
Carola van Dorp Expert belastingaangifteBijgewerkt op:15 september 2026

De belasting die je over je vermogen betaalt, heet officieel vermogensrendementsheffing. Je betaalt geen belasting over het saldo, maar over het ‘inkomen’. Hieronder valt bijvoorbeeld de rente op je spaarrekening, de koerswinst van je beleggingen of de waardestijging van je woning. Dat ‘inkomen’ noemen we rendement. Over het rendement betaal je 36% belasting.
In 2026 zijn er 2 manieren om de belasting over je vermogen te berekenen. Je kunt belasting betalen over een fictief rendement of over het werkelijk rendement. De hoogte van het fictieve rendement bepaalt de overheid. In de aangifte over 2026, die je in 2027 doet, betaal je belasting over de laagste van de 2.
Onder vermogen vallen alle bezittingen en schulden die je hebt. Maar niet al je vermogen valt in box 3. Deze bezittingen en schulden vallen er wel onder:
Denk hierbij aan:
Bij de berekening volgens het fictieve rendement heb je te maken met vrijstellingen en drempels. Bij de berekening volgens het werkelijk rendement geldt deze vrijstelling en schuldendrempel niet.
Je betaalt belasting als het saldo van je bezittingen en schulden meer is dan de vrijstelling. Dit heet het heffingsvrije vermogen. In 2026 is de vrijstelling €59.357. Met fiscale partner is de vrijstelling €118.714.
Spaar je groen en/of beleg je groen? Dan heb je een extra vrijstelling van maximaal €26.715. Met partner is het €53.430.
Schulden mag je niet helemaal meetellen. In 2026 geldt een schuldendrempel van €3800. Met fiscale partner is de drempel €7600. Alleen het bedrag boven de drempel telt mee als schuld in box 3.
Klik op de afbeelding voor een vergroting
De vrijstelling gaat naar €60.098. Voor partners is dit €120.196. Het tarief blijft 36%.
Eerder is bekendgemaakt dat de vrijstelling voor groene spaar- en beleggingen verlaagd wordt op 1 januari 2027 naar €200 per persoon.
Er zouden plannen gepresenteerd worden over de nieuwe box 3-belasting. Maar dit is met 6 maanden uitgesteld.
In de belastingaangifte vul je altijd de gegevens in voor de berekening van het fictieve rendement. Dit is de standaardberekening. In je aangifte kun je kiezen voor het werkelijk rendement. Vul je deze gegevens in? Dan betaal je belasting over de laagste van 2 methodes.
De regels voor de berekening volgens het fictieve rendement gelden sinds 2023. De officiële naam is de Overbruggingswet.
Voor de fictieve berekening kijkt de Belastingdienst naar je vermogen op 1 januari. Dat noemen we de peildatum. Krijg je net in december een groot bedrag gestort? Dan kan het zijn dat je daardoor (meer) belasting betaalt. Zelfs als je dit bedrag op 3 januari weer uitgeeft. Voor de aangifte over 2026 telt je vermogen op 1 januari 2026. Deze aangifte doe je in 2027.
Je vermogen op 1 januari 2027 telt mee in de belastingaangifte over 2027, die je in 2028 doet.
De Belastingdienst verdeelt je vermogen in 3 groepen: spaargeld, overige bezittingen en schulden. Onder spaargeld vallen je betaal- en spaarrekening, contant geld en je aandeel in het eigen vermogen van de Vereniging van Eigenaren (VvE). Al je andere bezittingen vallen onder overige bezittingen.
Voor elk van deze groepen bepaalt de overheid jaarlijks het rentepercentage:
| Categorie vermogen | Fictief rendement 2025 | Fictief rendement 2026 |
| Spaargeld | 1,37% | 1,28%* |
| Overige bezittingen | 5,88% | 6,00% |
| Schulden (na drempel) | 2,70% | 2,70%* |
* De percentages voor spaargeld en schulden over 2026 zijn voorlopig. Rond februari 2027 stelt de overheid deze definitief vast. Het percentage van de beleggingen is een gemiddelde van de afgelopen 5 jaren. De rente voor spaargeld en schulden is een gemiddelde van het jaar zelf.
Over dit totale fictieve rendement betaal je 36% belasting.
Je kunt ook belasting betalen over je werkelijk rendement. Dit heet officieel de Wet Tegenbewijsregeling.
Bij de berekening van de belasting over het werkelijk rendement zijn er geen vrijstellingen of andere drempels. Je telt het werkelijk rendement van al je bezittingen en schulden bij elkaar op. Daarover betaal je 36% belasting.
Bij het bepalen van je werkelijk rendement telt het rendement van het hele jaar mee. Ook van vermogen dat je op 1 januari nog niet had. Koop je bijvoorbeeld na 1 januari van je spaargeld een vakantiewoning en ga je deze verhuren? Dan telt de woning voor de fictieve berekening niet mee. Maar de huuropbrengst en de waardeontwikkeling van de woning tellen voor de berekening van het werkelijk rendement wel mee.
Je werkelijk rendement kan positief of negatief zijn. Verlies op je beleggingen telt je dus mee. Maar je kunt geen belasting terugkrijgen. Heb je bijvoorbeeld €400 rente op je spaarrekening gekregen en is het verlies op je aandelen €750? Dan heb je per saldo €350 negatief werkelijk rendement. Dan is je rendement in je aangifte €0. Je betaalt dan geen belasting, maar krijgt ook niets terug.
Kosten tellen niet mee voor het werkelijk rendement. Denk hierbij aan de kosten van je spaar- of betaalrekening. Of aan de onderhoudskosten voor je vakantiewoning.
Lees meer:
Hoe bepaal je het werkelijk rendement?
Veelgestelde vragen over het werkelijk rendement