NZa moet harder ingrijpen bij lange wachtlijsten in de GGZ

Ramona de Jong Expert BelangenbehartigingGepubliceerd op:13 oktober 2026

Wat is er aan de hand?
We staan aanstaande dinsdag 13 oktober tegenover de NZa bij de bestuursrechter. Wij willen dat zorgverzekeraars voldoende passende zorg inkopen. Ook willen we dat verzekeraars geen omzetplafonds voor de GGZ afspreken zolang de wachttijden de afgesproken normen overschrijden.
De rechtszaak gaat over het toezicht op de zorgplicht van zorgverzekeraars. In april 2024 dienden we hierover een handhavingsverzoek in bij de NZa. We vroegen de toezichthouder op te treden tegen zorgverzekeraars die onvoldoende GGZ-zorg inkopen. We zijn het niet eens met het besluit dat de NZa hierover nam. Daarom hebben we de zaak voorgelegd aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).
Te lang wachten op noodzakelijke zorg
Voor de GGZ gelden afspraken over de maximale wachttijden: de Treeknormen. Na aanmelding moet binnen 4 weken een intake plaatsvinden. De behandeling moet binnen 14 weken na aanmelding beginnen. Toch wachten veel mensen nog altijd noodzakelijke zorg.
Omzetplafonds beperken beschikbare zorg
Een contract tussen een verzekeraar en een behandelaar biedt patiënten niet altijd zekerheid. Zorgverzekeraars spreken met gecontracteerde aanbieders vaak een omzetplafond af. Daarmee bepalen ze hoeveel zorg een behandelaar maximaal vergoed krijgt. Is het plafond bereikt, dan kan een behandelaar besluiten een patiëntenstop in te stellen voor verzekerden van die zorgverzekeraar. Terwijl er misschien nog wel ruimte is om mensen te behandelen.
Een behandelaar kan dus nog tijd en ruimte hebben, terwijl een nieuwe patiënt door een budgetafspraak niet geholpen kan worden. Niet omdat er geen behandelaar beschikbaar is, maar omdat het afgesproken budget op is. Wij vinden het onaanvaardbaar dat zulke afspraken noodzakelijke zorg in de weg staan.
Zorgplicht is meer dan wachtlijstbemiddeling
Zorgverzekeraars hebben een wettelijke zorgplicht. Bij zorg die in natura is verzekerd, moeten zij ervoor zorgen dat verzekerden binnen een aanvaardbare tijd en reisafstand passende zorg krijgen. Daarvoor moeten zij voldoende zorg inkopen. De NZa controleert of verzekeraars zich aan deze plicht houden.
Wachtlijstbemiddeling kan mensen helpen om ergens anders sneller terecht te kunnen. Maar bemiddeling alleen is niet genoeg. Als ook andere behandelaren tegen omzetplafonds of beperkende contractafspraken aanlopen, blijft het probleem bestaan.
De NZa geeft in haar huidige toezichtbeleid aan dat zij ook kijkt naar de manier waarop verzekeraars zorg inkopen. Wij willen dat de NZa daadwerkelijk onderzoekt of verzekeraars voldoende passende GGZ-zorg inkopen. En ingrijpt wanneer verzekeraars hierin tekortschieten en hun zorgplicht dus niet nakomen.
Waar gaat de rechtszaak over?
Bij het CBb vechten we het besluit van de NZa over ons handhavingsverzoek aan. Wij vinden dat de aanpak van de toezichthouder onvoldoende bescherming biedt aan verzekerden die te lang op GGZ-zorg wachten.
De NZa kan niet volstaan met toezicht op wachtlijstbemiddeling. Zij moet ook daadwerkelijk onderzoeken of zorgverzekeraars voldoende passende zorg beschikbaar stellen. Daarbij moet zij beoordelen of omzetplafonds de toegang tot zorg beperken en zo nodig handhavend optreden.
Met de rechtszaak willen we bereiken dat de NZa harder optreedt tegen zorgverzekeraars die onvoldoende zorg inkopen. Kostenbeheersing is belangrijk, maar mag er niet toe leiden dat verzekerden noodzakelijke zorg mislopen.
Geen omzetplafonds zolang mensen te lang wachten
In deze rechtszaak trekken we samen op met huisartsen en patiëntenorganisaties. Ons doel is dat de NZa ingrijpt als omzetplafonds ertoe leiden dat verzekerden onnodig lang op zorg wachten. Wij vinden dat zorgverzekeraars geen omzetplafonds mogen hanteren zolang daardoor beschikbare, passende zorg onbenut blijft. En verzekerden niet tijdig de zorg krijgen waarop zij recht hebben.
Ook huisartsen merken de gevolgen van de vastgelopen toegang tot de GGZ. Patiënten met psychische klachten die niet bij een GGZ-behandelaar terecht kunnen, blijven bij hen aankloppen. Maar ondersteuning door de huisarts is geen vervanging voor de specialistische behandeling die deze patiënten nodig hebben.
Ook rechtszaak over onduidelijke zorgpolissen
Het is niet de eerste keer dat we tegenover de NZa staan. Op 8 september 2026 behandelde de bestuursrechter onze zaak over onduidelijke zorgpolissen. Die gaat onder meer over de informatie die verzekeraars geven over contracten en de gevolgen van omzetplafonds. Ook in die zaak vinden wij dat de NZa onvoldoende ingrijpt.
De 2 rechtszaken gaan over verschillende verplichtingen, maar raken hetzelfde belang. Verzekerden moeten weten op welke zorg ze recht hebben. En ze moeten de zorg waarvoor ze verzekerd zijn ook daadwerkelijk kunnen krijgen.
Een zorgverzekering moet meer bieden dan een plek op een wachtlijst.
Nieuwste artikelen
Gerelateerde artikelen
NZa moet optreden tegen onduidelijke zorgpolissen

Toezichthouder moet harder ingrijpen bij lange wachtlijsten GGZ
