocedures aangespannen. We vragen de rechter om uitspraak te doen en de uitslag geldt dan voor alle niet-bezwaarmakers.

We zijn op zoek naar goede voorbeeldzaken om voor te leggen aan de rechter. Denk je dat jouw situatie geschikt is? Of wil je op de hoogte blijven van de vorderingen? Meld je dan vrijblijvend aan.

Schrijf je in voor onze gratis e-mails

Blijf op de hoogte van nieuws, acties en tips. Zo bespaar je geld, voorkom je een miskoop én weet je wat jouw rechten zijn als consument.
In onze privacyverklaring lees je hoe we omgaan met je persoonsgegevens en e-mails voor je personaliseren. Afmelden kan altijd.